Bolivia: ‘Arm zonder én met land’

Diaspora van Boliviaanse landloze boeren leidt tot weinig beterschap

"Ik ben mijn pollera hier kwijtgespeeld." Maria verwijst naar haar meerlagige rok, een kledingstuk dat stamt uit het koloniale verleden van Bolivia. In 2008 migreerde ze met haar familie van het bergachtige departement Chuquisaca naar het lager gelegen Santa Cruz p. Als landloze boerin kreeg ze daar een stuk grond toegewezen. Haar lichting landloze boeren vestigden zich in district 8 van de provincie Velasco, hun nieuwe gemeenschap gaven ze de naam 'Tierra Firme', stevige grond kan je vrij vertalen. 

Beweging van landloze boeren

Maria maakt deel uit van de Movimiento de Trabajadores Campesinos Indigenas Sin Tierra – Bolivia (MST-B), de beweging van landloze boeren die zich in Europa vooral liet kennen tijdens de massale protesten van Braziliaanse boeren aan het einde van de 20ste eeuw.

De beweging zette in Bolivia voet aan wal in de Chaco regio. Later kreeg ze ook een afdeling in de gran Chiquitania, een regio die verschillende provincies overkoepelt ten oosten van grootstad Santa Cruz.

Maria verhuisde met haar hebben en houden naar Tierra Firme. "Ik wist helemaal niet dat het hier zo warm zou zijn. Daarom moest ik mijn pollera wel opbergen", verontschuldigt ze zich bijna. "In feite wisten we helemaal niet waaraan we begonnen. Er werd ons land beloofd, we kregen zelfs vrij snel ons eigendomscertificaat. Verder hadden we geen vragen, en kregen we dus geen antwoorden. We wilden grond, en dat zouden we krijgen."

Tierra Firme bestaat momenteel uit zo'n 70-tal families. Vanuit Santa Cruz zo'n 9 uur rijden, waarvan een dikke 5 uur over zware wegen die een 4×4 vereisen. De laatste drie uur van de trip bots je geregeld op dergelijke kleine gemeenschappen. Sommige opgericht eind jaren '80, andere in de jaren '90.

Tierra Firme is een van de jongste colonias, zoals in de volksmond vaak gezegd wordt. Deze nieuwe gemeenschappen delen vaak dezelfde kenmerken; het betreft veeleer een mix van personen afkomstig uit de departementen Cochabamba, Chuquisaca en Potosi. Ze zijn vaak niet aangesloten op het elektriciteitsnetwerk, hebben geen permanent bezette gezondheidsposten, en hebben vaak niet genoeg leerlingen (min. 15) per graad om een schoolmeester toegewezen te krijgen. En omdat ze lid zijn van de beweging van landloze boeren hebben ze allemaal de mond vol over agro-ecologische landbouw.

Land tegen armoede?

Landloze boeren zijn arm omdat ze geen land hebben, en dus gedoemd zijn om als loonarbeiders hun arbeid te verkopen aan grootgrondbezitters. Die landloosheid kan verschillende oorzaken hebben, vaak is men het er wel over eens dat de overhandiging van land een oplossing is voor het armoedeprobleem van deze grote groep.

Dit was ook het doel van het Vicariaat van San Ignacio de Velasco. Caritas Bolivia, verbonden aan het Vicariaat, implementeerde begin jaren '90 het nederzettingsproject in de provincie Velasco. Met veel goede bedoelingen organiseerde men de migratie naar het desolate gran Chiquitania. De katholieke ngo faciliteerde de administratieve procedures, bouwde huisjes en collectieve ruimtes, organiseerde vormingen met de hulp van agronomen, ... .

De mix van achtergronden, culturen en talen in eenzelfde gemeenschap bemoeilijkte de organisatie van de vele nederzettingen. Daarnaast kwam men tot de vaststelling dat de toegewezen gronden niet zo vruchtbaar waren als voorgesteld of ingebeeld.

