Ana uit Mozambique houdt vol

Ana heeft het niet gemakkelijk. Ze bewerkt een veld waarop ze vooral maïs voor eigen verbruik verbouwt . Het veldje is nog geen hectare groot en dat levert te weinig op om van te leven met de 4 kinderen. Toen haar man nog leefde was het amper genoeg voor 7 maanden per jaar, soms kwamen ze iets langer toe en ja, een keer waren de maïskolven dank zij regen op het juiste moment zo gegroeid dat ze er bijna het hele jaar mee toekwamen. Maar dat was een uitzondering, intussen al vijf jaar geleden, en ze moesten natuurlijk wel heel zuinig zijn met de voorraad.

Ana leeft in de boerengemeenschap Simba Mucaca, niet zo heel ver van de grens met Zimbabwe. Zo’n 80 families wonen er samen. Elke familie heeft haar eigen veld en ze produceren individueel, maar de sfeer in de gemeenschap is uitstekend en zo ontstond er heel wat samenwerking tussen de buren. Als er geld nodig is, verkopen de boeren een deeltje van hun productie in de stad Manica. Maar naar de markt gaan kost veel tijd en geld, dat kunnen ze dus beter samen doen.

Ze zitten ook vaak samen in de gemeenschappelijke ruimte, die door FOS gefinancierd werd en waar de leden van de boerenunie van het district vergaderen om de gezamenlijke problemen te bespreken. Vanuit het ‘gebouw zonder muren’, dat op een helling ligt, hebben ze een prachtig uitzicht op de vallei. ‘s Avonds bij zonsondergang, als de dagtaak erop zit, kan Ana even genieten van het mooie uitzicht.

Geen geld voor geneesmiddelen...

Maar het leven is niet idyllisch, het is hard, heel hard. Dat heeft Ana ondervonden. Enkele jaren geleden – het jaar na dat memorabele jaar met een goede maïsoogst  – stierf haar dochtertje. Op een dag kreeg het meisje hoge koorts, Ana wist al snel wat het was want de ziekte komt heel veel voor in de streek. Malaria. Maar je moet snel de nodige medicijnen vinden, zoniet ga je dood. Er was echter geen geld voor de geneesmiddelen en ook de buren hadden het hard te verduren en konden niet helpen, want dat jaar was het erg droog en de maïs stond er verlept bij. Geneesmiddelen moet je trouwens in de stad zoeken. Het duurde allemaal te lang voor het kleine frêle meisje. Ze haalde het niet…

En vorig jaar sloeg het noodlot opnieuw hard toe voor Ana. Haar man werd ziek, kon het zware werk op het veld niet meer baas, hij verzwakte zienderogen. Niemand sprak de naam van de ziekte uit, maar aan de vlekken op zijn armen zag iedereen dat het de verkeerde kant met hem uitging. Ana’s man haalde nieuwjaar niet meer. Ana moest nu alleen op het veld werken met het oudste kind, maar dat was veel te zwaar voor hen, vooral omdat de grond vol stenen zit en ze al een volle dagtaak had met de kinderen en met eten maken. Om water te halen was ze minstens drie uur per dag onderweg want de bron lag ver in de vallei. De mensen van de boerenbeweging uit Chimoio raadden haar ook discreet aan om zich te laten testen, want de kans bestaat natuurlijk dat ze seropositief is. Maar ze durft niet. Te bang voor het resultaat. En wat zou er met de kinderen gebeuren als ze ook ziek wordt?

Soms ook goed nieuws

Af en toe is er ook goed nieuws. Met financiële hulp van FOS is de boerengemeenschap al bijna drie jaar in de weer met de aanleg van een irrigatiekanaal, waarvoor het water van de rivier stroomopwaarts afgetapt wordt. Het is een gigantisch werk want het graven van de kanalen gebeurt door de mannen met zware houwelen en Ana weet het maar al te best: de grond is hard en zit vol stenen. Ook de vrouwen werken mee, ze sleuren met cement en voeren de overtollige grond weg. Samen legden ze nu al 1.150 meter kanaal aan. Gelukkig had de ingehuurde hydroloog goed werk geleverd: het kanaal vervoert veel water. Tot nu bevloeit het niet minder dan vijftig hectaren. Volgens de hydroloog volstaat het water echter voor 100 hectaren, maar daarvoor moet natuurlijk nog verder gegraven worden tot in het laagste punt van de vallei, en er moeten zijarmen gegraven worden. Gisteren kreeg Ana te horen dat haar veld over enkele weken zal bevloeid worden. Volgens de boerenunie kan ze dan overschakelen op groenteteelt. Dat is voedzamer maar vooral: groenten kweken is lichter werk dan het zware landbouwwerk. Zaaigoed krijgt ze in het kader van een programma dat de slachtoffers van aids helpt om te schakelen naar lichtere arbeid. Af en toe moet de grond nog wel omgeploegd worden maar ze hoorde dat er daarvoor ossentractie ter beschikking gesteld wordt aan de door aids getroffen families.

Gisteravond kon Ana weer genieten van de ondergaande zon. Want ondanks de naderende duisternis ze zag terug licht in haar uitzichtloze situatie. Ze kletste opgewekt met haar buurvrouw.

Deel dit artikel