Het grootste politiearchief van Latijns-Amerika

In de maand juli 2005 ontdekte Sergio Morales, de Procureur voor de Mensenrechten, een geheim archief van de nationale politie in zone 6 van de hoofdstad. Later kwamen nog meer vondsten boven water, zodat hij kon stellen dat dit het grootste politiearchief van Latijns Amerika is. Eén van zijn medewerksters die instaat voor Studies en Analyses van het secretariaat verklaarde dat op de achterkant van officiële documenten commentaren geschreven werden die te maken zouden hebben met de politieke activiteiten van de persoon in het document. Zoals bijvoorbeeld op de fiche van een huidig parlementslid, waar bijgepend was: “communist”. Gustavo Meoño, die de vervolging tegen enkele militaire en civiele beulen uit de tijd van de genocide opvolgde voor de Stichting Rigoberta Menchú en sinds een aantal maanden voltijds het ontdekte archief uitpluist, stuurde op 15 december vorig jaar een emotionele brief naar zijn vrienden en medewerkers over de wereld. Hieronder drukken we zijn brief af.

Ik schrijf deze lijnen om 4 uur ’s morgens, terwijl ik eigenlijk in mijn bed zou moeten liggen na een lange, intensieve en zware dagtaak. Maar ik voel in mij de diepe drang om aan mijn vrienden de gebeurtenissen van een historische dag mee te delen.

Zoals de meesten al weten, aanvaardde ik op 1 september de uitnodiging van de Procureur van de Mensenrechten om het project voor de Recuperatie van het Historische Archief van de nationale politie te leiden. Ongeveer twee maanden eerder had de Procureur voor de Mensenrechten bij toeval een reusachtige berg historische archieven ontdekt in zone 6 van de hoofdstad. Opgestapeld vormen de documenten, alles samen goed voor ongeveer 50 miljoen bladen, een toren van vier en een halve kilometer. Daarin ligt een groot deel van de geschiedenis van de woelige Guatemalteekse 20ste eeuw opgeslagen. De documentatie spreidt zich inderdaad uit vanaf de laatste jaren van de 19e eeuw tot en met 2005. De uitdaging waar ik nu voor sta, bestaat erin het team te leiden dat deze zee van documenten moet bewaren. Daarbij sta ik voor de reusachtige taak om de kern van al dat papierwerk te digitaliseren en de analyse te organiseren van de informatie en het onderzoek die daaruit zullen voortspruiten. Op het einde zal een verslag gemaakt worden dat een substantiële bijdrage zal leveren aan de herinnering, de waarheid en de gerechtigheid.

Na drie en een halve maand werk heb ik heel veel mee te delen aan al diegenen die ongetwijfeld het unieke en transcendentale belang van deze ontdekking erkennen. Ik garandeer dat ik deze intense belevenissen geleidelijkaan zal vertellen opdat jullie ze zouden kennen. Maar ik wil nu al de feiten vermelden van gisteren, die een grote betekenis hebben.

Om te beginnen ging een rechter akkoord met een verzoek van de Procureur van de Mensenrechten, waarbij hij het sluiten van het archief beval om het verloop van het onderzoek van de mensenrechten te garanderen. Deze maatregel staat zowat gelijk aan een juridische exclusiviteit van deze miljoenen documenten voor de Procureur van de Mensenrechten. Daardoor wil men de manoeuvres van de regering neutraliseren. Die probeert het onderzoek te dwarsbomen of te verhinderen. Op zichzelf betekent de beslissing van de rechter al een resultaat zonder voorgaande. Maar de zaak is daar niet bij gebleven.

Samen met die gerechtelijke actie bereidden we gisteren de verhuis voor van enkele andere archieven naar het centrale archief: vijf van de veertien andere archieven van de nationale politie die de Procureur van de Mensenrechten vond in verschillende hoofdplaatsen van departementen en gemeenten. Met een complexe operatie van logistiek en beveiliging legden we beslag op de archieven uit Escuintla, Sacatepequez, Amatitlán, San Miguel Petapa en van het oude Eerste Korps van de nationale politie, gelegen op de avenida Bolívar in de hoofdstad. Zo groeide het historische archief aan met nog enkele miljoenen documenten, waarin zeker nog onschatbare informatie te vinden zal zijn.

Maar het belangrijkste van heel deze ingreep was zodanig voorbereid dat we konden uitvallen bij verrassing. Sinds ik in september begon aan mijn taak heb ik gemerkt dat in het archief de paperassen ontbraken over het Tweede Korps van de nationale politie. Dat was een zeer ernstig gemis, omdat dat korps de sleutel vormde van de repressie die de politie uitoefende in de tweede helft van de vorige eeuw. En nog erger was het ontbreken van de documentatie van het obscure “Comando 6”, dat functioneerde tot maart 1982 als deel van het Tweede Korps. Op dat ogenblik besloten we geen woord te zeggen over het ontbreken van die zo belangrijke en gevoelige informatie, in afwachting van het geschikte moment om ons meester te maken van die archieven.

Dat ogenblik kwam gisteren. Totaal onverwacht ging de Procureur naar het aftandse gebouw dichtbij de kerk La Merced, waar tegenwoordig het commissariaat 11 van de Nationale Civiele Politie zetelt. Eerst ontkenden de verantwoordelijken dat het archief dat bestond. Maar na veel aandringen en druk uitoefenen werden de eerste stapels documenten overgedragen aan de Procureur. Maar we gaven ons niet gewonnen en gingen door met zoeken in alle vergeten hoeken van dat lugubere gebouw, waarbij we zelfs enkele houten planken uitbraken die de toegang blokkeerden tot een donker en zeer vervuild deel van de derde verdieping.

En daar, onder een berg vuilnis, stof en oude niet meer bruikbare spullen, ontdekten we een onbeschrijflijke hoeveelheid documenten. Meer dan zeven uur waren we zoet met het vullen van ongeveer vijfhonderd plastic zakken met een capaciteit van vijftig kilo elk. We transporteerden de documenten naar het centrale archief. We vormden een indrukwekkende menselijke ketting, van bijna vijftig personen, om de documenten uit hun schuilplaats te halen, ze in de zakken te stoppen, ze vervolgens over te hevelen doorheen de lange gangen van het gebouw en ze zo op de vrachtwagen te laden. Tegen 8 uur 's avonds hadden we een grote camion overvol geladen. Met dezelfde menselijke ketting verplaatsten we ons in karavaan achter de camion, om de hele vracht uit te laden in het archief van zone 6. Die avond laat moesten we het werk onderbreken omdat we totaal uitgeput waren. We lieten een wachtpost van de Procureur van de Mensenrechten achter voor de ganse nacht en vandaag gaan we de overheveling voortzetten. Er blijft in het commissariaat 11 minstens nog een derde van de documentatie van het Tweede Korps over, tenminste indien we tijdens de dagtaak niet nog meer materiaal vinden.

De eigenlijke uitdaging begint nu pas, nu we gaan onderduiken in deze oceaan van papier. Het is onmogelijk ons in te denken wat we daar gaan vinden, maar er bestaat geen twijfel over dat de informatie van onschatbare waarde is om eindelijk de versie te kennen van de beulen. Alles wijst erop dat er geen enkele vorm van selectie of uitzuivering van documenten plaatsgevonden heeft. Ik vertel jullie er nog meer over. Op dit ogenblik voel ik alvast de enorme voldoening om jullie dit alles mee te delen.

Met broederlijke groeten,

Gustavo Meoño

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel