Leidster van de organisatie CRIC blijft voor haar leven vrezen

Aida Quilqué, Eerste Raadslid van de inheemse koepelorganisatie CRIC sprak met de Colombiaanse krant El Tiempo, drie weken na de dood van haar echtgenoot, Edwin Legarda. Hij werd op 16 december 2008 door het leger neergeschoten in niet opgehelderde omstandigheden. Voor het ogenblik leeft ze ondergedoken, omdat ze vreest dat zij het doelwit van de aanslag was. De ofíciele verklaring binnen het onderzoek, dat nog lopende is, is dat de legeractie kadert binnen de achtervolging van een kopstuk van de FARC.  De CRIC vreest dat de hele operatie opgezet was om hun te linken met guerrilla-activiteiten, wat niet lukte omdat de andere inzittende in het voertuig de aanslag overleefde.

Het is een steeds terugkerend patroon binnen Colombia: wie zich kritisch uitlaat ten aanzien van het establishment, wordt ervan beschuldigd een medestander van de guerrillabeweging FARC te zijn. Niet alleen Aida, maar de hele indiaanse beweging van Cauca kreeg te horen dat ze heulen met de FARC toen president Uribe een gemeenschapsraad hield in Popayán, de hoofdstad van het departement Cauca, in maart vorig jaar.  Hij liet daar zelfs vallen dat er best een beloningssysteem zou opgezet worden om informanten te betalen die inheemsen “met verkeerde bedoelingen” zouden verklikken. Dat dit soort van praktijken tot allerlei uitwassen en misbruiken leidt, is algemeen geweten. Zeker na het schandaal dat in september 2008 losbarstte, toen het leger toegaf dat 11 onschuldige jongeren door soldaten omgebracht werden en als guerrillero’s in een massagraf werden begraven. Dit soort van “valse wapenfeiten” wordt gepleegd om vrije dagen te krijgen, een bonus op te strijken of promotie te maken.

Het is een grove misvatting om de CRIC te beschuldigen van sympathie voor de guerrilla, want net de inheemse gemeenschappen zijn een van de grootste slachtoffers zijn van de aanvallen van de guerrilla. Omdat het leger zich ingraaft in de dorpskernen, naast de school of de gezondheidspost, komen inheemse burgers in de vuurlinie terecht. Daarom geloven de inheemse leiders meer in hun eigen veiligheidssystemen. De inheemse wachters proberen te controleren wie de dorpen binnen en buiten komen, handhaven de orde tijdens manifestaties en proberen infiltranten te onderscheppen. Diverse keren zijn de inheemsen erin geslaagd om ontvoerden van de FARC op te sporen en te bevrijden. Bij ons recente bezoek aan Colombia in december hoorden we hoe de inheemse wacht erin slaagde om een delegatie van 7 lokale functionarissen vrij te krijgen na een nachtelijke klopjacht op de ontvoerders.  Dit soort succesvolle acties krijgt echter nauwelijks media-aandacht in Colombia.

De inheemsen zijn een doorn in het vlees van het Colombiaanse establishment. Hun strijd om de gemeenschapsgronden te behouden, hun weigering om mee te werken aan de oorlogslogica, hun verzet tegen het tekenen van het vrijhandelsakkoord met de VS en tegen het agro-industriële landbouwmodel druisen in tegen de officiële plannen van de regering.  De succesvolle manifestaties die door de CRIC geleid werden tussen oktober en december dit jaar, kregen brede steun kregen van andere sociale bewegingen, maar maakten hun ook tot een risicofactor voor de regering.  De lange marsen mondden uiteindelijk niet uit op vruchtbare onderhandelingen over het inheemse en sociale eisenpakket, daarvoor was het wederzijdse wantrouwen te groot. Maar ze hadden een grote symbolische betekenis en wekten massale belangstelling op voor de inheemse beweging van Colombia, zowel nationaal als internationaal.

Formeel heeft de regering, onder druk van de internationale gemeenschap, beschermende maatregelen aangeboden aan Aida Quilqué en de kaderleden van de CRIC. Maar Aida voelt zich behandeld als een misdadiger, die niet vrijuit kan gaan en staan waar ze wil. Ze laat zich liever omringen door de inheemse wacht dan door officiële lijfwachten. Op de vraag of ze er niet aan denkt om het land te verlaten, zegt ze het volgende: “Ik denk er niet aan, mijn leven ligt hier. Als er me iets overkomt, dan zijn er velen om mij op te volgen. Het zal niet voldoende zijn als ze Aida vermoorden, het was niet voldoende om Edwin te vermoorden of vele andere leiders vóór hem, want onze gemeenschappen zullen vastberaden blijven in hun verzet en in hun strijd voor het leven.”

Foto: Archivo / ELTIEMPO

Deel dit artikel