Concept virtueel water kan leiden tot een grensoverschrijdend waterbeleid

Een nieuwe benadering van water volgens het concept “virtueel water” kan een belangrijke invloed hebben op de besluitvorming met betrekking tot waterschaarste.


Professor Anthony John Allan werd onlangs genomineerd tot laureaat voor de jaarlijkse Stockholm Water Prize voor zijn introductie van het concept “virtueel water”. Deze belangrijke internationale waterprijs wordt jaarlijks geschonken aan een persoon en/of vereniging die een belangrijke verdienste heeft geleverd op het vlak van watergerelateerde activiteiten.

Het door Allan geïntroduceerde concept virtueel water kan het beste worden omschreven als de totale hoeveelheid water vereist voor de productie van goederen of diensten. Om de eigenlijke hoeveelheid water te bepalen vereist voor de productie van bvb. een kop koffie dient men het totále volume water in rekening te brengen dat nodig is voor o.a. het telen, drogen, roosteren, verpakken en transporten van de koffiebonen. Voor het specifieke geval van een kop koffie bedraagt de hoeveelheid virtueel water 140 liter. Dit is ongeveer gelijk is aan het dagelijkse huishoudelijke drinkwatergebruik van een gemiddelde Belg.

Het concept virtueel water kan een interessant hulpmiddel zijn om de heersende waterschaarste in bepaalde delen van de wereld op een grensoverschrijdende manier aan te pakken.
Tussen verschillende landen en regio’s in Afrika zou het in rekening brengen van virtueel water tot een efficiënter watergebruik kunnen leiden. Het concept virtueel water kan de Afrikaanse landen helpen om de comparatieve voordelen op het vlak van energie- en voedselproductie per land te berekenen. In Oost-Afrika en Centraal-Afrika is hydro-elektriciteit namelijk de belangrijkste bron van elektriciteit. Op basis van de berekening van de hoeveelheid water voor de productie van bvb 1 Kilowatt of 1 kg rijst kan de druk op de waterbronnen worden gereduceerd in die streken waar grote waterschaarste heerst.
Zo zou in Oeganda bijvoorbeeld, het water van de Nijl kunnen aangewend worden om voldoende elektriciteit te produceren voor heel Oost-Afrika. De rest van de regio zou dan zijn waterbronnen kunnen aanwenden voor andere doeleinden, zoals voor voedselproductie of voor drinkwatervoorziening.

Deze zienswijze gaat wel in tegen de gangbare benadering van Afrikaanse landen om volledig zelfvoorzienend proberen te zijn op het vlak van voedselvoorziening en energieproductie. De afhankelijkheid van andere landen voor voedsel en/of energie wordt gezien als weinig strategisch. In het licht van een huidige, en in de toekomstig nog sterker uitgesproken waterschaarste moet dit standpunt misschien herzien worden.


Het concept virtueel water biedt de mogelijkheid om een andere (grensoverschrijdende) economie te realiseren, weliswaar met een zekere afhankelijkheid, maar met als positief gevolg een optimalere benutting van water en een stabielere (water)toekomst in de regio.

 

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel