Klimaattop Bonn: kwetsbare voorzitter Fiji zet loss and damage op de kaart

fiji sunset

Over exact twee weken begint de 23ste klimaattop in Bonn (COP23). De aanbevelingen van het Belgische middenveld zijn duidelijk: zet ambitie en kwetsbaarheid centraal. Ambitie, want wat nu op tafel ligt is onvoldoende om de Parijs-doelstellingen te behalen. Kwetsbaarheid, want de grenzen van 'ongevaarlijke' klimaatverandering zijn overschreden en de impact laat zich voelen.

Dat werd meer dan eens duidelijk toen vorig jaar de zwaarste cycloon ooit op het zuidelijk halfrond (Winston) over de Fiji-eilanden trok. Er vielen 44 dodelijke slachtoffers en de schade liep op tot 1 miljard dollar (1/5 van het BBP van de eilanden). Diezelfde Fiji's zijn voorzitter van de klimaattop. De nood aan financiering voor loss and damage (schade en verlies) kan niet langer ontweken worden. COP23 biedt een momentum. 11.11.11 vraagt de Belgische en Europese beleidsmakers om vooruitgang op dat terrein als één van de speerpunten van deze top te zien.

Klimaatrisico's beheersen

Het belang van loss and damage werd erkend in Parijs maar op het vlak van financiering werd niets beslist. Het is wel die financiering die kan helpen om risico's en impacts te beheersen, en slachtoffers in de nasleep van natuurrampen of bij impacts die zich trager voordoen zoals de stijging van de zeespiegel, kan bijstaan. Op die manier kan ze een verschil kan maken voor miljoenen mensen in de armste landen, getroffen door het klimaat.

COP23 moet daar verandering in brengen. 11.11.11 vraagt samen met het internationale middenveld dat een initiatief wordt opgezet om financiering te genereren voor loss and damage, door te kijken naar innovatieve inkomstbronnen die gebaseerd zijn op het principe 'de vervuiler betaalt'.

Aanpassing blijft cruciaal

Schade en verlies treden op waar aanpassing aan de klimaatverandering niet (meer) mogelijk is. Financiering voor aanpassing is dus cruciaal en zal dat blijven. Probleem is het gebrek aan beschikbare middelen op dit ogenblik. Om daar verandering in te brengen, is een concrete doelstelling noodzakelijk: hoeveel van de beloofde $100 miljard in 2020 zal beschikbaar zijn voor de financiering van aanpassingen? België kiest zelf voornamelijk voor adaptatiefinanciering, en kan dus een voortrekkersrol spelen om die doelstelling tijdens COP23 te bepleiten.

Tijdens COP23 moet bovendien worden afgesproken dat donorlanden, samen met de ontvangende landen, tegen COP24 opnieuw een stand van zaken over de $100-miljard doelstelling opmaken. Uit die oefening zal opnieuw blijken dat België één van de weinige landen is die niet mikt op een stijging en dus op dat vlak allesbehalve en goede leerling is. We vragen België om tussen COP23 en COP24 werk te maken van een langetermijnvisie op klimaatfinanciering, inclusief een herziening van het huidige engagement naar een stijgende bijdrage tot 500 miljoen euro per jaar tegen 2020. Dat is een billijke bijdrage aan de internationale doelstelling en in lijn met wat de andere landen doen

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat en Natuurlijke Rijkdommen

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels