Ook Raúl Castro kent weinig genade voor politieke tegenstanders

Cuba hield eind vorig jaar minstens 283 politieke gevangenen vast. Dat zijn er vijftig minder dan een jaar geleden, zegt de Cubaanse Commissie voor de Mensenrechten en Nationale Verzoening (CCDHRN), een dissidente beweging. Raúl Castro, die op 31 juli de macht in handen kreeg omdat zijn broer Fidel herstelt van een operatie, treedt volgens de Commissie echter even hard op tegen politieke tegenstanders.


"De toestand op het vlak van burgerrechten en politieke en economische rechten bleef negatief in 2006, zegt de CCDHRN in een rapport. "De voorlopige regering heeft niets ondernomen om de situatie te verbeteren." Elizardo Sánchez en Carlos J. Menéndez, de ondertekenaars van een persmededeling waarmee de cijfers bekend werden gemaakt, wijten de "verlamming" op het eiland aan het feit dat het beleid dat Fidel Castro uitstippelde nog altijd "tot op de letter" wordt uitgevoerd.

De CCDHR publiceert om het half jaar een lijst met namen van gevangenen die bestraft werden "om politieke of sociopolitieke redenen". Elke naam op die lijst wordt gefundeerd met getuigenissen van verwanten. Dat het aantal gevallen het afgelopen jaar terugliep van 333 tot 283, kan er volgens de commissie mee te maken hebben dat de regering het aantal politieke gevangenen wil terugbrengen "door minder straffen uit te spreken en sommige gevangenen vrij te laten".

Volgens de CCDHR verandert de repressie daarmee alleen van aard. "Lange gevangenisstraffen en nieuwe vervolgingen worden vermeden, maar anderzijds zien we meer korte arrestaties, intimidatie, aanvallen door groepen regeringsaanhangers en vermaningen door de politie", zegt Sánchez. Op korte en middellange termijn kan de situatie volgens hem nog verslechteren, "tenzij er een mirakel gebeurt en de regering de modernisering van de politiek, het gerecht, de economie en de culturele sfeer in werking zet."

De CCDHRN zegt dat het regime in Havana de rechten van haar burgers op uiteenlopende terreinen blijft beperken. Mensen kunnen zich niet zomaar verenigen, kunnen niet zeggen wat ze willen, de pers is niet vrij en vrije betogingen zijn niet toegelaten, vrij ondernemerschap wordt beperkt en onafhankelijke vakbonden en politieke partijen bestaan niet.

Niet iedereen in de Cubaanse oppositie is het eens met de analyse van de CCDHRN. De Arco Progresista, een coalitie van gematigde dissidenten, zegt dat politieke tegenstanders van het regime de laatste maanden minder lastig worden gevallen. Volgens woordvoerder Manuel Cuesta Morúa leveren vergaderingen van dissidenten achter gesloten deuren geen problemen meer op en zijn sommige arrestanten die zonder proces werden vastgehouden, op vrije voeten gesteld. De grens ligt volgens hem allicht bij acties op de straat. De regering kan geen betogingen toelaten "die een kettingreactie kunnen veroorzaken en uit de hand zouden lopen."

Dat Cuba veel politieke gevangenen telt, daarover zijn alle mensenrechtenorganisaties het eens. De cijfers verschillen wel sterk. Amnesty International erkent 78 mensen van de lijst van CCDHRN als gewetensgevangenen. De Cubaanse Coördinatie van Politieke Gevangenen (CNPP), een andere dissidente organisatie, telde eind 2006 339 politieke gevangenen, 77 minder dan in 2005.

De Cubaanse regering wuift de cijfers van Cubaanse groepen weg. Volgens haar worden alle dissidenten betaald door de VS, de gezworen vijand van het Cubaanse regime. Havana zegt dat het de burgerlijke en politieke rechten moet inperken omdat het zich moet verdedigen tegen destabilisatiepogingen vanuit Washington. De Cubaanse regering gaat ook prat op haar prestaties op het vlak van onderwijs, gezondheidszorg en werkgelegenheid. Volgens haar zijn dat mensenrechtenaspecten die in veel landen minder aandacht krijgen, zelfs in het rijke Amerika. IPS (PDJS)

IPS DOOR:

Deel dit artikel