(Natuur)rampen zorgen voor toxische soep

ecuador-cefodi
De beelden van de door de tyfoon verwoeste Filipijnen waren zeer confronterend en toonden duidelijk aan waartoe een 'boze' planeet in staat is. Maar behalve verwoesting en dood is er nog een belangrijk bijkomend gevolg: de globale zoetwatervoorraden worden steeds verder aangetast door een schijnbaar eindeloze reeks aan extreme (natuur)rampen.




Naast beschadiging van infrastructuur, zoals dammen, waterzuiveringsinstallaties, pompen en dijken, vormen dergelijke rampen ook een bedreiging voor de watervoorziening. Ze veroorzaken verontreiniging van oppervlaktewater met fecaliën, en dus o.a. met bacteriën, virussen, protozoa, parasieten en uitgescheiden medicijnen die slecht worden afgebroken.

Toxische chemicaliën komen via overstroomde gebieden terecht in bodems en waterwegen. Industriële opslagtanks worden lek geslagen, rioleringen beschadigd, sanitaire blokken verwoest, dode lichamen komen terecht in het water en de overlevenden doen er hun behoefte in. Het verwijderen/vermijden van de vervuiling uit deze heksenketel wordt een technologische en economische nachtmerrie.

 

Stormvloed vernielt infrastructuur en verontreinigt watervoorraad


Stormvloed (op de Filipijnen werd de kaap van 3m overschreden) veroorzaakt nog bijkomende kopzorgen. En niet enkel de arme landen ondervinden deze hinder, wat duidelijk werd gemaakt met de doortocht van de verwoestende orkaan Sandy in de welvarende kuststaten New York en New Jersey.

Naast de fysieke schade aan infrastructuur, zorgt een stormvloed ook voor de verontreiniging van oppervlakte- en grondwater met zeewater. Het verwijderen van deze zoutvervuiling ('verzilting') vergt een inverse osmosebehandeling, met daarmee gepaard gaande milieu- en financiële kosten. In de meeste gevallen wordt dit zelfs niet uitgevoerd gezien de hoge kosten t.o.v. de gecreëerde meerwaarde.

Wat kunnen we hieraan doen? Alle antwoorden wijzen onvermijdelijk in de richting van preventieve technologische voorzieningen, zoals verhoogde grondwaterbronnen of rampenbestendige opvangbekkens. Maar is het mogelijk dat stilaan een punt wordt bereikt waar puur de schaal van de catastrofes zelfs "verharde" gebouwen en andere infrastructuur begint te overtreffen? (Of dergelijke zaken überhaupt kunnen worden gefinancierd door ontwikkelingslanden is nog een volledig andere vraag.)

Klimaatwetenschapper James Hansen en zijn medewerkers denken alvast dat een dergelijk punt wel degelijk zou kunnen worden bereikt als al onze fossiele brandstofreserves worden opgebruikt. De resulterende extreme weercondities zouden ons adaptatievermogen volgens deze onderzoekers in belangrijke mate overtreffen.

Steeds meer afvalwater in waterwegen en meren


Volgens sommige berekeningen wordt jaarlijks een volume van 1500 km³ water aangetast. Dit cijfer is eerder een schatting, maar zeker is wel dat het volume groter zal worden, gezien de snelle bevolkingsgroei en het tempo van de verstedelijking in landen in ontwikkeling. 90% van het stedelijke afvalwater wordt er niet of onvoldoende gezuiverd in rivieren of meren geloosd. Dit afvalwater is een grote bedreiging voor de volksgezondheid, voor de biodiversiteit, voedselzekerheid en watervoorraden.

Vele grote stromen bestaan nu al voor het grootste deel uit afvalwater. De Yamuna-rivier heeft gedurende bijna negen maanden per jaar geen zoetwaterdebiet. Delhi confisqueert water aan een stuwdam bij Wazirabad, waardoor het stroomafwaarts debiet bestaat uit rioolwater en ander effluent. De zuurstofarme staat van de rivier is duidelijk zichtbaar door de massa's opdrijvend slib van de bodem, gasbellen en drijvend materiaal aan de oppervlakte.

De rivier Jordaan is op een gelijkaardige manier aangetast, waarbij onttrekkingen vanuit Israël, Jordanië (via een zijrivier) en Syrië (via een zijrivier) diens debiet hebben teruggedrongen tot een meanderend stuk van slechts 100 km lang dat voornamelijk bestaat uit afvoerwater.

Dan is er nog China, waar huishoudelijk afvalwater en voedingsstoffen afkomstig van de landbouw de waterwegen en meren sterk hebben aangetast. Recente gegevens tonen aan dat bijna twee derde van 40 onderzochte zoetwatermeren eutrofisch (*) of zuurstofarm waren, waaronder ook de meren Taihu, Hongze en Caohu.

Op al deze plaatsen bevindt zich dus in de bodems, waterbodems en oevers een sluimerende cocktail van (historische) lozingen. Iedere preventiemaatregel was waarschijnlijk beter geweest dan de pogingen om deze vervuiling nu, achteraf, op te ruimen.

Antibiotica en superbugs


Uitgescheiden antibiotica en immune bacteriën (de zgn. superbugs), algemeen teruggevonden in afvoerwater, kunnen aanwezig blijven in water als resistente bacteriën die mensen binnen kunnen krijgen via de voedselketen. Dit zou impliceren dat grote hoeveelheden afvalwater een verregaande behandeling vereisen als we enige hoop tot veilig hergebruik willen hebben.

Voornamelijk het explosief toegenomen verbruik van goedkope, generische antibiotica in Azië en India laten een vernietigend spoor na op het milieu, met mogelijk verregaande gevolgen voor de algemene volksgezondheid.

Natuurrampen moeten ons er dus toe aanzetten om na te denken over de versterking van waterinfrastructuren, zodat toekomstige vernietiging ervan zo veel mogelijk kan worden vermeden.

 

Bron: http://theconversation.com/the-world-has-fresh-water-but-its-full-of-poison-21081

 

(*) Het verschijnsel waarbij door toevoer van een overmaat aan voedingsstoffen een sterke groei en vermeerdering van bepaalde soorten optreedt, waardoor meestal de biodiversiteit sterk afneemt.
Join For Water DOOR:

Deel dit artikel