Belgische speurders naar Guatemala

Weldra vertrekt een team van acht Belgische speurders naar Guatemala om de moord op Walter Voordeckers en Serge Berten te onderzoeken. Na 25 jaar komt er misschien toch een doorbraak in de dubbele moord op de twee Vlaamse Scheutisten. 


Niettegenstaande worden heel wat vragen gesteld door voor- en tegenstanders:

  • Is het niet ruim laat om de misdaden tegen de mensheid van de jaren ’80 uit te zoeken? 
  • Waarom moet dit met belastingsgeld? 
  • Is dit geen taak voor de Guatemalteekse overheid? 
  • Zijn er geen andere instanties die dit kunnen doen? 
  • En wat voor die honderdduizenden anderen? De gewone Guatemalteken? 
  • Is het niet ruim laat om de misdaden tegen de mensheid van de jaren ’80 uit te zoeken? 

Sinds eind de jaren ’80 bevindt Guatemala zich in de overgang van een autoritair, dictatoriaal en gewelddadig staatsbestel naar een democratische, inclusieve en pluriculturele staat. Dergelijke democratiseringsprocessen zijn complex en verlopen moeizaam. Hierbij worden de nieuwe regeringen vaak geconfronteerd met de vraag om waarheid en gerechtigheid van slachtoffers en nabestaanden van het dictatoriale geweld. 
Tijdens de 36-jarige burgeroorlog in Guatemala zijn zo’n 200 000 mensen vermoord of ‘verdwenen’. Deze roep om waarheid werd in Guatemala beantwoord door verscheidene mensenrechtenorganisaties die begin de jaren ‘90 startten met het lokaliseren en het opgraven van clandestiene massagraven. Tot op de dag van vandaag worden clandestiene graven gevonden in het binnenland van Guatemala. En tot op de dag van vandaag brengen deze opgravingen herinneringen en zware emoties teweeg bij de nabestaanden. 
De slachtoffers van het geweld worden vaak door de nabestaanden op de eigen culturele wijze her-begraven. Wanneer het lichaam gevonden is, de waarheid gekend is, kan het helingsproces bij de nabestaanden pas echt beginnen. Of dit nu juist na de feiten is of pas na 25 jaar ….slachtoffers en nabestaanden hebben recht op de waarheid en recht om zich met het verleden te verzoenen. Tot op de dag van vandaag strijden verscheidene Guatemalteekse en internationale mensenrechten hiervoor. 

Een indiaanse man verschijnt in 1998 voor de Guatemalteekse Waarheidscommissie om zijn getuigenis af te leggen. Uit zijn schoudertas haalt hij de botrestanten tevoorschijn van verschillende van zijn familieleden die in de periode van het geweld werden vermoord. In zijn getuigenis zegt hij hierover: 

Het doet me pijn deze botten met me mee te dragen. Het is alsof ik de dood zelf bij me draag. Toch zal ik de beenderen van mijn familieleden nog niet begraven. Natuurlijk wil ik dat de doden rusten zodat ook ikzelf kan rusten, maar nu kan dat nog niet. De botten zijn het bewijs van mijn getuigenis. Pas als ik een papier krijg waarop staat dat mijn dierbaren vermoord zijn, dat zij geen delict begaan hebben en dat zij onschuldig waren, zal ik ze begraven. Op dat moment zullen zowel zij als ik gaan rusten. (Recht op recht - Marlies Stappers) 

Vaak willen de nabestaanden en de slachtoffers van gewelddaden van een dictatoriaal regime ook gerechtigheid zien geschieden: een veroordeling van de intellectuele daders van het brute geweld. In Guatemala is dat niet anders, ook niet 25 jaar na de feiten. In België verjaren gewone misdaden na een aantal jaren, de maximale verjaringstermijn is twee maal tien jaar. Maar misdaden tegen de mensheid verjaren nooit: niet in België, niet in Guatemala. Het zijn misdaden van zo’n enorme afmeting dat ze de mensheid tegen de borst stuiten en vreselijke impact hebben op samenlevingen, geloofsgemeenschappen, rassen en andersdenkenden. 

De burgeroorlog en de nasleep ervan maakte het onmogelijk om juridische acties te ondernemen. Nu probeert Guatemala terug internationaal voor het daglicht te treden, ondanks de mateloze straffeloosheid van de zware mensenrechtenschendingen in dat land. Door de internationale druk en nieuwsgierigheid die bij de zaak van Serge Berten en Walter Voordeckers komt kijken komen niet alleen oude wandaden boven, maar zal ook blijken dat de huidige situatie maar een dun laagje vernis is. Of misschien zelfs een subtielere manier om de oude doelstellingen te bereiken. Het brute geweld van de burgeroorlog was een regelrechte fysieke aanval op de inheemse bevolking van het land. 

Anno 2005 komen er nieuwe demonen af op deze bevolking: het ALCA (continentale vrijhandelszone), het CAFTA (vrijhandelsverdrag tussen VS en Midden-Amerika) en het Plan Puebla Panamá. Op 27 juli j.l. werd het TLC - Tratado de Libre Comercio (CAFTA is het Engelstalige letterwoord) goedgekeurd in het congres van de VS met 217 stemmen voor en 215 tegen en twee onthoudingen. Het bepaalt de vrije handel tussen de VS, Midden-Amerika en de Dominicaanse Republiek. Men verwacht dat het op 1 januari 2006 in werking treedt. Guatemala, El Salvador en Honduras hebben het reeds geratificeerd; Costa Rica, Nicaragua en de Dominicaanse Republiek nog niet, maar dat verwacht men binnenkort.

De grote vrees van de sociale organisaties en de kleine boeren is dat hun economie wordt gepletwalst door de Amerikaanse bedrijven, terwijl ondertussen hun landen worden leeggeroofd en zwaar vervuild door de talloze (open) mijnen. Waarom moet dit met belastingsgeld? Onze samenleving koos er al lang geleden voor om de overheid het monopolie van het geweld, strafrechterlijke vervolging en bestraffing te geven. Dit om een maximum van objectiviteit te waarborgen en om na incidenten die de samenleving schokken een gecontroleerde ingreep uit te voeren en de samenleving te laten helen en verder gaan. De alternatieven zijn straffeloosheid, bloedvetes, eigenberechting en wraak. Het is dan ook de taak van de overheid om dergelijke misdaden te onderzoeken. Is dit geen taak voor de Guatemalteekse overheid? Ja, natuurlijk! Dit zou de normale gang van zaken zijn. De Guatemalteekse staat is daar echter niet klaar voor. De verschillende geledingen van de overheid zijn ook nu nog bezet met mensen die belangen hadden in de burgeroorlog. En met mensen die belang hebben bij een status-quo van straffeloosheid en verdrukking. 

hspace=5Voorbeelden hiervan zijn legio: Esfrain Ríos Montt, de man die verantwoordelijk wordt geacht voor de genocide van de jaren tachtig, de bloedigste periode van de 36-jarige burgeroorlog in Guatemala, stelde zich in 2003 kandidaat voor de presidentsverkiezingen. Grondwettelijk was zijn kandidaatstelling onmogelijk aangezien artikel 186 van de Grondwet stelt dat mensen, die ooit een staatsgreep pleegden of een regering leidden, die door een staatsgreep aan de macht was gekomen, zich niet meer kandidaat kunnen stellen voor het presidentschap. Toch trad Ríos Montt op 9 november 2003 gewoon aan als presidentskandidaat. 

In Guatemala zijn processen gevoerd tegen verdachten van de moord in 1991 op de antropologe Myrna Mack en van de moord op Monseigneur Gerardi in 1998. Het waren één voor één moeizame processen met veel zichtbare en ‘onzichtbare’ tegenkantingen. Uiteindelijk zijn de intellectuele daders nooit veroordeeld. Negen jaar na de vredesakkoorden zijn de gekende intellectuele daders van de gewelddadige burgeroorlog en de genocide nog steeds niet voor de rechter gedaagd, laat staan veroordeeld. Reeds in 1989 trokken de ouders van Serge Berten, vergezeld van parlementairen, naar Guatemala. Dit tegen de zin van de toenmalige Belgische minister van Buitenlandse Zaken. Bedoeling was klaarheid te krijgen in de zaak van hun zoon en zo mogelijk klacht in te dienen. Er werden bezoeken afgelegd bij ondermeer President Cerezo, minister van defensie Gramajo, en bij de procureur voor mensenrechten. Ze werden met een kluitje het riet ingestuurd en kregen beloftes die nooit nagekomen zijn. Na het ondertekenen van de vredesakkoorden in 1996 en het oprichten van de 'Waarheidscommissie' kregen ze opnieuw hoop.

