Nieuwe ngo-wet in Congo: het einde van het kritische middenveld ?

Een nieuwe wetgeving voor ngo's ligt voor ter stemming in het Congolese parlement. Als deze wet in haar huidige vorm wordt goedgekeurd betekent dit een zware slag voor het middenveld in Congo. 11.11.11 vraagt de Belgische regering haar bezorgdheid over te maken aan haar Congolese collega's.

Het wetsvoorstel beperkt de vrijheid van vereniging, een mensenrecht, in belangrijke mate. Zo zou geen enkele vereniging nog activiteiten mogen uitoefenen voordat de minister van justitie de organisatie erkend heeft. Als de minister binnen de drie maanden geen erkenning verleent moet men ervan uitgaan dat de erkenning geweigerd is.

Dit draait het recht op vrijheid van vereniging om. Volgens internationale mensenrechtenbepalingen mogen organisaties en dus het recht op vereniging, pas verboden worden als er gegronde en door een rechtbank bewezen redenen voor zijn (zoals steun aan terrorisme, witwassen, misdaad of andere strafbare feiten).

Bovendien voorziet de nieuwe wet de ontbinding van elke organisatie, én de confiscatie of de vernietiging van haar goederen, als de organisatie in kwestie zich schuldig maakt aan 'het veroorzaken van politieke onrust' en 'het in diskrediet brengen van politieke instellingen en hun werking'. Voor organisaties die bijvoorbeeld mensenrechtenschendingen of gevallen van corruptie aanklagen, zoals de partners van 11.11.11, ziet het er dus niet goed uit.

Internationale ngo's die 'politieke activiteiten' uitoefenen kunnen bovendien het land worden uitgezet. Het is onduidelijk wat er in de wet precies wordt bedoeld met 'politieke activiteiten'. Het lijkt erop dat het werk van ngo's rond democratie en goed bestuur, of elke vorm van beleidsbeïnvloedend werk geviseerd wordt. Verschillende Belgische ngo's en hun Congolese partners kunnen dus direct getroffen worden door de nieuwe wetgeving.

De voorgestelde restricties op het recht op vereniging en de criminalisering van legitieme, kritische activiteiten in een democratische samenleving zijn geen Congolees maar een globaal fenomeen. Kritische stemmen worden steeds vaker gemuilkorfd door de financiering, de registratie en de werking van tegenmacht-organisaties aan banden te leggen. Het aantasten van fundamentele politieke en burgerlijke rechten raakt het hart van een democratie, en heeft zware gevolgen voor de hele samenleving.

Het is daarom belangrijk dat België bijzondere aandacht schenkt aan de nieuwe ngo-wetgeving in Congo en zowel bilateraal als in EU-verband protest aantekent bij de Congolese regering.

Pieter-Jan Hamels
Beleidsmedewerker Centraal-Afrika

Deel dit artikel