Indianenvrouwen verkracht door Mexicaanse soldaten

Bij het gerecht kregen ze het deksel op de neus, en ze zijn met de dood bedreigd, maar Inés Fernández en Valentina Rosendo zetten door. De twee inheemse Mexicanen zijn in 2002 verkracht door militairen en brachten hun zaak nu voor het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten.


Inés Fernández, een Tlapaneca-indiaanse, werd verkracht in maart 2002. Soldaten waren haar huis binnengekomen en eisten informatie over de herkomst van het stuk rundvlees dat ze aan het bakken was. De vrouw, die toen achttien was, kon niet antwoorden omdat ze geen Spaans spreekt. Een van de militairen verkrachtte daarop de vrouw, voor de ogen van haar vier kinderen.

Met Valentina Rosendo, eveneens een Tlapaneca-indiaanse en eveneens minderjarig op het moment van de feiten, gebeurde een maand voordien iets gelijkaardigs. Toen ze kleren waste, kwam een groep soldaten binnen die haar ondervroeg zonder dat ze kon antwoorden. Enkele minuten later verkrachtte een van de militairen haar.

Klachten zonder effect
Fernández en Rosenda wonen in de deelstaat Guerrero, in het zuiden van het land. Het Mexicaanse leger is er zeer actief - om drugshandelaars en guerrillacellen te bestrijden, zegt de overheid. Maar geregeld worden misbruiken gesignaleerd, zeggen mensenrechtenorganisaties. Klachten bij justitie hebben weinig of geen effect.  

“Met de ordehandhaving als excuus schendt de overheid zonder scrupules de mensenrechten” van de plaatselijke boeren, meestal indianen, zegt Vidulfo Rosales, juridisch coördinator van het Mensenrechtencentrum Tlachinollan. De zaken van Fernández en Rosendo zijn daar voor hem een duidelijk voorbeeld van.Beide zaken werden aangegeven bij lokale autoriteiten. Maar tijdens het onderzoek en het proces bleven de deskundigen niet bij de les, was er een duidelijk gebrek aan interesse om bewijzen te verzamelen en werden de slachtoffers gediscrimineerd, “zaken die niet ongewoon zijn voor Mexicanen”, zegt Vidulfo Rosales.

Na drie maanden verwees de burgerlijke justitie de zaken naar een militaire rechtbank. Die zei dat er onvoldoende bewijzen waren en sloot de zaken in 2006.

Zware kritiek
De militaire rechtbank kreeg daarvoor zware kritiek. In het parlement en zelfs in regeringskringen erkende men dat een herziening van het proces nodig was, maar tot dusver bleef dat dode letter.

Ondanks doodsbedreigingen brachten beide vrouwen hun zaak voor het Inter-Amerikaanse Hof voor de Mensenrechten. Deze maand (mei) werd de zaak van Inés Fernández aanvaard. De verwachting is dat dit ook voor Valentina Rosendo gebeurt.

Het Inter-Amerikaanse Hof, met zetel in Washington, oordeelde in de zaak-Fernández dat de Mexicaanse staat tekort was geschoten en de vrouw geen eerlijk proces had gekregen.

“We verwachten van het Hof dat het er in slaagt recht te laten geschieden voor deze vrouwen, dat de schuldigen voor de verkrachtingen niet ongestraft blijven”, zegt Vidulfo Rosales. “We hopen ook op een uitspraak die veranderingen kan teweegbrengen bij de militaire justitie.”

Elf indianen geëxecuteerd
Mensenrechtengroepen zeggen dat de militaire misbruiken in Guerrero zijn toegenomen sinds 1998, toen in het dorp El Charco elf indianen vermoord zijn door het leger. Volgens de officiële versie schoten guerrillero’s toen vanuit een school op de militairen. Overlevenden van het bloedbad verklaarden dat niemand in de school wapens had, dat niemand zich verzette toen het leger hen vroeg naar buiten te komen en dat de elf geëxecuteerd werden.

In februari van dit jaar werden de levenloze lichamen van twee inheemse leiders gevonden. De twee hadden een organisatie die talrijke bewijzen van militaire misbruiken verzameld. Hun lichamen lagen in de buurt van Charco en de plaats waar Fernández en Rosendo verkracht werden.

BRON:
http://www.ipsnews.be

Deel dit artikel