 De vier Belgische families hebben zelf moeten vaststellen dat bij hun bezoek aan Guatemala in 1997 nog niet eens een dossier bestond over de moord op Walter Voordeckers (1980). De Guatemalteekse overheid had zelfs nog niet de moeite gedaan om een schijnonderzoek te starten. Weeral moest men vaststellen dat een juridische klacht in Guatemala geen schijn van kans had. Noot: Pas op 3 augustus 2005 werd de Kaderwet van de Vredesakkoorden van 29 december 1996 in het Congres goedgekeurd. Nu kan men een Nationale Raad oprichten die moet toezien op het uitvoeren en het naleven van de Vredesakkoorden. Zijn er geen andere instanties die een dergelijk onderzoek kunnen voeren? Er zijn niet veel mogelijkheden om Guatemalteekse misdadigers van grove mensenrechtenschendingen aan te pakken. Er bestaan internationale organen en instanties die het onderzoeken van grove mensenrechtenschendingen ter harte nemen, maar de meeste zijn niet bevoegd voor de gebeurtenissen in Guatemala. Het internationaal strafhof in Den Haag is niet bevoegd, het bestond nog niet in de jaren ’80. De VN heeft enkel beperkte politieke slagkracht en onvoldoende interesse. Het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten in Costa Rica oordeelt over rechtzaken aangespannen door mensen van het land van oorsprong. Dit Hof heeft Guatemala op 24 november 2004 veroordeeld voor de massamoord op 268 inheemse bewoners van Plan de Sanchez in Rabinal (Baja Verapaz) op 18 juli 1982. 
Op 18 juli 2005, bij de herdenking van de slachting van Plan de Sanchez, vroeg Vice President Eduardo Stein ter plaatse met tranen in de ogen vergiffenis aan de bevolking. Volgens het Hof is bewezen dat de moordpartij is uitgevoerd door militairen. Het was voor het eerst dat dit Hof een vonnis uitsprak tegen de Guatemalteekse staat voor een van de 626 massamoorden die zijn gepleegd tijdens het binnenlands gewapend conflict. 

Wel zijn er een aantal andere landen die onderzoek doen in verband met hun burgers die omgekomen of verdwenen zijn in Guatemala, zoals België. In 2003 werd de wet van 16 juni 1993 betreffende de bestraffing van ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht, de zogenaamde genocidewet, door een aantal opportunistische klachten zodanig gekelderd, dat het enige wat overblijft gevallen zijn waarin Belgen betrokken zijn of mensen die lang genoeg in België verblijven. En wat voor die honderdduizenden anderen? De gewone Guatemalteken? Het is een trieste waarheid dat een westerling in deze wereld meer waard is en beter beschermd wordt dan niet-westerse mensen die ergens onder onderdrukking lijden. België had een Genocidewet die de Guatemalteekse slachtoffers de gelegenheid gaf om een klacht neer te leggen. Deze wet is op veel controverse gestuit en werd door een aantal onhaalbare en opportunistische klachten gekortwiekt. De klacht van de familie Berten en Voordekers bleef overeind omdat de slachtoffers Belgen waren. Wel zijn er nog contacten met basisorganisaties, onder meer de Stichting Rigoberta Menchú Tum. Ze ondersteunen ons en zetten ons aan door te gaan waar zij, spijtig genoeg, lijdzaam moeten toezien. 
Er is echter een klein lichtpuntje: de daders van de misdaden tegen de Guatemalteken zijn dezelfde als tegen de westerlingen. Hoewel ze niet ter verantwoording zullen worden geroepen voor hun daden tegen hun eigen landgenoten, zullen ze zich wel moeten verantwoorden voor dezelfde misdaden tegen andere mensen. Onze klacht geeft hopelijk ooit de gelegenheid om dezelfde misdadigers toch voor een rechtbank te krijgen. Wij zullen ze niet kunnen verplichten zich te verantwoorden voor de misdaden tegen Guatemalteken, maar ze zullen zich wel moeten verantwoorden voor misdaden tegen de mensheid. Dat een leven van een westerling meer waard is dan het leven van een Guatemalteek is absoluut verkeerd, maar dat de misdadigers toch voor een gerecht komen, kan alleen maar helpen om die toestand te verbeteren. 
Mocht deze rechtzaak ooit tot een goed einde komen, dan zal er voor Guatemala toch een beetje gerechtigheid geschieden, maar helaas zonder echte juridische erkenning van de duizenden Guatemalteekse slachtoffers en nabestaanden. Deze zaak is een gelegenheid voor de Belgische families om een pijnlijke bladzijde om te slaan, voor de Guatemalteken om te laten zien dat ze niet alleen staan in hun leed en verdriet en in hun strijd naar waarheid en gerechtigheid en voor de dictators en tirannen om zich te realiseren dat ze niet ongenaakbaar zijn en dat ze, al is het jaren later, toch tot verantwoording worden geroepen. 

Meer info:

Deel dit artikel