Akkoord EU - Centraal-Amerika: wat met de mensenrechten, milieu en eerlijke handel

De 6de onderhandelingsronde van het Associatieakkoord tussen de EU en Centraal-Amerika leidt tot grote bezorgdheid bij 11.11.11-Koepel van de laamse Noord-Zuidbeweging en CNCD-Opération 11.11.11.

De koepels van de Nederlandstalige en Franstalige Noord-Zuidbeweging steunen het initiatief van de Europese en internationale netwerken (*) in het kader van de onderhandelingen over het Associatieakkoord tussen de Europese Unie en Centraal-Amerika (EU-CA).

Vele leden van de Belgische koepels zijn actief in deze netwerken en zij maken zich grote zorgen over de richting die deze onderhandelingen uitgaan in de huidige internationale context. Aan de vooravond van de 6de onderhandelingsronde vragen ze opnieuw aandacht voor een aantal concrete voorstellen.

De onderhandelingen spelen zich af tegen de achtergrond van een diepgaande financiële en economische crisis, zodat meteen ook de grenzen worden aangegeven: de akkoorden willen de bewegingsvrijheid van overheden verder beperken via deregulering, om zo de privébelangen te ondersteunen van financiële speculanten en grote bedrijven. Ze bevorderen het vrijmaken van de handel in goederen, diensten en kapitaal. Daardoor wordt de verantwoordelijkheid van de overheid in het gedrang gebracht om de naleving van de mensenrechten en het recht op ontwikkeling van hun bevolking te garanderen en het leefmilieu te vrijwaren.

Aantasting van het recht op ontwikkeling
De Belgische koepels hebben de voorbije jaren herhaaldelijk aangedrongen om de Singapore thema’s (overheidsaankopen, concurrentie en investeringen) uit de onderhandelingen te halen. Een akkoord over deze thema’s beperkt de autonomie van de overheid, zowel om haar eigen ontwikkelingsmodel uit te werken als om de natuurlijke rijkdommen soeverein te beheren, en het dwingt haar om de eisen die aan buitenlandse investeerders gesteld worden te minimaliseren. De nationale bedrijven worden dus blootgesteld aan oneerlijke concurrentie vanwege transnationale ondernemingen omdat deze laatste meer voordelen, rechten en afdwingingmechanismen toegekend krijgen dan de bescherming van de mensenrechten.

De Europese Unie heeft herhaaldelijk gesteld dat haar economische belangen in Centraal-Amerika beperkt zijn en dat ze vooral de duurzame ontwikkeling en de regionale integratie wil bevorderen. In de realiteit wordt de bestaande asymmetrie niet erkend. Centraal-Amerika wordt ook aangespoord om haar markt binnen de 10 jaar voor 90% open te stellen, zonder dat er formules en mechanismen kunnen besproken worden die een speciale en gedifferentieerde behandeling mogelijk maken, in overeenstemming met deze asymmetrie. Tot nu toe werd evenmin een enkele afspraak gemaakt over de overdracht van kennis en technologie naar de landen van Centraal-Amerika.

Studie over de impact op mens en milieu ontbreekt
In de aanloop van de goedkeuring van het onderhandelingsmandaat van de Europese Commissie deed het Europees Parlement in maart 2007 de aanbeveling dat vóór de aanvang van de onderhandelingen een impactstudie (Sustainable Impact Assesment – SIA) zou uitgevoerd worden. Maar we stellen vast dat de uitvoering van deze studie pas recent werd toegewezen waardoor de resultaten te laat beschikbaar zullen zijn om nog een invloed te kunnen hebben op de onderhandelingen. Desondanks willen we erop aandringen dat deze studie ook de impact op de mensenrechten zou bekijken, meer bepaald de mogelijke impact op het recht op gezondheid, op voedsel, op de rechten van inheemse volkeren en op de arbeidsrechten.

We merken een ambivalentie tussen het discours van de Europese Unie over duurzame ontwikkeling enerzijds en de haast waarmee men de onderhandelingen wil afronden anderzijds. We dringen er nogmaals op aan de onderhandelingskalender aan te passen zodat beide partijen in de onderhandelingen kennis kunnen nemen van en rekening kunnen houden met de bevindingen en aanbevelingen van deze impactstudie.

Geen akkoord over bi-regionaal adviesorgaan
De Vlaamse Noord-Zuidbeweging 11.11.11 en het Franstalige CNCD-11.11.11 betreuren dat er in het kader van de onderhandelingen geen mechanisme voor de consultatie van de civiele maatschappij voorzien werd. Nochtans werd hier herhaaldelijk op aangedrongen. Zelfs het voorstel van het Europees Sociaal en Economisch Comité (CESE) en van het Centraal-Amerikaanse Consultatieorgaan CC-SICA – die de formele overlegorganen van beide regio’s zijn - werd niet aanvaard. Dit doet grote twijfels rijzen over de transparantie van het hele onderhandelingsproces. Ook voor de 5 nog resterende onderhandelingsrondes hebben beide partijen reeds beslist dat een dergelijk mechanisme niet zal gecreëerd worden.

We dringen er dus op aan dat in het kader van dit akkoord een permanent, inclusief en open bi-regionaal consultatiemechanisme gecreëerd wordt, waarin naast de institutionele consultatieorganen (CESE en CC-SICA) ook nationale en internationale organisaties kunnen participeren die werken rond mensenrechten, leefmilieu, rechten van inheemse volkeren en kleine boeren, enz.

We stellen eveneens voor om een tweejaarlijks forum ter organiseren met maatschappelijke organisaties uit beide regio’s. Een eerste forum zou nog voor het afsluiten van de onderhandelingen kunnen georganiseerd worden om visies uit te wisselen over de stand van zaken en antwoorden te geven op de vele voorstellen uit de civiele maatschappij.

Mensenrechten, inheemse volkeren en leefmilieu
In de loop van dit onderhandelingsproces hebben we herhaaldelijk aangedrongen op de integratie in de onderhandelingen van de 27 internationale conventies die dienen onderschreven te worden in het kader van de GSP+ handelsmodaliteit die de EU hanteert. Daarbij zou het voorziene monitoringsysteem moeten verbreed worden naar het maatschappelijk middenveld. We stellen ons niet tevreden met een referentie naar deze rechten als “principes”, maar vragen een transparant en participatief mechanisme dat het mogelijk maakt de naleving van deze conventies door beide partijen af te dwingen.

We stellen ook voor aan deze lijst 4 conventies toe te voegen:
  • de UNO-Conventie 169 van de ILO over de rechten van inheemse en tribale volkeren,
  • de conventie over de rechten van migranten en hun families,
  • de conventie tegen gedwongen verdwijningen,
  • de ratificatie van het facultatief protocol van het pact over sociale, economische en culturele rechten van de UNO.
Als voorwaarde voor de ondertekening van het Associatieakkoord dringen we ook op aan dat de landen van Centraal-Amerika (die dit nog niet gedaan hebben) het Verdrag van Rome ondertekenen, waarbij het Internationaal Strafhof opgericht werd. Dit om te vermijden dat in de toekomst dezelfde misdaden tegen de menselijkheid zouden begaan worden als tijdens de burgeroorlogen van de jaren ’80 in Centraal-Amerika. Het zijn net Guatemala, El Salvador en Nicaragua - landen die te lijden hadden onder deze interne conflicten - die nu weigeren om dit verdrag te ondertekenen. We vragen ons enigszins perplex af wat het engagement van deze regeringen dan is om de mensenrechten te respecteren en of zij aanvaardbare partners zijn om een Associatieakkoord af te sluiten met de Europese Unie.

Wat het leefmilieu betreft, willen we de aandacht trekken op de grote kwetsbaarheid van Centraal-Amerika. Een Associatieakkoord zou geen model mogen promoten dat de bronnen van het leven doet uitdrogen en het voortbestaan van een familiale landbouweconomie en van inheemse volkeren bedreigt. Beide partijen dienen zich op een verantwoordelijke en verifieerbare manier in te zetten voor het leefmilieu. In het kader van de erkenning van de asymmetrie dient de EU technische en wetenschappelijke steun te verstrekken aan duurzame investeringen in dit domein.

De Europese Unie heeft bijgedragen aan de vrede en de democratisering van Centraal-Amerika. Ze blijft de uitvoering van de vredesakkoorden ondersteunen en heeft ook bijgedragen aan de bevordering van de fundamentele vrijheden en aan de strijd tegen de straffeloosheid. Om nu een stap vooruit te zetten in de relaties tussen beide regio’s, moet dit noodzakelijkerwijs ook gebeuren in respect voor de mensenrechten, goed bestuur, democratie en duurzame menselijke ontwikkeling in Centraal-Amerika. Daarvoor is een echt evenwicht nodig tussen de drie peilers van het Associatieakkoord: de politieke dialoog, de samenwerking en de handel.

(*) De ondertekenaars: Deze brief is opgesteld in samenwerking met de volgende internationale en Europese netwerken: Oxfam International; Copenhagen Initiative For Central America and Mexico (CIFCA); Grupo Sur; CIDSE; APRODEV; International Federation of Human Rights Leages (FIDH); Friends of the Earth Europe. Deze organisaties zijn actief op het vlak van ontwikkelingssamenwerking, de verdediging van de mensenrechten, milieubescherming en eerlijke handel

Voor meer info:
  • Marc Maes, Beleidsmedewerker Europees Handelsbeleid, 11.11.11 - Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging Tel. 02 536 11 36 - marc.maes@11.be
  • Gérard Karlshausen, Chargé des politiques européennes, CNCD - Opération 11.11.11 Tel. 02 250 12 40 - gerard.karlshausen@cncd.be

Deel dit artikel