Guatemala graaft naar wortels politiek geweld

Vakbonden en boerenorganisaties in Guatemala staan sceptisch tegenover de "nationale dialoog" die de regering op 18 mei wil beginnen over de sociale problemen in het land. Het gaat om een belangrijk luik van de vredesakkoorden die in 1996 een einde maakten aan de burgeroorlog in het Midden-Amerikaanse land. Dat verschrikkelijke conflict had zijn oorsprong in de grote ongelijkheden in het straatarme land.


"De regering van Óscar Berger heeft het leiderschap niet dat nodig is om het nationaal akkoord rond te krijgen waarvan ze droomt", zegt Manuel Pablo Quino, bestuurssecretaris van de vakbondskoepel CGTG. "Guatemala is momenteel onbestuurbaar, en dat helpt dit plan niet vooruit."

President Berger wil op 18 mei een dialoog beginnen over thema's als landeigendom, armoede, gezondheid en de situatie van de Guatemalaanse indianen Ook bestuurlijke transparantie en het belastingsstelsel kunnen op de agenda komen.

De discussies over dat laatste onderwerp moet helpen duidelijk maken hoe Guatemala aan al het extra geld kan komen dat nodig is om de vredesakkoorden van 1996 uit te voeren. Die afspraken maakten een einde aan een burgeroorlog die 36 jaar aansleepte en 200.000 slachtoffers maakte. Om nieuwe conflicten te voorkomen, werden de ondertekenaars het eens de rechten van de grote inheemse minderheid beter te gaan respecteren, de democratische instellingen te versterken en werk te maken van de sociaal-economische ontwikkeling van het land en in het bijzonder van de platteland. Mar de uitvoering laat op zich wachten.

Rond de tafel zullen parlementsleden, andere politici, magistraten, vertegenwoordigers van sociale bewegingen, academici en economen plaatsnemen. De officiële uitnodigingen waren vrijdag nog altijd niet verstuurd.

De regering wil de in 2000 door de VN afgekondigde Millenniumdoelen als leidraad nemen. Die mikken onder meer op een halvering tegen 2015 van het aantal mensen dat in armoede leeft en honger lijdt. Volgens de overheid zit 56 procent van de Guatemalanen onder de armoededrempel. Eén op zes Guatemalanen moet rondkomen met minder dan een euro per dag.

De meer dan 6 miljoen indianen in het land - 41 procent van de bevolking - behoren tot de allerarmste bevolkingslagen. Om de wraakroepende achterstelling van de inheemse bevolking weg te werken, zal Guatemala sterk moeten veranderen. "We hebben een pluralistische en meertalige staat nodig", zegt Norma Quixtán, Secretaris voor de Vrede van de regering en een vooraanstaande vertegenwoordigster van de inheemse bevolking. "Het racisme is nog sterk aanwezig in het dagelijkse leven."

Ricardo Cajas, presidentieel commissaris tegen het Racisme, is het daar mee eens. "Guatemala werd op discriminatie gegrondvest, en alle staatsinstellingen zijn er nog van doordrenkt." Onder de 158 volksvertegenwoordigers bevinden zich maar 12 indianen. In de regering is alleen de minister van Cultuur van inheemse afkomst. Zes miljoen Guatemalanen spreken één van de 22 Maya-talen die in het land gebruikt worden, maar voor de overheid telt alleen Spaans.

De herverdeling van het grondbezit in Guatemala is een ander heet hangijzer. Volgens de VN bezat in 2000 1,5 procent van de bevolking 62,5 procent van alle grond. Volgens de vredesakkoorden moet daar verandering in komen - boeren die meer land kunnen bewerken, halen zich zelf uit de armoede.

Het grootgrondbezit maakt een duurzame vrede onmogelijk, waarschuwt Rosalina Tuyuc, verantwoordelijk voor de Nationale Commissie voor Schadeloosstelling. "Veel grond is in handen van mensen die niet werken, en veel mensen die werken, hebben geen grond," zegt Tuyuc, een indiaanse van het Mayavolk Kaqchikel.

Maar uiteenlopende initiatieven leverden de voorbije tien jaar nagenoeg niets op. De huidige regering, die iets meer dan twee jaar aan de macht is, liet het probleem helemaal verrotten, al maakten de ordediensten onder haar bewind 75 keer een einde aan landbezettingen door arme boeren. Bij sommige van die acties vielen verscheidene doden. Inheemse groepen en boerenvakbonden willen alleen aan de nationale dialoog deelnemen als de schuldigen voor die moorden gestraft worden.

Sommige waarnemers geloven dat de nationale dialoog een antwoord is op betogingen van boeren, studenten en leraars in heel het land. De betogers, die achter tal van sociale eisen opstapten, dreigden met een nationale opstand. Vice-president Eduardo beloofde sectoriële onderhandelingen op te starten over de eisen. (PD)

Deel dit artikel