Ermelinda en Eva, aids-wezen op school in Mozambique

In het nieuwe project in Mozambique steunt FOS onder meer twee “Levens- en landbouwscholen voor jongeren” (Escola de Machamba e de Vida), kortweg MV-scholen. Dat is een soort opvanghuis voor weeskinderen, vooral slachtoffers van de wijd verbreide hiv/aids-epidemie die Mozambique zwaar treft.
FAO - de landbouworganisatie van de Verenigde Naties - ligt aan de basis van deze scholen. Boerenkinderen leren van hun ouders levenswijsheid en landbouwmethodes. Daarvan blijven weeskinderen natuurlijk verstoken. Via deze tehuizen wil FAO dat gemis opvangen.
Mark Deneer, onze man in Mozambique, vroeg twee leerlingen wat ze zoal doen op school…


Slapen op school

Eva en Ermelinda verblijven in de MV-school van de wijk Trangapasso, in de centraal gelegen stad Chimoio. Dat is niet helemaal juist in het geval van Eva. Zowat de helft van de kinderen in MV-scholen hebben ergens nog wel een familielid bij wie ze kunnen overnachten en eten. Zo woont Eva, zelf zeventien, bij haar broer van vijfentwintig. En natuurlijk gaat ze overdag naar een gewone school, maar kinderen als Eva komen op geregelde tijden, op zaterdag bijvoorbeeld, naar de MV-school. Anderen, zoals Ermelinda, kunnen nergens meer terecht en verblijven permanent in de MV-school. Ermelinda is zestien. Ze waren thuis met vijf waarvan er nu drie kinderen in het tehuis van Trangapasso leven. Haar ouders zijn allebei gestorven in het jaar 2000 en ze verblijft in het tehuis sinds de oprichting ervan op 25 november 2003. Dat laatste is ook het geval voor Eva. Zij woonde sinds de scheiding van haar ouders met haar zes broers en zusjes bij haar moeder, maar die is helaas intussen ook overleden.

Planten tegen malaria

Ik vroeg hen welke activiteiten de school zoal organiseert. De meisjes praten vlot en leggen me om beurten in geuren en kleuren uit dat ze in groepen opgedeeld worden en cultuur, opvoeding en landbouwopleiding krijgen. De begeleiding gebeurt door volwassen vrijwilligers maar ook door oudere kinderen, van 17 of  meer, die eveneens in de school verblijven of er verbleven hebben. Ze noemen hen -  letterlijk vertaald uit het Portugees - facilitatoren. Ermelinda is zelf al “facilitator” voor geneeskundige planten. Ze overdondert me met haar kennis en somt een reeks planten op met hun geneeskundige kracht, op een toontje van “dat weet toch iedereen”. Ik denk dat mijn Portugees tekort schiet maar ik zie aan de reactie van mijn Mozambikaanse collega dat hij de planten evenmin kent. Ik begrijp dat er planten met antibiotische werking zijn, dat je er malaria mee kan bestrijden, infecties enzomeer. Achteraf zegt Rogerio, die vanuit de FAO de MV-scholen begeleidt, dat Ermelinda bijzonder veel aanleg voor geneeskrachtige planten heeft.
Eva voelt meer voor de boerenstiel. Zij wil graag facilitator worden voor het kweken van populaire voedingsgewassen als maïs.

Voetbal, dansen en muziek

Van Ermelinda wil ik graag weten wat ze zoal in haar vrije tijd in het tehuis doet. Sport, zegt ze, ze speelt zelfs voetbal. En dansen en muziek maken met vriendinnen natuurlijk. Er wordt nog flink gelachen als we hen vragen of ze België wel weten liggen. Dat blijkt een heel moeilijke vraag te zijn, maar ter verontschuldiging moeten we wel toegeven dat ons landje maar heel klein is.
We zeggen hen dat we nog terugkomen, dat ze al eens moeten nadenken wat ze ons dan zullen vertellen over hun leven. Want het wordt een vervolgverhaal, over hoe jonge meisjes in Mozambique hun leven in moeilijke omstandigheden toch hoopvol aanpakken.

Deel dit artikel