Libië gebruikt fossiel water op

Libië is een woestijnland waar het vinden van drinkwater altijd problematisch is geweest. Na de revolutie in 1969 en het aan de macht komen van Kadhafi zette de industrialisatie nog meer druk op de watervoorraden. Er kwam zeewater in de kustaquifers terecht waardoor het water in de stad Benghazi ondrinkbaar werd. Zo werd het vinden van een nieuwe zoetwatervoorraad een prioriteit voor de overheid. Na afweging van de kosten bleek dat ontzilting van zeewater of het invoeren van water uit Europa te duur was. Maar er was nog een mogelijkheid...
In de jaren 1950 had men bij het boren naar olie enorme aquifers gevonden onder de woestijn in het zuiden van Libië. Na onderzoek bleek dat het ‘fossiel’ water dat er in zit soms wel 40.000 jaar oud is. Nu vond men de tijd rijp om een netwerk van pijpleidingen te bouwen om dat water te transporteren van de woestijn naar de kuststeden, waar de meeste Libiërs wonen. Het Great Man Made River Project was geboren.

In augustus 1984 legde Kadhafi de eerste steen van het project. Libië had dan wel oliedollars om het project te financieren, maar niet de nodige technische expertise om een dergelijk project in goede banen te leiden. Bedrijven uit Zuid-Korea, Turkije, Duitsland, Japan, de Filippijnen en het Verenigd Koninkrijk werden om hulp gevraagd. In september 1993 bereikte water de stad Benghazi (Fase I). Drie jaar later bracht Fase II water vanuit de westelijke woestijn in het zuiden naar Tripoli aan de kust. Aan Fase III wordt nog steeds gewerkt. De afhankelijkheid van buitenlandse bedrijven en hun kennis is al sterk gedaald. De overheid probeert actief om de Libiërs zelf zo veel mogelijk bij het project te betrekken.

Nu het fossiel water beschikbaar is in de meeste kuststeden begint de overheid het water ook te gebruiken voor landbouw. Over het hele land zullen 130.000 hectare land geïrrigeerd worden. Een deel ervan zal aan kleine boeren gegeven worden die producten zullen telen voor de binnenlandse markt. Grote landbouwbedrijven zullen zich toeleggen op het telen van gewassen die Libië momenteel invoert: tarwe, haver, graan en gerst. Libië hoopt ook producten – druiven bijvoorbeeld – te kunnen uitvoeren naar Europa en het Midden-Oosten.

Het Great Man Made River Project zal uiteindelijk zo’n 20 miljard dollar kosten. Tot nu toe is er 5000 kilometer pijplijn die 6,5 miljoen kubieke meter water per dag kan transporteren vanuit meer dan 1000 ‘bronnen’ in de woestijn. Libië behoort nu tot de top wat betreft kennis van waterbouwkunde en wil die kennis exporteren naar andere landen in Afrika en het Midden-Oosten die ook problemen hebben met hun watervoorziening.

Het project brengt Libië dus veel voordelen. De combinatie van olie en water geeft het land een stevige economische basis. Maar er zijn ook vragen bij. Niemand weet hoe lang dit fossiel water beschikbaar zal zijn. Deze fossiele waterlagen zijn echter eenmalig te gebruiken en worden niet meer aangevuld zoals het geval is met andere waterlagen. En zolang de boerderijen nog niet werken is het ook onmogelijk te zeggen of ze inderdaad de hoeveelheden en de kwaliteit kunnen produceren waar de planners op hopen.

Libya’s thirst for ‘fossil water’: http://news.bbc.co.uk/2/hi/science/nature/4814988.stm

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel