Ecologische catastrofes bedreigen Guatemala

Intussen kent niemand nog de exacte inhoud van het Plan Puebla Panamá. Eén ding is zeker, milieuactivisten in Guatemala vrezen het ergste. De regering Berger staat op het punt talloze concessies voor open mijnbouw uit te delen. De vermoedens dat Guatemala niet alleen schatrijk is omwille van de vruchtbare bovengrond bestaan al lang. Aan de hand van de beschikbare ruimtetechnologie (satellieten voor geologisch onderzoek) weet men in het Noorden reeds geruime tijd dat er ook in de ondergrond van hun achtertuin nog iets te vinden is. Niet alleen metaalertsen voor industrieel gebruik, maar ook edelmetalen zoals goud en zilver blijken aanwezig te zijn.

Vrijhandelsakkoorden voorzien de Noord-Amerikaanse bedrijven van een vrijgeleide voor de exploitatie van ertsmijnen. De geëxtraheerde metalen zijn uiteraard bestemd voor de industrie in het Noorden, en zullen dus nooit onder afgewerkte vorm op de Guatemalaanse markt verschijnen.

Open mijnbouw is een zeer milieuonvriendelijke activiteit. Op het moment dat een mijn uitgeput is blijft er nog enkel rotzooi achter. De Amerikaanse mijnbouwbedrijven die het in de V.S. zelf ook niet te nauw nemen met milieuregels zullen niet de minste moeite doen om de best beschikbare technieken te gebruiken om mens en omgeving zo veel mogelijk te sparen van het ecologisch verval dat open mijnbouw met zich meebrengt. Madreselva maakt melding van 21 mijnen in exploitatie, 114 aanvragen tot erkenning, 246 aanvragen voor exploratie en onderzoek en nog eens 4 aanvragen voor exploitatie (recente gegevens van het ministerie voor energie en mijnbouw). De metalen waar men hoofdzakelijk naar op zoek gaat zijn goud, zilver, nikkel, zink, koper, lood, cobalt en chroom. Op 385 mijnen in exploitatie – indien alle concessies en exploitatievergunningen worden toegekend – zal het land nauwelijks 1% van de winsten opstrijken.

Open mijnbouw betekent dat bergen worden kaal geschoren (ontbossing) en daarna onthoofd door middel van zware explosieven. Daarna worden de ertslagen afgegraven tot de reserves uitgeput zijn. Deze techniek noemt men in de V.S. “moutaintop removal”. De metaalextractie eist enorme hoeveelheden water dat achteraf geloosd wordt onder de vorm van zwaar verontreinigd afvalwater. Voor de extractie van nikkel voegt men chloor bij het water en voor goud gebruikt men cyanide en natrium. Uiteraard zullen de mijnexploitanten geen investeringen doen om de ertsextractie op een andere manier uit te voeren zonder dat bergen moeten worden opgeblazen, noch voor de zuivering van hun afvalwater en voor de herbebossing van exploitatiegebieden.

De ecologische gevolgen van dergelijke ontginningsmethodes uiten zich momenteel in de Amerikaanse staat West Virginia. De Bush-administratie reikte daar heel wat vergunningen uit voor mijnbouw met “moutaintop removal”, vooral voor de extractie van steenkool. De ecologische gevolgen in West Virginia zijn niet te overzien: een gigantische puinhoop in de rivieren, bodemerosie t.g.v. de ontbossing, aardverschuivingen en zeer zware overstromingen teisteren de hele mijnbouwregio. In Guatemala zal dus niet alleen het lanbouwareaal zwaar aangetast worden door de concessies – waardoor land voor inheemse boeren nog schaarser zal worden – maar gaat het ook nog dezelfde ecologische catastrofe als West Virginia in de V.S. tegemoet.

Deel dit artikel