IPS: Ontwikkelingsproject tast sociaal weefsel in Haïti aan

IpsnewsPORT-AU-PRINCE, 15 januari 2013 -  Een ontwikkelingsprogramma in Haïti waarbij geld van de Wereldbank rechtstreeks naar de gemeenschap gaat, lijkt het sociale weefsel aan te tasten in plaats van het te versterken.

Ghazala Mansuri en Vijayendra Rao, twee economen van de Wereldbank, stippen aan dat de mensen en organisaties die het meest profiteren van CCD-projecten (zeg maar ontwikkelingsprojecten van onderuit) in arme landen diegene zijn die al macht hebben op lokaal niveau.

"Enkele rijke mannen, vaak ook met politieke connecties, nemen doorgaans de beslissingen op gemeenschapsniveau", schreven de onderzoekers vorig jaar in een paper. Dit fenomeen stond als risico beschreven in de eerste documenten over het bewuste ontwikkelingsprogramma Prodep.

Hoewel Haiti Grassroots Watch (HGW) niet alle projecten in het zuidoostelijke departement tegen het licht kon houden, vond ze bewijzen en veel aanwijzingen dat projecten door de elite werden gekaapt.

Gedeputeerden

"Wanneer iemand een project krijgt toegewezen, is het niet alleen om geld te verdienen. Mensen beginnen dan ook plannen te maken om gedeputeerde of burgemeester te worden", meent Elace Dirou, landbouwer en lid van de Coördinatie van Organisaties in Bainet.
De nationale directeur van Prodep, Michael Lecorps, pochte zelfs over het fenomeen. Op een persconferentie in juli zei hij: "Heel wat mensen zijn gedeputeerde geworden dankzij Prodep. Ze hebben zich tot leiders ontpopt."

Andere partners van Prodep vinden het geen goede zaak dat geld van de Wereldbank wordt gebruikt om politieke machtbastions te consolideren.

Landbouwer Emile Theodore uit Anba Grigri, waar HGW enkele projecten van Prodep onderzocht, betreurt dat er op deze manier "politiek kapitaal" wordt opgebouwd en dat er plots tientallen organisaties in het leven worden geroepen om achter de fondsen aan te gaan.


Solidariteit verloren

In de regio Bainet heeft de methode van Prodep ook authentieke en reeds bestaande organisaties geschaad. Dirou hekelt dat "de komst van deze projecten in onze gemeenschappen eigenlijk organisaties heeft kapotgemaakt en mensen tegen elkaar heeft opgezet."

De economen Mansuri en Rao zijn het grotendeels eens met Dirou. "Organisaties die binnen een gemeenschap ontstaan, maken deel uit van sociale bewegingen. Maar organisaties die in het leven worden geroepen, zijn meestal uit op geld en andere materiële voordelen", schreven ze in 2011.
Antropoloog Mark Schuller heeft zulke maatschappelijke veranderingen in Haïti sinds 2001 gedocumenteerd. "Met de instroom van ngo's en projecten, verliezen mensen hun gevoel van solidariteit. Ngo's zijn gebaseerd op contracten en geld", meent de hoogleraar van de Universiteit van Illinois en de Staatsuniversiteit van Haïti.

Schuller betreurt ook de afhankelijkheid die hij vaststelt. "Omdat het buitenlanders zijn die helpen, verliezen de mensen hun geloof in de Haïtianen. Ze zeggen dat Haïtianen niets kunnen omdat de ngo al het werk doet in hun buurt."

 

Corrupte staat

Een ander kwalijk gevolg is dat de Haïtiaanse staat opzettelijk ondermijnd wordt. Al vele decennia verloopt de ontwikkeling en noodhulp bijna volledig buiten de Haïtiaanse staat om, die veel buitenlandse regeringen en agentschappen bestempelen als corrupt en inefficiënt.

Klopt, zeggen de economen van de Wereldbank. Ze merken op dat CDD-projecten zoals Prodep ook beter functioneren in samenwerking met lokale regeringen. Maar Prodep was specifiek ontwikkeld om de fondsen niet langs de overheid te laten verlopen.

De budgetten van lokale autoriteiten in Haïti verbleken overigens bij het geld waarmee de Wereldbank via Prodep zwaait. In 2008 kregen zes Prodep-projecten in Anba Grigri samen bijna 75.000 euro, terwijl de gemeenteraad voor het hele jaar beschikte over een budget van 5000 euro.

Volgens Mansuro en Rao heeft de Wereldbank in het voorbije decennium ongeveer 60 miljard euro besteed aan participatieve ontwikkelingsprojecten wereldwijd. Minstens 45 miljoen euro ging naar Haïti.


Mislukte projecten

Is de ervaring in Haïti geslaagd? Volgens de eigen doelstellingen van de Wereldbank wel. Ze meldt dat de projecten onder andere hebben geleid tot de bouw of het herstel van 785 kilometer wegen, 444 waterverdeelpunten en 448 klaslokalen. Maar wat met de 20 à 30 procent van de projecten die mislukt zijn en zichtbare schade aan het sociale weefsel en de reeds bestaande organisaties hebben berokkend?
Diego Arias Carballo, landbouweconoom bij de Wereldbank, benadrukt dat de ngo's die de implementatie doen ook technische bijstand en training verschaffen. Hij voegt er nog aan toe dat er een herstructureringsplan komt om problematische projecten te helpen hun vooropgestelde doelstellingen te halen, vooraleer de financiering van de projecten afloopt in juni 2013.


Deel dit artikel