Nieuwe regels voor BIO door dossier 11.11.11

Vandaag (5 december) stemt het parlement over de hervormingsplannen van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO). Toen twee jaar geleden bleek dat het fonds, dat bijna volledig met middelen voor ontwikkelingssamenwerking wordt gefinancierd, via offshore constructies investeerde in steenkoolcentrales en luxehotels, trok 11.11.11 met een krachtig dossier aan de alarmbel.

Ook na de publicatie van het rapport bleven de ngo's hameren op een grondige hervorming van het fonds. Het hervormingsplan dat nu op tafel ligt, pakt financiële constructies met belastingparadijzen hard aan. Een belangrijke stap, maar voor 11.11.11 mag de hervorming nog verder gaan, want ook de rendementseis zien we liever geschrapt.

Belastingparadijzen aangepakt

BIO is een semi-autonome vennootschap die met hulpgeld investeert in bedrijven in ontwikkelingslanden. Het is dus geen private maatschappij als een andere maar een beleidsinstrument van het Belgische ontwikkelingsbeleid. Daarom vindt 11.11.11, en een groep ngo's samen met haar, dat het fonds moet afgerekend worden op de doelstellingen van duurzame ontwikkeling en armoedebestrijding.

"Goede eerste stap maar er is meer nodig"

In het hervormingsplan, dat werd opgemaakt door minister van Ontwikkelingssamenwerking Jean-Pascal Labille, wordt het om die redenen in de toekomst onmogelijk om bedrijven via offshoreconstructies in belastingparadijzen te financieren. Die constructies spelen immers een bijzonder kwalijke rol bij illegale kapitaalvlucht en belastingontduiking, waardoor ontwikkelingslanden jaarlijks miljarden euro's aan belastinginkomsten mislopen.

Concreet kan BIO niet langer investeren via staten waar minder dan 10% belastingen moeten betaald worden of die zich weigeren te schikken naar de nieuwe verstrengde norm om bankgegevens automatisch te delen met andere belastingdiensten. Opvallend, de maatregel is de eerste die het gebruik van belastingparadijzen door dergelijke ontwikkelingsbanken aan banden legt.

 

De rendements-eis blijft

In het dossier dat de kat de bel aanbond stelde 11.11.11 ook vast dat de foute keuzes van BIO rechtstreeks het gevolg zijn van het financieel rendement dat van BIO wordt verwacht. Zonder die rendementseis zou BIO veel relevantere investeringen kunnen doen en de risico's nemen die eigen zijn aan beginnend ondernemerschap in ontwikkelingslanden. Bovendien contrasteert het vereiste minimumrendement scherp met de doelstellingen die de minister zich oplegt in pakweg de landbouwsector. Daar staat de familiale landbouw centraal om de voedselzekerheid in de partnerlanden te verhogen.

Vraag is of BIO wel in staat is om in deze prioritaire sector een rol van betekenis te spelen. Daarom pleitten de ngo's voor de oprichting van een bijzonder fonds binnen BIO dat van de rendementsverwachting zou worden vrijgesteld. Hoewel ook BIO te vinden is voor een dergelijke constructie, maakt het voorlopig geen deel uit van de regeringsplannen.

Een nieuw voorstel in het plan is de mogelijkheid voor BIO om subsidies te koppelen aan de investeringen. Dat moet de financiering van lokale microbedrijfjes en KMO's vergemakkelijken. Maar de tegenprestatie die de kleine bedrijven daarvoor moeten leveren, is zo zwaar dat gevreesd kan worden dat die subsidies voor hen te hoog gegrepen zijn. Men is dus niet ingegaan op de vraag van de ngo's om die gevraagde tegenprestatie te verlagen.

Transparantie als knelpunt

Naast deze financiële eisen, hebben de ngo's ook altijd gepleit voor meer transparantie in het fonds. Om de relevantie, coherentie en doeltreffendheid van BIO te versterken, voorziet de huidige wet in het afsluiten van een beheersovereenkomst tussen BIO en de overheid. Dat beheerscontract vormt een goede kans om de doelstellingen en verwachte resultaten van BIO gedetailleerd vast te leggen. Bovendien wordt het mogelijk BIO ook af te rekenen op de doelstellingen die ze niet of onvoldoende haalt. Toch had men een aantal afspraken met BIO beter wettelijk vastgelegd.

De ngo's hebben steeds gepleit voor een verscherping van het parlementair toezicht, om te vermijden dat BIO nog investeert in irrelevante projecten zoals fitnesscentra. Om de ontwikkelingsrelevantie echt te kunnen inschatten is het bovendien noodzakelijk dat per land en project gedetailleerde informatie wordt verzameld over niet alleen de financiële maar ook de maatschappelijke impact. Ook de concrete selectiecriteria voor bedrijven die van een financiering van BIO kunnen genieten, ontbreken in het wetsvoorstel.

Niet gewacht op evaluatie

Een tijdje geleden sprak de Commissie Buitenlandse Betrekkingen zich positief uit over het nieuwe hervormingsvoorstel. Verwacht wordt dan ook dat de meerderheidspartijen de hervorming zonder meer zullen goedkeuren. Tegelijkertijd is een officiële evaluatie nog steeds aan de gang. De eerste resultaten van een doorlichting van de

investeringen op het terrein worden evenwel niet voor half december verwacht. De politieke verantwoordelijken hebben dus niet op die evaluatie gewacht, want in juli van dit jaar keurde de Ministerraad al een voorontwerp goed dat het fonds weer op het rechte spoor moest brengen.  De reactie van 11.11.11 op dat voorstel kan je hier lezen

Conclusie

Eerder vond 11.11.11 de voorgestelde hervorming een stap in de goede richting. Toch had de regering nog verder kunnen gaan. Het wegtrekken van BIO uit belastingparadijzen zoals de Kaaimaneilanden is een belangrijke stap, maar om te vermijden dat ontwikkelingsgeld niet langer wordt gebruikt voor de bouw van vijfsterrenhotels of fitnesscentra, moet ook het verwachte rendement fundamenteel aangepakt worden.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels