Middelen ontwikkelingssamenwerking: onvoldoende en fout ingezet

The Reality of Aid

Reality of Aid, een internationaal netwerk van ngo's uit Noord en Zuid, brengt vandaag zijn tweejaarlijkse rapport uit. Het bundelt daarbij ervaringen en inzichten uit zowel donorlanden als ontwikkelingslanden.

De conclusies van het rapport over de huidige trends in ontwikkelingssamenwerking, zoals de sterke focus op het indammen van migratie of het voornamelijk inzetten van ontwikkelingssamenwerking als hefboom voor het losweken van private financiering, zijn duidelijk: ze komen niet noodzakelijk ten goede aan de allerarmsten in de wereld.

Officiële hulp fundamenteel 

De officiële ontwikkelingssamenwerking (ODA, Official Development Aid) wordt meer en meer gezien als een minder relevante stroom van financiële middelen richting ontwikkelingslanden. Enerzijds erkennen donoren dat de armste landen nog steeds ODA nodig hebben. Anderzijds wordt de rol van ODA vooral beperkt tot die van katalysator voor de mobilisatie van private financiering. Ook de Belgische minister Alexander De Croo bevindt zich in dit kamp.

Bovendien worden in deze zogenaamde modernisering van de officiële ontwikkelingssamenwerking de doelstellingen van ODA verbreed. Ze moet ook bijdragen aan klimaatfinanciering, veiligheid en migratie, en publiek-private partnerschappen.

Officiële ontwikkelingssamenwerking blijft fundamenteel voor internationale solidariteit

Het rapport van Reality of Aid waarschuwt: laat ODA niet marginaliseren of instrumentaliseren voor bredere buitenlandse beleidsdoelstellingen. ODA blijft fundamenteel voor internationale solidariteit. Het is immers specifiek bedoeld om de armoede de wereld uit te helpen en de ongelijkheid aan te pakken.

Er moet juist meer ODA voorzien worden en gewaakt worden over haar effectiviteit. Principes zoals democratisch eigenaarschap, transparantie en accountability moeten weer hoger op de politieke agenda komen.

De situatie in België

11.11.11 leverde een bijdrage aan dit rapport door in te zoomen op de specifiek Belgische context. We kaarten aan dat met een schamele 0,45% van onze welvaart voor ontwikkelingssamenwerking, de ambities van ons land te laag zijn. Publieke financiering voor publieke diensten zoals onderwijs, gezondheidszorg en sociale bescherming blijven cruciaal.

Bovendien financiert ook België steeds meer uitdagingen met steeds minder middelen. Het grootste deel van de bijdragen aan internationale klimaatfinanciering wordt betaald met middelen bestemd voor ontwikkelingssamenwerking, terwijl die middelen jaar na jaar dalen en er net extra geld was beloofd voor de klimaatuitdagingen van ontwikkelingslanden.

Met een schamele 0,45% van onze welvaart voor ontwikkelingssamenwerking zijn de ambities van ons land te laag 

Tot slot zijn er ook in België heel wat vragen te stellen bij de focus op de rol van de private sector. Niet dat deze geen rol te spelen heeft in ontwikkeling, integendeel. Maar de private sector moet wel voldoen aan specifieke voorwaarden, net zoals alle andere ontwikkelingsactoren. We denken daarbij aan het garanderen van impact op de duurzame ontwikkeling van de lokale bevolking, transparantie en de additionaliteit.

Het voorbeeld van zogenaamde impactinvesteringen, een specifieke vorm van financiering gericht op investeerders die naast winst ook sociaal rendement vooropstellen, toont echter aan dat dit niet evident is. Om de effectiviteit te verzekeren mogen de verschillende financieringsinstrumenten enkel daar ingezet worden waar ze een aantoonbare meerwaarde voor duurzame ontwikkeling hebben.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels