WTO-top: Na 24-uur verlenging is men het er over eens dat men het niet eens is

Na 24 uur verlenging dan toch een slotverklaring

Zaterdagnamiddag, na 24-uur verlenging, werd dan toch een slotverklaring goedgekeurd. Daarin stelt men vast dat men het eens is om het niet eens te zijn over de belangrijkste vraagstukken. Behalve de afschaffing van de exportsubsidies, komt men niet verder dan enkele zwakke, vage verklaringen. Ondanks de honger en armoede in de wereld slaagt de WTO er niet in om antwoorden te bieden op  gerechtvaardigde verzoeken van Minst Ontwikkelde Landen en voor een regeling rond voedselzekerheid.

Onenigheid

Over de cruciale vraag of de Doha Ontwikkelingsronde al dan niet moet worden verdergezet is men op deze 10de Ministerconferentie niet verder geraakt dan de plechtige vaststelling dat er leden vóór zijn en andere leden tegen. Daarbij wordt verzwegen dat de voorstanders, vooral ontwikkelingslanden, ruim in de meerderheid zijn en de tegenstanders, vooral de rijke landen, in de minderheid. Vooral de VS wil niet meer verder. 

Uit de slotverklaring blijkt ook dat er langs dezelfde breuklijn onenigheid is over het al dan niet opstarten van nieuwe onderhandelingen over (niet nader benoemde) nieuwe thema's en het afronden van de lopende onderhandelingen. Ook hier wordt verzwegen dat het vooral de ontwikkelingslanden zijn, die ruim in de meerderheid zijn, die verder willen onderhandelen. Wel is men het eens geraakt dat dit debat in Genève moet worden voortgezet en dat nieuwe onderhandelingen binnen de WTO enkel kunnen worden opgestart bij consensus.

De VS en de EU zijn echter niet van plan daarop te wachten en zullen in de loop van 2016, buiten de WTO om, nieuwe onderhandelingen lanceren met landen die daar aan willen meedoen. Waarover, dat zal nog moeten blijken.

Ookal hebben alle WTO-leden amper drie maanden geleden in de Verenigde Naties in het kader van de besprekingen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) plechtig beloofd om de Doha Ontwikkelingsronde tot een goed einde te brengen, of dit ooit echt zal gebeuren is zeer twijfelachtig. Het is moeilijk te geloven dat de VS, EU, Japan en de andere ontwikkelde landen hun standpunt rond het afvoeren van de Doharonde drie maanden geleden nog niet hadden bepaald. Dat voorspelt niet veel goeds voor hun andere beloftes in het kader van de SDG's. 

Geen of zwakke beslissingen

De uiteindelijke slottekst bevat zes bijlagen met drie beslissingen over landbouw (bijzonder beschermingsmaatregelen/safeguards, voedselvoorraden en exportsteun), één over katoen en twee over de Minst Ontwikkelde Landen (oorsprongsregels en markttoegang voor diensten). Behalve over de exportsteun betekenen deze 'beslissingen' weinig of geen vooruitgang. Verder staat er niets in over visserij, anti-dumping en de verbetering van de bijzondere behandeling voor ontwikkelingslanden. 

Bij de exportsteun voor landbouwproducten is enkel de afschaffing van de exportsubsidies echt substantieel. Noorwegen, Zwitserland, Canada en de EU sleepten op het laatste moment nog wat uitzonderingen uit de brand in ruil voor het legaliseren van de handelsverstorend exportkredieten van de VS. De VS mag ook verder gaan met het dumpen van haar voedseloverschotten onder het mom van voedselhulp en aan de overheidsbedrijven wordt nauwelijks geraakt.

Dat ontwikkelingslanden, waar grote delen van de bevolking afhankelijk zijn van de landbouw, geen tijdelijke verhogingen van invoertaksen mogen gebruiken om zich te beschermen tegen de onvoorspelbare en mogelijk marktverstorende voedselprijzen terwijl industrielanden die mogelijkheid wel hebben, is niet te verantwoorden.

Schande

Wat de landbouwsafeguards voor ontwikkelingslanden betreft en de regeling voor openbare voedselstocks is er in Nairobi niets beslist. Het is onbegrijpelijk dat hier zo moeilijk over gedaan wordt.

De landbouwprijzen op de wereldmarkt zijn de laatste jaren erg onvoorspelbaar. Op dit ogenblik staan de voedselprijzen weer erg laag en kunnen ze de lokale markten en landbouwinkomens ontwrichten. Dat ontwikkelingslanden, waar grote delen van de bevolking afhankelijk zijn van de landbouw, geen tijdelijke verhogingen van invoertaksen mogen gebruiken om zich te beschermen tegen de onvoorspelbare en mogelijk marktverstorende voedselprijzen terwijl industrielanden die mogelijkheid wel hebben, is niet te verantwoorden.

En dat geldt evenzeer voor het aanleggen van voedselvoorraden via overheidsaankopen aan vaste prijzen. Uiteindelijk gaat het hier over bedragen die maar een schijntje zijn van wat de industrielanden aan landbouwsubsidies spenderen (zeker per hoofd van bevolking).

Ten slotte is het evenmin goed te praten dat de onderhandelingen op het laatste moment doorgeschoven werden naar een select clubje van 5 landen: de 'G5',  met name de VS, EU, China, India en Brazilië. Niet één Minst Ontwikkeld Land of Afrikaans land, noch Kenia, als gastland van de conferentie, mochten mee aan tafel. 

Marc Maes
Beleidsmedewerker handel/Secretariaat Adviesraad voor Beleidscoherentie ten gunste van ontwikkeling (ABCO)

11.11.11 DOOR:

WTO mc10

marc maes2De '10de Ministeriële Conferentie' loopt van 15 tot 18 december in Nairobi.  Marc Maes, 11.11.11-beleidsmedewerker handelsbeleid is daar aanwezig. Je kan hier zijn berichten lezen.

Meer

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels