JMP 2011: de Millenniumdoelstelling voor drinkwater verder onder de loep

pompHet JMP-rapport dat UNICEF en de Wereldgezondheidsorganisatie WHO ("Joint Monitoring Programme for Water Supply and Sanitation") uitbrachten in 2010, was zeer optimistisch: de toegang tot drinkwater was gestegen van 77% in 1990 naar 87% in 2008, wat de wereld goed op weg zette om het subdoel van MDG7 voor drinkwater van 89% te halen tegen 2015.

"Het werkelijke percentage van mensen met een duurzame toegang tot veilig drinkwater ligt waarschijnlijk aanzienlijk lager", is de conclusie van een tussentijds rapport dat verscheen op 20 december 2011, en de statistieken uit het voorgaande rapport onder de loep neemt.

De JMP-indicator voor drinkwater, "gebruik van een verbeterde bron van drinkwater", geeft geen informatie over de duurzaamheid van de toegang, noch over de kwaliteit van het drinkwater, stelt het rapport. Verder verhult het cijfermateriaal dat gebruikt is voor de voortgangsrapporten, gebaseerd op nationale gemiddelden, de situatie van de armen en de traditioneel uitgesloten bevolkingsgroepen.




Hardnekkige ongelijkheden

Het aandeel van de bevolking dat toegang heeft tot een verbeterde bron van drinkwater verschilt sterk per land en per regio. Sub-Saharisch Afrika hinkt achterop en zal de Millenniumdoelstelling voor drinkwater zeker niet halen: in 2008 had slechts 60% van de totale bevolking er toegang tot een verbeterde bron van drinkwater, terwijl dat tegen 2015 75% zou moeten zijn.
Tussen 1990 en 2008 boekten de Sub-Saharische landen nochtans aanzienlijke vooruitgang en verschaften ze aan 237 miljoen mensen toegang tot een verbeterde bron van drinkwater. De sterke bevolkingstoename in deze landen weegt echter zwaarder door dan de geleverde inspanningen. De bevolking groeide aan met 304 miljoen mensen, wat het aantal mensen zonder toegang alsnog met 67 miljoen deed stijgen ten opzichte van 1990.

Sub-Saharisch Afrika en de ander lage-inkomenslanden boekten beduidend minder vooruitgang dan de midden-inkomenslanden, die reeds ruim de MDG voor drinkwater realiseerden. Slechts 42% van de officiële ontwikkelingshulp gaat naar de minst ontwikkelde landen – oorzaak van de beperkte vooruitgang aldaar, stelt het rapport.

In alle ontwikkelingslanden heeft men op het platteland relatief gezien minder toegang tot drinkwater dan in de stad. Hoewel deze kloof over het algemeen aanzienlijk verkleinde sinds 1990, blijft de ongelijkheid in sommige regio's groot, zoals in Sub-Saharisch Afrika, West-Azië en een aantal Latijns-Amerikaanse landen.

Ondanks de serieuze achterstand op het platteland, wordt bijna 2/3 van de officiële ontwikkelingshulp voor drinkwater en sanitatie besteed aan geavanceerde stedelijke systemen, en niet aan basissystemen op het platteland. In de periode 2003-2008 werden de budgetten voor deze systemen teruggeschroefd van 27% naar 16%, dit terwijl meer dan 80% van de resterende 884 miljoen mensen op de wereld zonder verbeterde toegang tot drinkwater op het platteland woont.

Ook is er in alle landen een kloof tussen arm en rijk, stijgt de toegang tot een verbeterde bron van drinkwater met de welvaart en is de toegang tot leidingwater veel hoger onder de rijkere bevolkingslagen.


Drinkwaterkwaliteit

De JMP beschikt niet over de nodige gegevens om een globale balans te kunnen maken van de kwaliteit van het drinkwater afkomstig van verbeterde bronnen, maar uit onderzoek in 5 landen blijkt dat het aandeel van verbeterde drinkwaterbronnen die veilig drinkwater leveren, conform met de aanbevelingen van de Wereldgezondheidsorganisatie, sterk varieert.