"Dit stuk grond werd door de gemeenschap mij toegewezen", zegt Eusebio fier. "Het bos heb ik platgebrand. Ik heb eerst mais geplant, maar de grond bleek daarvoor niet geschikt. Daarna besloot ik bonen en suikerriet te proberen, jammer genoeg zonder succes. Nu heb ik bananenbomen geplant, hopelijk slaat dit wel aan."

Zijn stem verraadt zijn radeloosheid. Het hoeft echter niet te verbazen dat veel gewassen hier niet aarden. Dit bos, deze grond, wordt omschreven als bosque seco, droog bos. De dieprode grond is niet geschikt voor intensieve landbouw, de vruchtbare grondlaag is te dun. Na heel wat experimenteren hebben de kolonisten ondertussen ondervonden dat de grond vooral geschikt is voor het verbouwen van sesam, pindanoten, papaya, ananas, en dergelijke. Naast de dunne vruchtbare grondlaag is het tekort aan water problematisch.

"Onze eerste ondergrondse waterbron staat ondertussen leeg", zegt Maria van Tierra Firme. "We hebben een kilometer verderop nog een andere waterbron, hopelijk houdt die het langer vol. Als gemeenschap hebben we sowieso al preventieve maatregelen genomen. Elke familie krijgt maximaal 20 liter water per dag toegewezen," gaat ze verder. Een drastische maatregel in een gebied waar de gemiddelde temperatuur ruim boven de 30 graden uitkomt. Het varkenskweekproject van de Amerikaanse ngo Heifer in Tierra Firme is bijgevolg geen groot succes. De varkens hebben duidelijk te lijden onder het grote gebrek aan water en vertonen tekenen van zwakte en ziekte. Het is duidelijk dat Tierra Firme een moeilijke toekomst tegemoet gaat.

Alle bewoners die ik sprak in de verschillende gemeenschappen waren er echter wel van overtuigd dat het leven hier beter is dan waar ze vandaan komen. Wel tienmaal vroeg ik verschillende personen of ze een terugkeer overwegen. Geen van hen antwoordde positief. Hun toekomst ligt hier, dat is voor hen allen duidelijk.

Vlaanderen in Bolivia

Op de terugweg naar Santa Cruz moest ik denken aan de woorden van de nieuwe Vlaamse Bouwmeester. "Samenwonen in steden, met daartussen veel natuur. Laat de dorpen uitdoven." Het eindeloos neerplanten van kleine gemeenschapjes, ver weg van de bewoonde wereld, zonder toegang tot elektriciteit, gezondheid en onderwijs, en dit allemaal in de naam van toewijzing van grond. Vroeger waren ze arm zonder land, nu zijn ze arm met land. De vergelijking met Vlaanderen gaat uiteraard niet op, maar het discours van de bouwmeester vind ik ook hier gepast.

De slechte gezondheidsindicatoren van Bolivia zijn onder meer een gevolg van de wijdsheid van het land. Overal in het land zijn wel kleine gemeenschapjes te vinden, elk met hun eisen voor betere infrastructuur, gezondheidszorg en onderwijs. Soms voel ik medelijden voor deze regering. Hoe een degelijk gezondheidssysteem opzetten in een land dat 50 maal zo groot is als Belgie, met evenveel inwoners, maar met heel beperkte middelen?

Bij aankomst in Santa Cruz, net voor het uitstappen, vertelt een medewerker van de Boliviaanse ngo CIPCA me dat de regering in juni 2016 een nieuw nederzettingsproject heeft goedgekeurd, in Chiquitania, vlakbij een natuurreservaat.

Zuchtend stap ik uit de auto.

Auteur: David Verstockt – programmamedewerker Bolivia

FOS ondersteunt deze gemeenschappen door de implementatie van duurzame technologieen. Het betreft onder meer zonnepanelen voor de verlichting van schooltjes en gezondheidsposten, de installatie van waterpompen op windenergie, zonnedrogers en – ovens, ea.

Deel dit artikel