Basisvoedselpakket onbetaalbaar voor de meeste Guatemalteken

De inflatie hoger dan 12,93 procent.
De levensduurte is het laatste half jaar pijlsnel gestegen. De uitgaven voor het bestaansminimum aan voedselproducten voor een gezin van vijf personen steeg het voorbije jaar met niet minder dan 20 procent. Zes miljoen mensen (50 % van de Guatemalteekse bevolking) zijn niet meer in staat om die levensnoodzakelijke aankopen te doen.

“Het is allemaal zo duur geworden, soms hebben we geen frijol (zwarte bonen) meer om te eten. De verkoop is sterk gedaald, we moeten dubbel zo hard roepen om nog iets verkocht te krijgen”,
María Sofía de Hernández, verkoopster op de Centrale Markt in de hoofdstad


Deze waarneming is helemaal correct volgens het Nationaal Instituut voor Statistiek (INE). In haar laaste rapport over de inflatie stelt het INE dat het elementair basisvoedselpakket de laatste 12 maanden met 326,96 Quetzales gestegen is. Eén euro is momenteel 9,43 Quetzal waard. Om gemakkelijk te rekenen nemen we een factor 10, dus ongeveer 32 Euro. Dat cijfer komt overeen met 20 procent. Het basisvoedselpakket koste in oktober 2007 nog 1.633,75 Q (163 Euro), in oktober 2008 is de aankoopprijs gestegen naar 1.960,71 Q (196 Euro).

Volgens het rapport van het INE zou elk gezinslid – ongeacht de leeftijd – minstens 65,36 Q (6,5 Euro) per dag moeten besteden om niet ondervoed te geraken. Een familie in extreme armoede in Guatemala geeft ongeveer 1.911 Q per jaar uit aan voedsel. Dat is 5,23 Q (0,50 Euro) per dag. Het resultaat van een onderzoek van het INE in 2006 heeft uitgewezen dat ruim 1,6 miljoen mensen of 15 procent van de bevolking in die omstandigheden leeft. Die zelfde studie bevestigt dat de 4,6 miljoen mensen die in armoede leven ongeveer 6,59 Q per dag aan voedsel kunnen besteden. Dat is nog steeds 10 keer te weinig om in de basisbehoeften te voorzien. Bijgevolg heeft 51 procent van de bevolking – 6,6 miljoen Guatemalteken – niet het nodige inkomen om de basisvoedselproducten te kopen.



Foto: Guatemalteekse vrouw die probeert te overleven door maïstortillas te verkopen
Minimumloon ontoereikend
Momenteel voorziet de wet een minimumloon van 47 Q (4,7 Euro) per dag voor landbouwactiviteiten; 47,75 Q voor een arbeider in de montagehallen (maquila’s); 48,50 Q voor ander sectoren dan lanbouw en maquila’s. In geen enkele van de drie omstandigheden volstaat het inkomen om te voorzien in de basisbehoeften van één persoon, laat staan een gezin.

Voor de regering is het minimumloon geen prioriteit. De arbeiderssectoren deden in september een voorstel om het minimumdagloon te verhogen tot 114,08 Q. Dat zou een verhoging van 142 procent betekenen. De werkgeversorganisaties stellen een productiviteitsysteem voor waarbij wie meer produceert meer verdient. Het is duidelijk dat arbeiders- en werkgeversorganisaties hieromtrent geen overeenkomst zullen bereiken waardoor de beslissing in handen van de president ligt.

En de inflatie blijft stijgen.
“Men betaalt alles veel duurder waardoor men ook verplicht wordt zijn prijzen te verhogen” zegt Yolanda Zúñiga, verkoopster in een eethuisje van de centrale marktplaats van de hoofdstad. De levensduurte tot oktober gemeten over 12 maanden is flink gestegen. Deze laatste steeg van 12,75 procent in september naar 12,93 procent in oktober aldus het rapport van het INE. De grootste prijsstijgingen werden genoteerd voor ajuin, 17,55 % in één maand tijd. Güisquil 9,56 %, de ander groenten stegen met gemiddeld 6,95 %. Volgens Luis Arroyo, verantwoordelijk directeur voor de prijsindex bij het INE, heeft de schaarste van heel wat producten te maken met de overvloedige regens van de afgelopen maanden. Die onverwachte schaarste joeg de prijzen nog hoger de lucht in.

Taksvrije importquota zonder resultaat.

Poedermelk steeg 0,14 Q van september tot oktober, rijst 0,03 Q. Kippenvlees daalde met 0,06 Q ondanks alle inspanningen van de minister van economie, Rómulo Caballeros. Volgens hem werd reeds 90 % van de open quota (zonder invoertaksen) aan producten geïmporteerd om de prijzen te doen dalen. Op 3 november verklaarde de minister al deze producten massaal te importeren om de prijsstijgingen in de hand te houden. Volgens Lisardo Bolaños van het Nationaal Centrum voor Economisch Onderzoek moet de invloed van de open quota op de prijzen dringend geanaliseerd worden. Op 8 juli werd de toelating gepubliceerd om 500.000 ton voedsel te importeren zonder invoertaksen. Er werden vergunningen uitgereikt voor de import van: 7000 ton kip, 500.000 ton poedermelk, 88.000 ton gele maïs, 14.000 ton rijst, 10.000 ton graanmeel. Maar de hoge marktprijzen bleven gehandhaafd.

GELD IS MINDER WAARD

“Alles gaat slecht in de economie, we komen niet toe met ons geld en we leven van dag tot dag” zegt Rosa Donis, verkoopster van snoepgoed in het historisch centrum van de hoofdstad.

Haar vaststellingen zijn correct volgens het INE. Met 1 Quetzal van het jaar 2000 betaalt men het equivalent van 0,54 Quetzales. Met andere woorden voor een product dat in december 2000 één Quetzal koste betaalt men nu 1,46 Quetzales.
De nationale munteenheid van Guatemala heeft aan koopkracht verloren door aanhoudende prijsstijgingen. In januari 2007 had 1 Q nog een koopkrachtwaarde van 0,64 Q (in vergelijking met 2000).

“Ons geld is ontoereikend geworden om elektriciteit, afvalophaling, huishuur en voedsel te betalen. Alles is veel duurder” voegt de snoepgoedverkoopster er nog aan toe.
Bewerkte vertaling van "Canasta básica casi inalcanzable" uit Prensa Libre van 8 november 2008 door Dirk Govaert.

Deel dit artikel