De kwaliteit van het leidingwater werd over het algemeen vrij goed bevonden, met een betrouwbaarheid van 89%. 1/3 van de boringen met pomp en beschermde bronnen, en 2/3 van de open waterputten met deksel bleek echter verontreinigd.
Als je de kwaliteit van het drinkwater als integraal onderdeel van de MDG-indicator zou beschouwen, dan zouden de JMP-statistieken van 2008 er minder rooskleurig uitzien, met een daling van 16% voor Nicaragua, 11% voor Ethiopië, 10% voor Nigeria en 7% voor Tadzjikistan, aldus het rapport.

Aangezien waterputten en beschermde bronnen in eerste instantie in rurale gebieden worden gebruikt, slaan deze negatieve cijfers dan ook voornamelijk op de onrustwekkende realiteit op het platteland.



Duurzaamheid

"Verbeterde drinkwaterbronnen" moeten betrouwbaar zijn en duurzaam in de tijd, maar in de realiteit zijn ze dat vaak niet. Heel wat drinkwatervoorzieningen zijn niet operationeel of leveren een onderbroken service, omwille van een gebrek aan technische knowhow, aan reserveonderdelen en gereedschap, aan duurzame financieringsmechanismen,...

Bovendien neemt de druk op onze drinkwatervoorraden toe, voornamelijk in gebieden waar de bevolking sterk aangroeit, steden snel uitbreiden, landbouw- of industriële activiteiten het beschikbare water opeisen, en de impact van de klimaatverandering voelbaar is. Het is dan ook van uiterst belang de watervoorraden op een efficiënte en duurzame manier te beheren.

De klimaatverandering heeft en zal nog meer uiteenlopende gevolgen hebben op de watervoorziening in de hele wereld: schade aan drinkwaterinfrastructuur door overstromingen, verminderde beschikbaarheid, meer verontreiniging en bijgevolg een dalende drinkwaterkwaliteit, verhoogde nood aan zuiveringstechnologie, ...

Waterdistributienetwerken - de drinkwaterbron bij uitstek in de stad - zijn technisch gezien vrij goed bestand tegen de impact van klimaatveranderingen, zegt het rapport, al kunnen ze bij frequente wateroverlast gevoeliger zijn voor verontreiniging, en kan bij waterschaarste de watertoelevering steeds vaker onderbroken worden. Hierdoor zullen gebruikers genoodzaakt zijn waterreserves op te slaan in vaak onhygiënische omstandigheden, met de nodige gezondheidsrisico's tot gevolg. In vele steden is dit nu reeds een probleem: in Bangladesh, India en Nepal bijvoorbeeld, komt er gemiddeld slechts gedurende 10 uur per dag water uit de kraan.

Van de technologieën die veelvuldig worden gebruikt op het platteland, boringen met pomp, pompen op een ondiepe put, beschermde bronnen en beschermde waterputten, zijn volgens het rapport boringen met pomp en pompen op een ondiepe put de meest klimaatbestendige. Op het platteland van Sub-Saharisch Afrika werden zeer veel boringen gedaan en waterpompen geïnstalleerd, maar 35-60% ervan is niet operationeel, vaak door slecht onderhoud en beheer door de gemeenschap, onvoldoende steun van de overheid, het niet voorhanden zijn van reserveonderdelen,... De klimaatveranderingen zullen deze toch al moeilijke situatie enkel maar nadelig beïnvloeden.

Het wordt tijd om de nodige lessen te trekken uit de MDG-periode, concludeert het rapport. De nog bestaande ongelijkheden tussen regio's en landen, tussen stad en platteland, en tussen verschillende lagen van de samenleving moeten worden weggewerkt. Er moeten oplossingen gezocht worden om de drinkwaterkwaliteit te garanderen en de toegang tot drinkwaterbronnen betrouwbaarder en duurzamer te maken. En de indicatoren moeten worden bijgesteld, zodat na 2015 ook kwaliteit en duurzaamheid worden gemeten. Er is nog veel werk aan de winkel!

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel