Klimaatverandering: nood aan betere maatstaven

klimaatverandering protos[©Nature]

In de strijd tegen de klimaatverandering beroepen politici en wetenschappers zich op een norm die de toelaatbare temperatuurstijging vastlegt op 2 °C. Die norm werd vroeger arbitrair vastgelegd en blijkt nu ontoereikend om de reële gevolgen van de opwarming op te meten. Andere maatstaven moeten dus worden ontwikkeld, om zo te verhinderen dat het broodnodige antwoord van de politiek in het klimaatdebat zich stukbijt op een foutieve doelstelling.





Enkel bij een onmiddellijke en perfecte globale samenwerking om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, zou het plafond van 2 °C nog kunnen worden afgewend. Maar het probleem met die norm is dat hij niet te vertalen is in concrete acties die door elk land kunnen worden uitgevoerd, en dus ook niet afdwingbaar is binnen de internationale gemeenschap.

De globale temperatuur is gemiddeld niet meer toegenomen sinds 1998, een argument dat net hoge ogen gooit in het discours van ontkenners van de klimaatproblematiek. Hoe komt het dan dat die gemiddelde stijging niet merkbaar is? In de poolgebieden blijft de temperatuur immers duidelijk toenemen. Het antwoord ligt in de capaciteit van de oceanen om een groot deel van de extra energie op te vangen. Hoewel de omgevingstemperatuur niet echt lijkt te stijgen, stijgen de temperatuur en het waterpeil van de oceanen wel alarmerend snel.

De 2 °C norm is dus verre van perfect om de klimaatimpact van de globale industrialisering in kaart te brengen. Een alomvattende index blijft echter heel moeilijk te formuleren. Het is veel efficiënter om een aantal verschillende parameters in kaart te brengen die kunnen worden gebundeld als de vitale functies van de planeet.

  • De beste indicatoren daarvoor blijven de concentraties van CO2 en andere broeikasgassen in de lucht. Die worden wereldwijd al uitvoerig gemonitord. Concrete afspraken over de totale toelaatbare concentraties tegen 2030 en 2050 zijn praktisch makkelijker op te volgen omdat afspraken hieromtrent per land kunnen worden vastgelegd. Niet-nakoming kan dan met sancties worden ontraad.

  • Ook het menselijk aandeel in de concentraties van andere vervuilers zoals methaangas, moet beter in kaart worden gebracht zodat ook daarover beleidsafspraken kunnen worden gemaakt. Regionale verschillen en dus verschillende verantwoordelijkheid mogen daarbij niet over het hoofd worden gezien.
  • De opgeslagen warmtehoeveelheid in de diepe oceanen is een derde indicator van de gezondheid van de planeet. Die warmte wordt immers onafwendbaar over de span van verschillende decennia of eeuwen vrijgegeven, waardoor de klimaatimpact ervan pas tijdens toekomstige generaties merkbaar zal worden.

  • Ten slotte is ook de temperatuur op grote hoogtes een zinvolle indicator van de gezondheid van de planeet, omdat die temperaturen op de geringste klimaatshift reageren.

Een bundeling van deze indicatoren, met hun focus op lokale en seizoensgebonden gebeurtenissen, biedt een 'volatiliteitsindex' om extreme gebeurtenissen te kaderen. Met een voorbeeld: indien een plaatselijke meting van de CO2-concentratie te veel – meer dan een vastgelegde deviatie – afwijkt van de standaardmeting, is dit een plaatselijke indicator voor versnelde klimaatverandering.

Dergelijk onderzoek naar betere indicatoren moet op de klimaattop van Parijs eind 2015 worden vastgelegd. Wetenschappelijke inzichten, politieke moed en veel compromissen moeten een adequate volatiliteitsindex optekenen, gekoppeld aan concrete afspraken. In ieder geval moet de internationale diplomatie afstappen van de intuïtieve maar misleidende norm van 2 °C, omdat die tekortschiet als maatstaf voor de reële impact van de mens op het klimaat, en bij uitbreiding als maatstaf voor de gezondheid van de planeet.


Bron: http://www.nature.com/news/climate-policy-ditch-the-2-c-warming-goal-1.16018
Join For Water DOOR:

Deel dit artikel