Leidt Colombiaans vredesproces tot geweld?

Militaire eenheden van Colombia (c) Wikipedia

De opflakkering van paramilitarisme in Colombia zet heel wat druk op het werk van sociale organisaties. Het toenemend geweld hangt samen met de nabijheid van de ondertekening van het vredesakkoord tussen de regering en de FARC-guerrilla, maar ook met de opkomst van Marcha Patriotica. Dat is een sociale en politieke beweging die sinds 2012 actie voert voor een onderhandelde oplossing voor het gewapend conflict tussen de Colombiaanse overheid en de rebellen.

Alleen al in maart 2016 kostte het geweld het leven aan 29 linkse sociale leiders en activisten. "Als het zo doorgaat zal er geen sociale basis meer zijn voor de opbouw van de vrede met sociale rechtvaardigheid", zegt Lizeth Montero, coördinatrice van de campagne 'Yo te nombro libertad' (Ik noem je vrijheid) van Marcha Patriotica. Met de actie pleit de beweging voor de bevrijding van politieke gevangenen. Iets wat uiteraard niet naar de zin is van de vijanden van die vrede.

"Omwille van de geopolitieke ligging van Colombia in Latijns-Amerika heeft Colombia sinds mensenheugenis een buitengewone interesse opgewekt bij het imperialisme van de Verenigde Staten", zegt Eberto Díaz, voorzitter van FENSUAGRO. Die federatie van landbouwvakbonden, partner van FOS en van de Algemene Centrale Antwerpen-Waasland, is ook lid van Marcha Patriotica. "Colombia heeft dan ook uitwegen naar de Atlantische én Stille Oceaan, toegang tot het kanaal van Panama en is een doorgang naar de rest van Zuid-Amerika."

Meteen ook de reden waarom het nationale veiligheidsbeleid in Colombia beïnvloed wordt. "Het wordt gestuurd van buitenaf en is volledig gericht op het vrijwaren van de belangen van het grote kapitaal", gaat Eberto verder. "Colombia is permanent conflictgebied sinds de artificiële creatie van Panama door de VS in 1903. De afscheuring van Colombia werd gevolgd door de systematische plundering van de Colombiaanse natuurlijke rijkdommen en het afpakken van 10 miljoen hectaren grond van de kleine boeren die daarbij zelfs soms vermoord werden. Als reactie daarop werden in de jaren 1950 en ´60 de rebellenbewegingen gevormd. Het gewapend conflict was een feit", legt hij uit.

Dieptepunt

Het conflict kende een dieptepunt einde jaren tachtig met de uitroeiing van de linkse politieke partij Union Patriotica, opgericht tijdens de toenmalige vredesonderhandelingen. Maar liefst 5.000 mensen kwamen bij die genocide om. Ook FENSUAGRO moest toekijken hoe heel wat leden vermoord werden, waardoor er in 2001 nog slechts in zes departementen vakbondsleden waren in de plaats van 21 departementen vroeger. Zonder veel economische middelen en onderworpen aan de aanhoudende vervolging vanwege de verdoken militaire dictatuur in Colombia is FENSUAGRO er intussen in geslaagd opnieuw leden te hebben in 26 departementen.

Net omwille van de vele slachtoffers heeft de federatie altijd een onderhandelde oplossing voor het conflict geëist en steunde de organisatie van bij het begin actief de vredesdialoog. "In maart 2016 hebben we besloten een nationale campagne op te starten voor vrede met sociale rechtvaardigheid", zegt Eberto. "We willen in elke uithoek van Colombia de mening van de boeren vragen, om op basis daarvan een nieuw democratisch model uit te werken." Die manier van werken is erg belangrijk. "De Colombiaanse overheid weigert nog steeds het ontwikkelingsmodel in vraag te stellen. Zolang dat niet gebeurt, is vrede in Colombia onwaarschijnlijk", aldus Eberto.

Uitdaging

Na de ondertekening van het vredesakkoord staat de hele vakbondsbeweging voor de uitdaging om de mobilisatiekracht te herwinnen om zo meer te kunnen wegen op het beleid. Ze moet werken aan structurele hervormingen ten voordele van de arbeidersklasse, met een hervorming van het sociale zekerheidssysteem, een herverdeling van de rijkdom, een arbeidshervorming en een landhervorming. Alleen zo zullen ze waardig werk kunnen garanderen. Een syndicalisatiegraad van 3.5% betekent immers dat er op dit moment geen echte democratie is in Colombia, dat de werknemers en werkneemsters niet echt het recht hebben om zich te organiseren.

Er is echter geen weg terug voor het vredesakkoord. Als het faalt zal de overheid de geschiedenis ingaan als onbekwaam. Aan de andere kant zouden de rebellen de kans verliezen om zich opnieuw in het burgerleven te integreren en om samen met de linkse sociale en politieke beweging aan een breed front voor een ander Colombia te werken.

Paramilitarisme*

Toch proberen de vijanden van de vrede opnieuw roet in het eten te gooien. Tijdens de 'mars tegen de vrede' op 2 april, georganiseerd door de politieke partij Centro Democratico van ex-president Alvaro Uribe, kondigde een paramilitaire groepering een gewapende staking af in verschillende regio´s van Colombia. De overheid heeft niets ondernomen om hen maar iets in de weg te leggen of om haar burgers te beschermen. Ondanks de overweldigende bewijzen van het bestaan van het paramilitarisme en bijhorend gevaar voor de vredesonderhandelingen, ontkent de Colombiaanse overheid dit in alle talen.

Volgens Diana Nocua Caro, van de Nationale Mensenrechtencommissie van Marcha Patriotica, moet er dringend een zuivering gebeuren van de overheidsinstanties en het militair apparaat in Colombia. Ook de wetten die het paramilitarisme ondersteunen moeten eraan geloven. Enkel op die manier kan de Colombiaanse maatschappij toegang hebben tot werkelijke democratische verandering. Zal de Colombiaanse overheid werkelijk een nieuwe genocide van de voorvechters van de vrede toelaten? Het is de verantwoordelijkheid van ons allemaal om dit niet te laten gebeuren. En net daarom is internationale druk heel belangrijk.

*Paramilitarisme verwijst naar een cultuur waarbij gewapende groeperingen toegang tot de macht hebben. In de context van Colombia gaat het om groeperingen die ooit zijn ontstaan om de machtsverdeling in de maatschappij te behouden en die als verlengde arm van het leger dienden.
Intussen zijn die groeperingen uitgegroeid tot professionele gewelddadige organisaties die veel controle hebben op het dagdagelijkse leven.

Dit artikel is een bijdrage voor FOSFOR, het driemaandelijks magazine van FOS. Lees het volledige magazine gratis digitaal hier

16 juni 2016
Auteur: Jo Vervecken
Contact: Anke.Leflere@fos-socsol.be

 

Deel dit artikel