Europese ministers bereiken akkoord biobrandstoffen

nofoodforfuel oxfamVandaag bereikten de Europese energieministers een akkoord over de hervorming van het biobrandstoffenbleid. Het akkoord schippert tussen het beschermen van de belangen van investeerders en de bezorgdheid over de klimaat- en hongerimpact van biobrandstoffen.

Een eerder voorstel in december vorig jaar stuitte nog op een blokkeringsminderheid. Samen met België verzetten Nederland, Luxemburg en Denemarken zich toen tegen het compromisvoorstel van Litouwen.

Sindsdien is druk onderhandeld onder leiding van het Griekse voorzitterschap om de laatste plooien glad te strijken. Dat is niet helemaal gelukt want lidstaten als Frankrijk, Spanje, Polen en een aantal andere Oost-Europese landen vinden dat ze genoeg toegiften hebben gedaan. Daartegenover staat dat België, samen met het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Ierland, verder willen gaan. Het beloven dan ook aartsmoeilijke onderhandelingen te worden met Commissie en Parlement die met dit akkoord aan de slag moeten.

Weinig ambitie

Het akkoord beperkt het gebruik van biobrandstoffen afgeleid van voedselgewassen tot 7%. Dat is aanzienlijk hoger dan de 5% in een eerder voorstel van de Commissie. De huidige regelgeving zegt dat 10% van alle brandstoffen voor transport in 2020 hernieuwbaar moeten zijn. Die doelstelling wil men vooral bereiken via biobrandstoffen.

Samen met milieuorganisaties, pleit 11.11.11 pleit voor een grondige hervorming van dat beleid omdat duidelijk is dat biobrandstoffen vaak voor meer broeikasgassen zorgen dan diesel of benzine. Dat is een gevolg van indirecte effecten omwille van de uitbreiding van landbouwactiviteiten om biobrandstoffen te produceren, de zogenaamde Indirect Land Use Change-effecten (ILUC). Het akkoord zwakt de garanties voor een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen af. Momenteel is het zo dat de Europese Commissie enkel rapporteert over de uitstoot als gevolg van ILUC. Om het beleid echt te verduurzamen moeten die effecten onderdeel zijn van de duurzaamheidcriteria die bepalen of biobrandstoffen al dan niet verkocht mogen worden aan de pomp.

Het nieuwe akkoord legt ook een norm vast voor zogenaamde 'geavanceerde biobrandstoffen' afkomstig van afvalproducten of residu's. Die norm is vastgelegd op 0,5%, maar lidstaten mogen die verlagen als ze daar 'goede redenen' voor hebben. Dat maakt dat deze biobrandstoffen, die niet concurreren met de toegang tot voedsel van mensen en werkelijk minder CO2 uitstoten, onvoldoende gestimuleerd worden.

Parlement moet zijn kans grijpen

Positief is dat er eindelijk terug beweging zit in het dossier. Het akkoord binnen de Raad betekent niet dat de broodnodige hervorming van het beleid helemaal rond is. De bal ligt terug in het kamp van het Parlement. Dat moet zich 'in tweede lezing' over het akkoord buigen en samen met de Commissie onderhandelen over een definitief akkoord. 11.11.11 rekent er dan ook op dat de pas verkozen parlementsleden hun verantwoordelijkheid zullen nemen om het onderste uit de kan te halen.

En België?

In december vorig jaar beloofde staatssecretaris Wathelet, die voor België in de raad zetelt, dat hij zou pleiten voor een duurzaam beleid en een zo laag mogelijk gebruik van biobrandstoffen afgeleid van voedsel. Vandaag herhaalde hij dat standpunt. Samen met het Verenigd Koninkrijk, Nederland en Ierland steunt België een verlaging van de 7%-norm. Het blijft belangrijk dat België samen met gelijkgestemde landen duidelijk maakt dat het biobrandstofbeleid dringend duurzamer moet en het recht op voedsel laat primeren. De uitdaging is om ook grote spelers als Duitsland, Frankrijk en Spanje daarvan te overtuigen.

Het wordt de hoogste tijd dat Europa luistert naar de groeiende consensus dat het stimuleren van biobrandstoffen afgeleid van voedsel een voorbijgestreefd beleid is dat geen antwoord is op de klimaatuitdaging en meer mensen in de honger duwt.Jan Van de Poel

Deel dit artikel