Inheemse kennis 'lenen' kost farmaceutische bedrijven straks geld

paris polyphylla
Het Nagoya-protocol uit 2010 beschermt bezitters van eeuwenoude kennis over planten, dieren en natuurgeneeswijzen tegen biopiraterij door grote farmaceutische bedrijven. Hoewel het verdrag in de praktijk nog weinig verschil maakt, werken diverse landen – waaronder Brazilië – aan nieuwe wetgeving.
 




Mote Bahadur Pun uit het West-Nepalese district Myagdi, kweekt al langer dan twintig jaar 'Paris polyphylla', een kruid uit de Himalaya dat gebruikt wordt tegen pijn, brandwonden en koorts. Elk half jaar komen een paar Chinezen bij hem langs om een flink aantal kilo's te kopen. Hij krijgt 'een rond bedrag' van zo'n 5000 of 6000 Nepalese roepies (ongeveer 40 euro).

Wat de handelaren doen met het kruid, weet Pun niet. Als hij hoort dat Paris polyphylla op de lijst met kwetsbare soorten van de International Union for the Conservation of Nature (IUCN) staat, kijkt hij glazig. "Dit is een medicinaal kruid, dus ik neem aan dat ze er medicijnen van maken", zegt hij.

Handel in Paris polyphylla is verboden, omdat het kruid groeit in Annapurna, het grootste beschermde gebied in Nepal dat meer dan 7600 vierkante kilometer telt. Puns kopers zijn of onwetend, of onverschillig over het feit dat Paris polyphylla eeuwenoude inheemse kennis vertegenwoordigt en daarom beschermd wordt door een weinig bekend internationaal verdrag: het Nagoya-protocol.

Uitbuiting

Tijdens de tiende Biodiversiteitsconferentie (COP10) in Japan in 2010, is besloten dat bedrijven die gebruik maken van genetisch materiaal uit de natuur, hun winst eerlijk moeten delen. Daarmee moet voorkomen worden dat mensen zoals Pun uitgebuit worden door handelaren die traditionele kruiden kopen voor een schijntje en er vervolgens grote winst mee maken in de cosmetica- of medicijnenindustrie. Onder het verdrag vallen niet alleen kruiden, maar ook andere planten, dieren en micro-organismen.

Hoewel het akkoord omvangrijk is, bleek het tot nu toe vooral een dode letter. Tijdens de recente Biodiversiteitsconferentie (COP12) in Pyeongchang in Zuid-Korea, pleitten experts ervoor het verdrag tot het middelpunt te maken van pogingen om de biodiversiteit wereldwijd te behouden. Met steun van 54 landen, 4 meer dan de verplichte 50, werd besloten dat het Nagoya-protocol een cruciaal onderdeel wordt van de ontwikkelingsagenda na 2015.

Volgens milieuactivisten en wetenschappers, kan het Nagoya-protocol biopiraterij, het misbruik van inheemse kennis via internationale patentsystemen, tegengaan. Van biopiraterij profiteren vooral grote multinationals in rijke landen.

Onder het Nagoya-protocol moet een farmaceutisch bedrijf dat bijvoorbeeld medicijnen verkoopt die op kruiden gebaseerd zijn, een deel van de winst afstaan aan het land waaruit de grondstof of traditionele kennis over het gebruik en beheer ervan afkomstig is.

Het is de bedoeling dat de landen met deze inkomsten natuurbeheer financieren. Het verdrag bevat ook bepalingen die bevolkingsgroepen of landen een middel in handen geven om het gebruik van een bepaalde grondstof te beperken.

Rubberhandel


Het verdrag kan biopiraterij tegengaan zoals bijvoorbeeld in 1870, toen de Britse onderzoeker Henry Wickham 70.000 zaden van de rubberboom uit Brazilië smokkelde. De zaailingen gingen naar plantages in Zuid en Zuidoost-Azië, waarmee het Braziliaanse monopolie op de rubberhandel verloren ging.

Bijna een eeuw later, rond 1970, werd Brazilië opnieuw slachtoffer van biopiraterij toen het Amerikaanse farmaceutische bedrijf Squibb gif uit de tanden van de jararaca, een soort adder, gebruikte in captopril, een middel tegen hoge bloeddruk. Volgens de krant New York Times verdiende het bedrijf met het medicijn 1,6 miljard dollar in 1991. Brazilië zag echter niets terug van die winst.

Het potentiële succes van het verdrag hangt af van de steun die het internationaal krijgt. Tot nu toe heeft twee derde van de partijen van de Conventie inzake Biologische Diversiteit (CBD) het verdrag nog niet geratificeerd. Een gemiste kans, vinden sommigen. "Het Nagoya-protocol kan helpen de kosten van natuurbeheer te verlagen", zegt Braulio Ferreira de Souza, secretaris van de CBD. Dat kan echter alleen als landen het verdrag juridisch bindend maken.

Brazilië, dat met het grootste regenwoud in de wereld een rijke bron van genetisch materiaal in handen heeft, moet zijn gewicht nog in de strijd gooien. Als dat gebeurt, zeggen experts, kunnen drie miljoen inheemse Brazilianen in het Amazonegebied profiteren van het verdrag.

Roberto Cavalcanti, secretaris voor biodiversiteit op het Braziliaanse ministerie van Milieu, zegt dat wetgeving op dit gebied momenteel bij het Congres ligt. "Als deze wetgeving, die toegang tot natuurlijk materiaal en deling van winst regelt, wordt aangenomen, hebben we een goede juridische basis om het protocol te kunnen ratificeren", zegt hij.

De Braziliaanse overheid is al begonnen met het informeren van inheemse bevolkingsgroepen over de gevolgen van het Nagoya-protocol en de mogelijke economische voordelen ervan voor toekomstige generaties.

Geldgebrek


Verschillende andere landen hebben meer moeite om de weg vrij te maken voor ratificering van het protocol. Dat komt voornamelijk door een gebrek aan technische en financiële capaciteit.

Afgelopen juni organiseerde de CBD een workshop in Oeganda, waar verschillende Afrikaanse landen werden voorgelicht over het verdrag en de werking ervan. Vertegenwoordigers uit landen zoals de Democratische Republiek Congo, die een rijke biodiversiteit kennen, waren bij de workshop aanwezig. Zij gaven aan dat het moeilijk is internationale akkoorden te implementeren, vanwege een gebrek aan geld en technische kennis.

De Global Environment Facility (GEF) zegt echter bereid te zijn ontwikkelingslanden te ondersteunen bij het proces. Het fonds heeft 15 miljoen dollar gereserveerd voor implementatie van het Nagoya-protocol. Landen moeten echter wel zelf het initiatief nemen en met goede plannen komen, zegt Nayoko Ishii, voorzitter en directeur van de GEF. Een van de landen die dat deed, is Panama. Dat land kreeg 4,4 miljoen dollar uit het Implementatiefonds voor het Nagoya-protocol (NPIF) van de GEF, voor implementatie van wetgeving tegen biopiraterij.



BRON:IPS

Deel dit artikel