IPS: Nieuw fonds helpt inheemse groepen met landrechten

  peru waterbetoging

[In februari 2012 startte in Peru de 'Marcha del agua'. Een protestmars tegen het Conga mijnproject - foto: Catapa]


Er komt een nieuw internationaal fonds om inheemse groepen te helpen met het verkrijgen van officiële landrechten.  



Daarmee hopen de oprichters conflicten te voorkomen die ontstaan wanneer land, waar inheemse mensen wonen, wordt bestemd voor mijnbouw of andere ontwikkelingsprojecten. Dit zou bovendien ook helpen in de strijd tegen ontbossing en daarmee ook klimaatverandering.

Het nieuwe instituut, de International Land and Forest Tenure Facility (Internationale Voorziening voor Land- en Bosbezit), wordt geleid door het Rights and Resources Initiative (RRI), een coalitie in Washington, maar het fonds zal onafhankelijk opereren. De Zweedse regering maakt volgende week tijdens de klimaattop in New York waarschijnlijk officieel bekend te zorgen voor het startkapitaal van 15 miljoen dollar (11,6 miljoen euro).


Wijdverbreide boskap


"Het gebrek aan duidelijke rechten voor het bezitten en gebruiken van land schaadt miljoenen bosbewoners en heeft een enorme illegale boskap mogelijk gemaakt", zei Charlotte Petri Gornitzka, de Zweedse directeur-generaal voor ontwikkelingssamenwerking, woensdag. "Duidelijke en gewaarborgde landrechten maken een duurzame economische ontwikkeling mogelijk, het vermindert de gevolgen van klimaatverandering en het is een voorwaarde voor hoognodige duurzame investeringen."

Volgens de Zweedse directeur-generaal blijkt uit onderzoek dat er veel minder ontbossing is in gebieden die onder sterk toezicht staan van lokale gemeenschappen, vergeleken bij bossen die worden beheerd door de regering of door bedrijven.


Ongekende steun


"Er is tegenwoordig een ongekende steun voor deze zaak", zegt Andy White van RRI, "vanuit regeringen, private investeerders en de lokale bevolking. Maar er is tot nog toe geen enkel mechanisme dat zich hier helemaal op richt. De Wereldbank en de VN ploeteren voort, maar een centraal punt voor coördinatie, en niet te vergeten strategische financiering, is er niet."

Vorig jaar hadden inheemse groepen en lokale gemeenschappen wereldwijd ongeveer 513 miljoen hectare bos in beheer. Maar driekwart van alle bossen was nog in beheer van landelijke overheden. Maar door verschillende trends is de druk op ontwikkelingslanden simpelweg te hoog geworden om agressieve exploitatie van grondstoffen tegen te gaan, zeggen deskundigen.

Volgens hen is het grootste deel van het platteland wereldwijd niet in kaart gebracht en tevens betwist. Om dit te veranderen, is politieke wil nodig, maar ook geld. Met nieuwe technologie is dat wel goedkoper geworden, maar nog steeds zou het voor landen als India of Indonesië minstens 500 miljoen dollar kosten (390 miljoen euro) om inheemse landrechten te formaliseren.


Proefprojecten


De nieuwe organisatie zal eind 2015 volledig operabel zijn en samenwerken met overheden en bedrijven. Tot die tijd begint het, met steun van de Zweden en van andere regeringen, al aan enkele pilotprojecten, waarschijnlijk in Indonesië, Kameroen, Peru en Colombia. Dat zijn landen waar de bossen sterk onder druk staan. Zo heeft Peru zo'n tweederde van het Amazonewoud geleased aan olie- en gasbedrijven, ook al overlapt het gebied voor meer dan 70 procent met inheemse gemeenschappen.

"Als we dit niet aanpakken, zullen we tegen conflicten aan blijven lopen, elke keer als we grondstoffen willen delven of land willen ontwikkelen", aldus White. "De penetratie van mondiaal kapitaal in afgelegen gebieden heeft nu een punt bereikt dat conflict overal uitbreekt."

"Veel problemen worden veroorzaakt door de private sector, maar tegelijkertijd lopen zij ook enorme risico's op het gebied van reputatie en financiën als ze investeren in gebieden met onduidelijke eigendomsrechten. Dit erkenen bedrijven steeds meer, en dat is een van de belangrijkste veranderingen van tegenwoordig."


BRON: IPS

11.be:

Deel dit artikel