Ertsen en petroleum de ondergang van Guatemala

Onder druk van de Canadese mijnbouw- en petroleumindustrie

Guatemalteekse parlementairen maken lobbyreis naar Canada

Twee weken geleden maakte de voorzitter van het Guatemalteekse congres met een delegatie parlementairen een reis naar Canada. Canadese ondernemers zijn er sterk op uit om de vastgelopen vrijhandelsakkoorden Canadá-CA4 tussen Guatemala, Honduras, El Salvador en Nicaragua enerzijds en Canada anderzijds weer vlot te trekken. Het nieuws veroorzaakte heel wat opschudding. Niet alleen door de exessieve reiskosten maar ook het feit dat de delegatie was uitgenodigd door het petroleumbedrijf Quetzal Energy. Het bedrijf werkt met Canadees kapitaal. Volgens officiële berichten kwam de uitnodiging van de Guatemalteeks- Canadese Kamer van Koophandel (CanCham-Guate). Deze telt een groot aantal Noord-Amerikaanse mijnbouwbedrijven onder haar leden. Hun doel is de buitenlandse investeringen stimuleren.

Ondanks het feit dat de regering de herkomst van de uitnodiging waarvoor zo'n 169.000 Quetzales aan reisonkostenvergoedingen werd gespendeerd wil vaag houden, is het duidelijk dat de Canadese mijnbouw- en energiesector hierachter zit. Congresvoorzitter Rubén Darío Morales liet zich ontvallen dat de delegatie ontmoetingen had met managers uit de financiële en industriële sectoren. Canadese ondernemers maken zich blijkbaar zorgen over de machtswissel in Guatemala en de vastgelopen vrijhandelsakkoorden tussen de vier voornoemde Centraal-Amerikaanse landen. In de pers deed alvast het gerucht de ronde dat de delegatie op uitnodiging van een particulier bedrijf naar Canada reisde. Later liet Morales zich in de pers ontvallen dat hij vergaderingen had gehad met ondernemers uit de petroleum- en mijnbouwindustrie.

De samenstelling van de delegatie weerspiegelde in feite de interesses van de Canadezen. Naast de congresvoorzitter bestond de delegatie uit:

  • Otto Ely Zea, voorzitter van de Commissie voor Omgeving en Natuurlijke Rijkdommen en lid van de Commissie voor Energie en Mijnbouw,
  • Luis Fernando Pérez, voorzitter van de Commissie voor Energie en Mijnbouw en lid van de Commissie voor Communicatie
  • Guillermo Sosa, voorzitter van de Commissie voor Communicatie en lid van de Commissie voor Energie en Mijnbouw
  • Luis Rubio, adviseur van de president

De kamer van Koophandel CanCham-Guate - pas opgericht in augustus 2006 - steekt niet onder stoelen of banken dat Canada een van de grootste investeerders in Guatemala wordt. Het grootste deel van die investeringen zit vervat in mijnbouwcontracten en de vrijhandelsakkoorden CA 4.
Goed om weten:
De belangrijkste leden van CanCham-Guate zijn: GoldCorp, Inc. ; Montana Exploradora de Guatemala S.A. ; Nichromet Extraction Inc. ; Aurogin Resources en de Compañía Guatemalteca de Níquel, S.A. Ook Bocanueva, S.A. is er vertegenwoordigd. Bocanueva is één van de drie ondernemingen van International Niquel Co. (INCO) in Izabal. Maar ook Consultoría y Tecnología Ambiental, S.A. vertegenwoordigd door Ángel Adrián Juárez, de coördinator van de Nationale Commissie voor Milieu en Leefomgeving onder de regering Arzú. Hij maakte de milieu-effectenrapporten (MER's) voor verschillende mijnbouwbedrijven.

Het draait allemaal om petroleum en ertsen

Rustig afgeschermd door de polemiek rond mijnbouw in Guatemala blijft de petroleumontginning rustig uit het oog van de storm. Toch blijkt dat de sector niet moet onderdoen voor de mijnbouw. Heel wat petroleumbedrijven hebben interesse in een aantal onontgonnen reserves in Guatemala. Quetzal Energy wil in elk geval een andere indruk geven. Het bedrijf kondigt aan de activiteiten van het Engelse Petrolatina Energy te hervatten.

Interessant om weten:
De financieel directeur van Quetzal Energy is Nicholas Tsaconakos. De man werd in 2002 veroordeeld voor financiële fraude bij het failliete Rampart Securities, een Canadese onderneming. Tsaconakos werd veroordeeld tot een financiële boete van 175 000 US Dollar. Door de Investment Dealers Association werd Tsaconacos verboden om ooit nog in de functie van regulerend supervisor te stappen.

Een ander Canadees petroleumbedrijf, TrueStar Petroleum, is momenteel in onderhandeling met het Guatemalteekse Ministerie van Mijnbouw en Energie om het volledige contract 4-93 in handen te krijgen. De sites die onder het contract vallen bevinden zich in de Franja Transversal del Norte, Chisec en ALta Verapaz. Het is het leeuwenaandeel binnen Guatemala en behoort momenteel voor 90% toe aan het failliete Compañía General de Combustibles de Argentina. De andere 10% van het contract zijn te vinden bij Ceiba Petroleum Guatemala, een bedrijf gefinancierd door TrueStar.

De directeur van Quetzal Energy met thuisbasis in Toronto is Michael Realini. Hij was tot 2006 directeur van Petrolatina Energy (het vroegere Taghmen Energy). Nadat Petrolatina besliste om de activiteiten stop te zetten in de Franja Transversal del Norte (contract 6-93), in Fray Bartolomé de las Casas, Alta Verapaz, en de activiteiten onder contract 7-2005 in Cobán, Ixcán en Quiché. Ondanks het feit dat het eerste contact de olievoorraad met de beste kwaliteit van het land bevat moest het bedrijf de activiteiten stoppen wegen technische problemen. Het tweede contract met betrekking tot de oliereserves 'Las Tortugas' werd stopgezet omwille van het feit dat de gemeenteraad van Cobán geen petroleumactiviteiten wil toelaten op haar gemeentelijk grondgebied.

In augustus 2007 betaalde Quetzal Energy 4 miljoen US Dollar aan Petrolatina Energy voor de activa van Petrolatina Guatemala. Het bedrijf is nu eigenaar van de oliereserves 'Las Casas', 'Las Tortugas' en 'Atzam' en zal opnieuw in onderhandeling gaan met de locale besturen om haar activiteiten te mogen starten.
Zo komen de belangen opnieuw in oude handen. In 2004 was Realini bedrijfsleider van Mexpetrol. Dat bedrijf liet zijn activa over aan Petrolatina Guatemala door het feit dat ze opgekocht waren door Taghmen Energy in 2005. Mexpetrol is een zijtak van het staatsbedrijf PEMEX (Petróleos Mexicanos), eigenaar van de rechten op het petroleumveld 'Las Casas'. Deze rechten werden afgestaan door het Amerikaanse Pentagon Petroleum.

 

Goed om weten is dat Realini ook ondervoorzitter was van Pentagon Petroleum toen het eind jaren '90 haar activiteiten stopte in de Petén en Ixcán. Het bedrijf was er actief tussen 1992 en 1998 waarbij een van hun contracten zich bevonden in 'Las Casas' en 'Piedras Blancas'. Het eerste veld werd in 1995 overgelaten aan Mexpetrol en het tweede aan AMOCO in 1992. Realini werkt ook voor AMOCO nog voor hij ging werken voor Pentagon Petroleum. AMOCO liet het contract over aan Triton Energy voor het in handen kwam van Mexpetrol. Volgens informatie van de goudmijngigant Goldex Resources was Realini een van de raadgervers van president Berger. Realini was lid van de Strategic Advisory Council. Indien hij nog steeds in die functie zit, ontkent hij het alvast. Pentagon Petroleum richtte het Canadese mijnbouwbedrijf Condor Resources op in 1998. In 2003 kreeg het bedrijf de vergunning in handen voor de goudreserves van 'El Pato' in Chiquimula. In 2004 kocht het Canadese Goldex Resources - ook opgericht door Pentagon Petroleum - de vergunningen over van Condor Resources. Desondanks bleven de operaties in handen van El Cóndor, dochteronderneming van Condor Resources. Volgens de United Nations Fund for Natural Resources Exploration is 'El Pato' een van de grootste goudreserves van Guatemala. Goldex Resources heeft ook nog de concessie 'Cerro de las Minas' in handen. Deze ligt in de buurt van 'El Pato'. Realini was een van de grote bazen bij Condor Resources, en van 1998 tot 2001 had hij een belangrijke functie bij Goldex Resources.

En alsof dat nog niet voldoende was. Realini blijkt ook nog voorzitter te zijn van het Guatemalteekse Comité voor Energie en Natuurlijke Rijkdommen en van de Guatemalteeks-Amerikaanse Kamer van Koophandel (Amcham). Een van de projecten van het Guatemalteekse Ministerie voor Energie en Mijnbouw in 2008 is de aanbesteding van 6 petroleumreserves. Eén daarvan is 'Piedras Blancas' in Ixcán. Een oppervlakte van 108 000 ha. geïdentificeerd onder 9-2007. Het delegatiebezoek in Canada doet vermoeden dat Quetzal Energy grote interesse zal hebben gezien de ervaring in de regio van haar directeur Realini.

De oorzaak van de armoede en het lijden van het Latijns-Amerikaanse volk is hun rijkdom

De recente geschiedenis heeft uitgewezen dat mijnbouw- en petroleumactiviteiten in Guatemala geen ontwikkeling noch vooruitgang brengen voor het volk. Integendeel, de betrokken gemeenschappen hebben vaak te leiden onder zware mensenrechtenschendingen als ze hun schaarse grondbezit willen beschermen. De Marlinmijn, het bekendste mijnbouwproject in Guatemala, heeft zijn dodentol geëist in de strijd tegen de Canadese mijnbouwgigant Glamis Gold, eigendom van GoldCorp Inc. 's werelds derdegrootste goudproducent. De nikkelmijn in El Estor (Izabal), eigendom van het toenmalige Eximbal, veroorzaakte in de jaren tachtig een ware slachtpartij onder de betrokken gemeenschappen. Vandaag is de concessie in handen van het Canadese Skye Resources dat nog steeds wordt gefinancierd door de betrokken partijen bij het vroegere Eximbal: de International Nickel Company (INCO) en la Compañía Guatemalteca de Niquel (CGN). CGN en Skye lieten begin januari op zeer brutale wijze meer dan 80 Q'eqchi'-families van hun gronden zetten. De Q'eqchí-boeren leefden in armoede, nu in extreme armoede.
Het verzet tegen de petroleumactiviteiten in Rubelsanto (Franja Transversal del Norte) eiste zijn dodentol.

Foto's: landontzetting van 80 Q'eqchí-families voor de Nikkelmijn in El Estor op 7 en 8 januari 2007 door James Rodríguez www.mimundo.org

 

De buitenlandse investeerders hebben het recht om 90% en meer van hun winsten mee naar huis te nemen. Afgezien van het feit dat zij Guatemala leegroven met hulp van de plaatselijke bourgeoisie en de politieke elite zetten ze de bevolking zonder enige vorm inkomen door hen hun gronden te ontnemen. Bovendien zijn de extractieve industrieën niet vies van geweld en mensenrechtenschendingen. Dat is ook de reden waarom ze graag akkoorden afsluiten met regeringen die het niet zo nauw nemen met democratie. Daarbij komt nog de onherstelbare ecologische schade.

Volgens het MER voor het Marlinproject ligt de mijn in gebied dat kan omschreven worden als halfwoestijn (semidesertico). In werkelijkheid voorziet het gebied duizenden mensen van drinkbaar water. Intussen werd reeds vastgesteld dat het drinkwater voor de omliggende gemeenschappen - opgepompt uit de rivieren - vervuild is met zware metalen. In Honduras wordt een identiek project door Glamis afgesloten. De mijnbouwactiviteiten worden stopgezet en van de sanering en herbebossing van het gebied is geen sprake meer. De inwoners van de omliggende gemeenschappen, vooral kinderen, zijn er ernstig ziek door de arseen- en loodconcentraties in hun bloed.

Eduardo Galeano vewoordde het meermaals: "De oorzaak van de armoede en het lijden van het Latijns-Amerikaanse volk is hun rijkdom"
"Onderontwikkeling is geen etappe op weg naar ontwikkeling, het is gewoonweg een historisch gevolg van de ontwikkeling van buitenlanders."

Petroleras y mineras canadienses presionan Por Luis Solano - Guatemala, 27 de octubre de 2007 http://www.albedrio.org/htm/articulos/ls-019.htm .
Een vertaling en bewerking van Dirk Govaert (Vlaams Guatemalacomité)

Deel dit artikel