Guatemalteeks genocidair onstsnapt aan het gerecht

Zaterdag 27 mei overleed Fernando Romeo Lucas García.
"Ik hoop dat er in het hiernamaals meer gerechtigheid bestaat ten aanzien van de slachtoffers" aldus Rigoberta Menchú, Nobelprijswinnares voor de vrede in 1992, na het vernemen van de dood van Romeo Lucas García."Het is betreurenswaardig dat de aardse wetten ontoereikend waren en zijn misdaden opgaan in straffeloosheid", voegt ze er nog aan toe. Rigoberta verloor haar vader onder Lucas García's bewind, toen de Nationale Politie (PNC) in 1980 de vreedzame bezetters van de Spaanse ambassade - arme landloze boeren die aandacht vroegen voor hun situatie - met vlammenwerpers te lijf ging.

Generaal Fernando Romeo Lucas García kwam in 1978 aan de macht aan de hand van frauduleuse verkiezen en gesteund door extreem rechtse partijen. Hij zette zijn broer generaal Benedicto Lucas García aan het hoofd van de Presidentiële Generale Staf (EMP). Dat EMP staat bekend als één van de belangrijkste architectenbureaus van de genocide in Guatemala. In 1982 werd hij door de staatsgreep van Efraín Ríos Montt van de macht gehaald.

Tijdens het schrikbewind van Lucas García nam het geweld en de repressie hallucinante vormen aan, zodanig zelfs dat zijn vice-president, Francisco Villagrán Kramer, in 1981 ontslag nam. De waarheidscommissie - in Guatemala de Commissie voor Historische Opheldering - wijst aan dat de zwaarste mensenrechtenschendingen door de Guatemalteekse staat tussen 1978 en 1985 gebeurd zijn. In die periode nam het geweld genocidaire vormen aan. Van de 200.000 officiële slachtoffers opgenomen in het rapport hebben er naar schatting zo'n 132.000 het leven verloren tijdens het bewind van Lucas García en Ríos Montt.
De oude leiders van extreem rechts betreuren de dood van Lucas García: "Tijdens zijn mandaat boekte het land grote vooruitgang, dat was te merken aan bouwerken zoals de Chixoy-dam, de haven Puerto Quetzal en de weg naar Antigua", aldus Leonel Sisniega Otero. Sisniega vergeet er wel bij te vermelden dat voor de bouw van de dam op de Chixoy-rivier gruwelijke massamoorden gepleegd zijn om de gemeenschappen van hun gronden te ontdoen.

De dood van Lucas García wekt enige teleurstelling bij de mensenrechtenorganisaties. De man is één van de zes beschuldigden voor genocidepraktijken door het Spaanse Hooggerechtshof na een aanklacht door de Stichting Rigoberta Menchú. Op 19 juli zal een rogatoire commissie van het Spaanse gerecht naar Guatemala trekken om de beschuldigden te ondervragen. Afgezien van Lucas García zijn ook Efraín Ríos Montt, Óscar Mejía Víctores, Germán Chupina Barahona, Donaldo Álvarez Ruiz en Pedro García Arredondo in beschuldiging gesteld. Intussen zal Ríos Montt zich rustig opnieuw kandidaat stellen voor de presidentsverkiezingen van volgend jaar, terwijl zijn advocaten er voor zorgen dat hij nog niet hoeft ondervraagd te worden. "Het moet heel frustrerend zijn voor de familieleden van de slachtoffers als gevolg van een militair schrikbewind om de verantwoordelijke niet op het beschuldigdenbankje te zien zitten", aldus Carmen Aída Ibarra van de Stichting Myrna Mack.

Loontje komt om zijn boontje:
Niettegenstaande dat het een magere troost is blijkt dat de Guatemalteekse dictators niet echt ongestraft dit aardse leven verlaten. Lucas García stierf in Venezuela waar hij sinds kort na de staatsgreep van Montt in ballingschap leefde. Hij werd al jaren geplaagd door ziektes zoals diabetes, zware infecties op de urinewegen, hersenatrofie en Alzheimer. De doodsstrijd van Lucas García was reeds bezig sinds 2004. Enkele jaren geleden overleed een ander militair despoot uit de Guatemalteekse geschiedens na een zware doodsstrijd, generaal Carlos Arana Osorio. Zijn bijnaam was de beenhouwer van Zacapa omwille van zijn gruwelijk bewind.

Prensa Libre 29/05/2006

Deel dit artikel