Namibië, een land van contrasten

Hans Hillewaert

De Namibische natuur en cultuur spreekt tot de verbeelding, iets wat de toeristen er niet ontgaat. Maar naast een toeristische trekpleister is Namibië vooral een land met veel ongelijkheden. Schrijnende armoede in een bloeiende economie, met raciale en genderbreuklijnen na eeuwen van kolonisatie en apartheid. De Namibische overheid onderneemt lovenswaardige pogingen om die ongelijkheden te corrigeren, maar een drastische omwenteling ontbreekt. 

Zoals de meeste landen op het Afrikaanse continent, draagt Namibië de gevolgen van eeuwenlange kolonisatie en uitbuiting. De koloniale periode begon met de komst van Duitse missionarissen in de eerste helft van de negentiende eeuw. In 1884 werd Namibië officieel een kolonie van het Duitse Rijk als 'Duits-Zuidwest-Afrika'.

De Duitsers werden vooral aangetrokken door de natuurlijke rijkdommen in het land zoals diamant, koper en de vele landbouwgronden. Het verlies aan land en veeteeltmogelijkheden leidde tot veel onvrede bij de lokale bevolking. Opstanden werden hardhandig neergeslagen. De kolonisatoren richtten concentratiekampen op, waar de lokale bevolking gedwongen werd tot slavenarbeid. Tegen 1907 hadden de Duitsers 80 procent van de Herero's en 50 procent van de Nama's uitgemoord, twee Namibische bevolkingsgroepen.

In 1915 versloeg Zuid-Afrika de Duitsetroepen waardoor Namibië de facto een vijfde provincie van Zuid-Afrika werd. In 1948 kreeg daardoor ook Namibië met het segregatie- en uitbuitingsmodel dat apartheid heet te maken. Zo werd de lokale bevolking nog verder onderdrukt.

Een ongelijke start

Bij de onafhankelijkheid in 1990 woog de historische erfenis zwaar. Namibië was toen het meest ongelijke land ter wereld, gevolgd door Brazilië en Zuid-Afrika. De extreme inkomensongelijkheid liep volgens raciale en genderbreuklijnen. De zwarte bevolking had nauwelijks toegang tot

publieke dienstverlening, goede jobs of gezondheidszorg. Naar schatting leefde twee derde van de bevolking op dat moment in absolute armoede, waarbij vooral vrouwen getroffen werden. Dat terwijl de blanke bevolking de meeste welvaart en de goeie jobs in handen had en kon profiteren van uitstekende dienstverlening.

De South West Africa People's Organisation (SWAPO), de politieke partij die vanaf het begin van de onafhankelijkheid tot op vandaag de regering leidt, stond bij de onafhankelijkheid voor de grote taak om de welvaart te herverdelen. Toch deden ze dat niet met een grote omwenteling. Oorspronkelijk was de partij een radicaal socialistische bevrijdingsbeweging, maar in de jaren 90 veranderde het discours van SWAPO en aanvaardde ze het kapitalistische model. Toch bleef men hameren op de correctie van de ongelijkheden op vlak van inkomen, ras en gender.

Structurele sociaaleconomische ongelijkheid

Namibië kan sinds haar onafhankelijkheid mooie groeicijfers voorleggen, maar die groei gaat onvoldoende gepaard met jobcreatie en bestrijding van armoede. De structurele problemen van de arbeidsmarkt en de socio-economische ongelijkheden raken maar niet opgelost. Toch ondernam de Namibische overheid lovenswaardige pogingen om die ongelijkheden te verkleinen. Ze zette in op de versterking van basisdienstverlening in onderwijs en de gezondheidszorg. De kindersterfte bij geboorte is intussen teruggedrongen en meer mensen hebben toegang tot water en sanitaire voorzieningen.

Daarnaast heeft de Namibische overheid de boodschap van de Internationale Arbeidsorganisatie goed begrepen en maakte ze van waardig werk een prioriteit. Het beleid ziet de creatie van waardig werk als de manier om armoede en inkomensongelijkheid te bestrijden. Permanente en formele jobs, gendergelijkheid op de arbeidsmarkt, sociale dialoog en sociale bescherming zijn daarbij focuspunten.

Beperkte sociale bescherming

Het huidige sociale beschermingssysteem is grotendeels gelinkt aan tewerkstelling. Wie werkt, formeel of informeel, heeft in principe toegang tot moederschaps- en ziekteverlof. Maar in de praktijk blijkt dat slechts de helft van de werkende mensen geregistreerd zijn bij de sociale zekerheid. Daarnaast zijn er ook een aantal sociale beschermingsmaatregelen die niet gelinkt zijn aan tewerkstelling, zoals kinderbijslag, invaliditeitsuitkering en pensioen.

Veel mensen vallen dus uit de boot. Zo worden werklozen, meer dan een kwart van de bevolking, grotendeels aan het lot overgelaten. Maar ook mensen die werken hebben het niet gemakkelijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Vooral mensen met onzekere jobs, een laag loon en slechte arbeidsomstandigheden, hebben het moeilijk.

Wijdverspreide armoede

FOS-partner LaRRI, het Labour Resource and Research Institute, deed onderzoek naar de armoede in Namibië. Men keek daarbij naar de kostprijs van het minimum aan eten dat een huishouden nodig heeft om te overleven, maar ook naar andere basisbenodigdheden, zoals huisvesting, spullen voor hygiëne en transport. Wie niet genoeg verdiend om die basisbenodigdheden te kopen, wordt beschouwd als arm. Uit het onderzoek blijkt dat een Namibisch huishouden 10 661.91 Namibische dollar, omgerekend ongeveer 650 euro, per maand nodig heeft om te overleven. Dat terwijl het gemiddelde inkomen per huishouden slechts 4494 Namibische dollar of 270 euro bedraagt. Een heel groot deel van de bevolking leeft dus onder die armoedegrens.

"Het wettelijk minimumloon voor een huishoudwerkster is 1353.2 Namibische dollar per maand. Toch verdienen veel huishoudwerkster stukken minder dan dat", zegt Margrieta Saal, vice-algemeen secretaris van de Namibische vakbond voor huishoudwerksters (NDAWU). "Als je weet dat een huisje in een sloppenwijk al gauw meer dan 1000 Namibische dollar per maand kost, dan is het duidelijk dat er niet veel over blijft om van te leven."

Raciale ongelijkheid en positieve discriminatie

Net zoals de Zuid-Afrikaanse overheid na 1994, koos de Namibische regering voor maatregelen die de participatie van de zwarte bevolking op de arbeidsmarkt en in de economie moesten vergroten. Die maatregelen zijn erin geslaagd om een kleine zwarte middenklasse en een nieuwe zwarte elite te creëren, maar faalden in een echte herverdeling van de rijkdom. Vooral een elite van zwarte mannen zijn erin geslaagd welvaart te vergaren. De voormalige voorzitter van de Namibische Kamer van Koophandel wond er in een toespraak in 2003 geen doekjes om: er moesten meer zwarte miljonairs komen. Over het dichten van de inkomenskloof ten voordele van de hele zwarte bevolking bleef het stil.

Genderongelijkheid en het Zebra-model

De structurele ongelijkheid tussen mannen en vrouwen in Namibië is zeer treffend als je kijkt naar de gebrekkige mogelijkheden van vrouwen om een eigen, onafhankelijk inkomen te verzekeren. Vrouwen zouden thuis moeten blijven voor de kinderen en de was en de plas doen. Aangezien er geen sociaal vangnet is voor mensen zonder werk, wil dat zeggen dat veel vrouwen enkel kunnen overleven dankzij het inkomen van een ander. Dat plaatst vrouwen in een uiterst afhankelijke positie.

Vrouwen die wel werken hebben bovendien vaak jobs onderaan de hiërarchische ladder, met een slecht imago, slechte en onzekere werkomstandigheden en een laag loon. Dat ondanks een aantal vooruitstrevende maatregelen van de Namibische overheid. De regeringspartij engageerde zich voor een 50:50 verdeling tussen mannen en vrouwen in het parlement. De weg naar volledige gelijke vertegenwoordiging is ingezet nu al 41 procent van de parlementairen vrouwen zijn. Dezelfde 50:50 verdeling moet ook gelden voor ministerposten en hoge functies in staatsbedrijven. Als een minister een man is, moet de viceminister bijvoorbeeld een vrouw zijn en omgekeerd. Dat systeem staat ook bekend als het zebra-model: een gelijke afwisseling tussen witte en zwarte strepen, tussen mannen en vrouwen.

 Auteur: Naomi De Bruyne

FOS DOOR:

Deel dit artikel