Mensenrechtenorganisaties in Guatemala zwaar bedreigd

Guatemala elf september 1981. Voor Adriana Portillo breekt de hel los op het moment dat er een eskader van de militaire politie onder de regering Romeo Lucas García haar huis gewelddadig binnendringt. Zonder kenbaar motief nemen ze haar beide dochtertjes van 10 en 9 jaar, haar zusje van 18 maanden, haar vader en haar stiefmoeder met een vriendin van de familie mee. Die dag veranderde Adriana haar leven in een HELSE ZOEKTOCHT waarvan het einde nog steeds niet in zicht is.

In 1999 richtte ze een organisatie op met de naam: "¿Dónde están los Niños y las niñas? (Waar zijn de jongens en de meisjes). Sindsdien heeft ze in haar organisatie tal van familieleden verenigd die op dergelijke brutale wijze van hun familie en vrienden gescheiden werden. Die mensen zijn het slachtoffer van het systematisch en doelgericht verhakkelen van het sociaal en familiaal weefsel van de Guatemalaanse maatschappij door de repressieve structuren binnen de bestuursorganen van het land.

Ondanks het feit dat er in 1996 een einde kwam aan het intern gewapend conflict kan er geen sprake zijn van herstel van dat sociaal weefsel in Guatemala zonder dat er door de regering inspanningen worden geleverd om een echt verzoeningsprogramma in werking te stellen waarbij in de eerste plaats talloze familieleden van ontvoerden en vermisten geïnformeerd worden omtrent hun geliefden. Zij zullen enkel rust vinden op het moment dat iemand hen vertelt dat hun dierbaren geen schuld treft, op het moment dat uitvoerende en intellectuele daders voor dergelijke mensenrechtenschendingen ter verantwoording worden geroepen.

Na jaren van inspanning, verzamelen van bewijsmateriaal, samenstellen van dossiers, indienen van aanklachten, hopen op gerechtigheid, wordt de vereniging "¿Dónde están los Niños y las Niñas?" opnieuw het slachtoffer van intimidatie en onrecht. Op 12 april 2004 werd hun kantoorruimte in San Lucas Sacatepéquez overvallen. Alle computers en opslagsystemen voor databanken werden meegenomen en de papierarchieven vernietigd. In het kantoor bevond zich alle waardevolle documentatie voor het staven van aanklachten omtrent verdwijningen en ontvoeringen van kinderen tijdens het gewapend conflict.

De organisatie werkt samen met de Stichting Rigoberta Menchú Tum en de Stichting Myrna Mack aan een gerechtelijke aanklacht tegen een aantal verantwoordelijken voor misdaden tegen de menselijkheid tijdens het conflict. Daarvoor had de organisatie reeds heel wat bewijsmateriaal verzameld. Overvallen op de kantoorruimtes van mensenrechtenorganisaties met als doel het vernietigen van bewijsmateriaal en archieven zijn momenteel schering en inslag in Guatemala. Het is een vanuit de bestuursorganen gedirigeerde en doelgerichte techniek om de zoektocht naar gerechtigheid te stoppen en het verdesproces te blokkeren. De laatste jaren zijn mensenrechtenorganisaties in Guatemala opnieuw het slachtoffer van systematische bedreigingen en intimidaties. Daarbij worden alle archieven en middelen die gebruikt worden om nationale of internationale gerechtsprocedures mee op te starten volledig vernietigd.

In de strijd tegen onrecht richt het Vlaams Guatemalacomité een fonds op om dergelijke organisaties financieel te steunen zodat zij de moed niet zouden verliezen en kunnen doorgaan met het afdwingen van die gerechtigheid. Wij vragen elke lezer van deze tekst zijn steun te betuigen in het gevecht tegen onrecht, en een klein bedrag te storten op rekening 001-0969839-12 met vermelding van de code GUAMO112. Vecht tegen onrecht, bedankt.

Deel dit artikel