Filipijnen: boeren vragen voedselhulp maar krijgen kogels

FDC in actie

Op het eiland Mindanao zijn op 1 april minstens drie Filipijnse boeren neergeschoten door de politie en een veertigtal mensen zijn gewond. De boeren kwamen op straat om de voedselhulp op te eisen die de overheid achterhoudt. Ze vroegen ook middelen uit het rampenfonds, bestemd voor boeren die hun oogst vernield zagen door droogte.

De provincie North Cotobato op Mindanao wordt al drie maanden lang getroffen door extreme droogte, als gevolg van het weerfenomeen El Niño. Duizenden boeren kwamen de voorbije week op straat om te protesteren voor het provinciaal kantoor van de National Food Authority. Maar na vier dagen van vreedzaam protest opende de politie het vuur op de ongewapende boeren.

In december keurde president Benigno Aquino III een budget goed van 19 miljard peso (€360 miljoen) om de gevolgen van El Niño op te vangen. Toen al werd North Cotobato aangeduid als een van de provincies die leden onder de droogte. Maar de politici discussiëren nog steeds over de verdeling van het geld.

In de Filipijnen zijn op 9 mei verkiezingen gepland. De boeren kregen te horen dat de voedselhulp pas zal verdeeld worden bij de lancering van de verkiezingscampagne in de provincie.

11.11.11 onderschrijft samen met o.a. zijn lidorganisatie Solidagro de eisen van The Peoples Coalition on Food Sovereignty, volkscoalitie voor voedselsoevereiniteit. Die vraagt de internationale gemeenschap om de mensen van North Corobato te steunen en de moorden te veroordelen. Er moet ook onderzoek komen naar het beheer van de noodfondsen en naar het optreden van de politie. De Commission on Human Rights heeft reeds beloofd om tegen vrijdag 8 april haar rapport over het incident publiek te maken.

Ook 11.11.11-partner FDC steunt de eisen en lanceerde op 4 april een solidariteitsactie.

 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel