Nieuws van het Afrika Europa netwerk oktober 2014

EU dwingt ACP landen op de knieën

ACP-landen (voormalige Europese kolonies in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan) hebben onder stevige druk van de EU verregaande vrijhandelsakkoorden gesloten.

Sinds 2002 onderhandelt de EU over Economische Partnerschapsakkoorden (EPA's) met voormalige kolonies in Afrika, de Caraïben en de Stille Oceaan. Deze akkoorden moeten ervoor zorgen dat er een vrije markttoegang is tussen de ACP-landen en de EU. Het was de bedoeling om tegen eind 2007 een zestal regionale EPA's af te sluiten. Maar dat lukte alleen in de Caraïben. In de overige regio's werd een aantal voorlopige EPA's afgesloten met individuele landen of subregionale groepen.

Eind juli 2014 verviel de 'houdbaarheidsdatum' van de voorlopige EPA's. Deze deadline was in mei vorig jaar ingesteld door de EU om druk te zetten op het proces. ACP-landen die tegen de zomer van 2014 hun voorlopige EPA's uit 2007 niet hadden geratificeerd of in werking hadden gesteld, zouden hun voordelige toegang (toegang zonder of tegen een lage invoertaks) tot de Europese markt verliezen.

Op 10 juli werd bekend dat de staatshoofden van de West-Afrikaanse Economische Gemeenschap (ECOWAS) de EPA's hadden 'geparafeerd'. Dat is nog geen officiële ratificatie, maar wel een eerste stap. Een onderhandelende partij geeft daarmee aan dat iets inderdaad het definitieve onderhandelingsresultaat is. Na ECOWAS volgden Kameroen en de regio Zuidelijk Afrika. Alleen de Oost-Afrikaanse regio, met Kenia, Tanzania, Rwanda, Burundi en Oeganda, hield de voet stijf. De EU verhoogde daarop de druk op Oost-Afrika.

Het maatschappelijk middenveld in de ACP-landen heeft grote kritiek op de EPA's. Zij wijzen erop dat de invoer uit Europa een grote concurrent is voor de regionale handel. In voorbije jaren werden lokale producenten zwaar getroffen door het fenomeen van 'dumping' van spotgoedkope, gesubsidieerde producten uit Europa, zoals kip of melk. Bovendien verliezen de ACP-landen inkomsten als ze de invoertaksen op Europese producten moeten afschaffen. Dat verlies is groter dan de totale hoeveelheid invoertaksen die ze in Europa zouden moeten betalen, als de voordelige markttoegang die momenteel bestaat voor Minst Ontwikkelde Landen wordt afgeschaft. Vele ACP-actoren pleitten er dan ook voor om géén EPA's af te sluiten en voor de eigen landbouw en verwerkende industrie te kiezen en voor meer regionale integratie en handelsakkoorden. Maar terwijl de voordelen hiervan vooral in de toekomst liggen en de gevolgen voor de traditionele exporteurs al onmiddellijk in oktober voelbaar zouden zijn, hebben de laatsten het pleit gewonnen. NGO's in ACP-landen voeren een wanhopige strijd om definitieve ratificatie van de EPA's tegen te gaan. (Bron: www.11.be)

De 'groene beloftes' van de regering van Botswana ontmaskerd

Ondanks eerdere beloftes van de regering in Botswana dat het Central Kalahari Game Reserve, het grootste natuurreservaat in het land, gevrijwaard zou blijven van mijnbouw, is deze zomer een diamantmijn geopend. Inmiddels is ook uitgelekt dat de regering toestemming heeft gegeven voor onderzoek naar de winning van schaliegas. De nomadische San-bevolking trekt aan het kortste eind.

Het Central Kalahari Game Reserve (CKGR) in de Kalahariwoestijn strekt zich uit over een gebied van 52.800 km². Daarmee is het het een na grootste natuurreservaat in de wereld. De San, ook wel bekend als 'bosjesmannen', wonen er al duizenden jaren. Hun geschiedenis wordt getekend door een voortschrijdend verlies van land en door strijd om te overleven.

Toen in de jaren '80 van de vorige eeuw diamant werden ontdekt in het CKGR, kregen de San al gauw te horen dat ze het land moesten verlaten. In 1997, 2002 en 2005 kwam het tot onrechtmatige en gedwongen verplaatsingen. Steeds bleef de regering ontkennen dat deze iets te maken hadden met de diamantvondsten. Als voornaamste reden werd gegeven dat de San 'stropers' zouden zijn. De jacht is inderdaad onderdeel van de levensstijl van de San. Maar merkwaardig is natuurlijk dat rijke toeristen voor veel geld wel vergunningen krijgen voor een 'jachtsafari' in het reservaat.

Inmiddels is ook bekend geworden dat de regering van Botswana toestemming heeft verleend aan een aantal internationale bedrijven om onderzoek te doen in de CKGR naar de winning van schaliegas. Van alle fossiele brandstoffen is de winning van schaliegas verreweg de meest vervuilende. Het kwetsbare ecosysteem van het natuurreservaat staat dus op het spel.

Misschien het meest cynische aspect van dit hele verhaal is dat de president van Botswana, Ian Khama, wereldwijd goede sier maakt als voorvechter van het milieu. In 2010 brachten de Britse prinsen William en Harry een bezoek aan het land ter ondersteuning van het 'Tusk Trust', een Britse NGO die zich inzet voor het behoud van Afrikaanse natuur. President Khama is ook lid van het bestuur van 'Conservation International', een Amerikaanse milieu-organisatie. Leiders van de San en hun medestanders wijzen erop dat de 'groene' reputatie van Khama in schril contrast staat met de manier waarop zijn regering omgaat met de San-bevolking en met de toekomst van het CKGR. (Bron: The Ecologist, 4/9/2014)

 Oeganda wordt te warm voor koffie

Oeganda is de grootste koffie-exporteur van Afrika. Maar de sector staat onder grote druk door de klimaatverandering. Stijgende temperaturen zorgen ervoor dat insectenplagen en verschillende schimmelziekten oogsten vernietigen.

Sinds enkele jaren wordt de koffie-oogst bedreigd door schadelijke insecten zoals ambrosiakevers, die de koffieplant aantasten, of schimmelziektes. Bovendien maakt de droogte een goede oogst steeds moeilijker. Koffieboeren die voorheen 700 tot 1000 dollar verdienden per oogst, verdienen vaak nog maar 250 dollar. De enige optie momenteel voor koffieboeren is uitwijken naar hogere en koudere gebieden. Het Nationale Onderzoeksinstituut voor Koffie (NaCORI) in Oeganda probeert koffievarianten te ontwikkelen die resistent zijn tegen schimmelziektes. (Bron: IPS, 19/9/2014)

Deel dit artikel