Oost-Afrikaanse boeren beginnen zich aan te passen aan de klimaatverandering

2012-10Kleine landbouwers  in Tanzania en andere Oost-Afrikaanse landen beginnen klimaatbestendige landbouwtechnieken toe te passen volgens een recente studie van het Climate Change Agriculture and Food Security (CCAFS), het onderzoeksprogramma van het CGIAR (*).

Uit de studie blijkt  dat de toepassing van gewijzigde landbouwmethodes wel toeneemt, maar dat anderzijds de grote onzekerheid over de voedselbevoorrading vele boeren ervan weerhoudt om de nodige veranderingen door te voeren om het hoofd te kunnen bieden aan de klimaatverandering.

De studie werd een jaar na de ergste droogte in Oost-Afrika sedert 60 jaar uitgevoerd en is gebaseerd op de ondervraging van 700 landbouwgezinnen in Tanzania, Kenia, Oeganda en Ethiopië. De studie door CCAFS maakt deel uit van een ruimer onderzoek waarbij 5.040 gezinnen in 252 dorpen  in 12 landen van Oost- en West-Afrika en Zuid-Azië werden ondervraagd.

Generaties lang hebben landbouwers en veehouders in Oost-Afrika erg variabele weertypes overleefd door het toepassen van nieuwe landbouwtechnieken. Naarmate deze variatie toeneemt, de neerslagpatronen wijzigen en de gemiddelde temperatuur stijgt door klimaatverandering, worden zij echter verplicht om sneller en op grotere schaal veranderingen door te voeren, volgens het  World Agroforestry Centre (ICRAF) in Nairobi.


Diversificatie in de landbouw is essentieel voor  de verhoging van het welzijn van de gezinnen. Kunnen beschikken over betere gewassen en informatie over o.a. bodem- en waterbeheer en alternatieven in verschillende situaties is meer dan ooit noodzakelijk.


Uit de studie blijkt dat landbouwers een verscheidenheid van methodes toepassen om hun oogst te verbeteren.

  • 50 % van de gezinnen zijn actief in 'agroforestry', wat erosie tegengaat en de kwaliteit van water en bodem verbetert.  Agroforestry, of boslandbouw, is een landgebruiksysteem waarbij het planten van bomen wordt gecombineerd met landbouw of veeteelt.
  • 50% introduceerde ook 'intercropping': de landbouwmethode om meerdere gewassen samen te laten groeien. Het doel is een grotere opbrengst per oppervlakte, door gebruik te maken van alle beschikbare natuurlijke middelen die door één enkel gewas niet zouden worden benut. De planning moet rekening houden met bodem, klimaat en aard van de gewassen. Geen planten dus die met elkaar in competitie zijn qua ruimte, voedingsstoffen, water en zonlicht. Voorbeelden zijn een diep geworteld gewas met een ondiep of een hoge plant in combinatie met een lage die schaduw nodig heeft. 
  • 25 % hebben hun teelt afgewisseld in de voorbije 10 jaar. Deze en andere technieken behouden en verbeteren de bodemvruchtbaarheid, terwijl bovendien de gewasopbrengst toeneemt.


Andere gekende methodes om de productiviteit te verhogen moeten echter nog op ruimere schaal worden toegepast, want slechts 25 % van de gezinnen gebruikt  mest of compost en slechts 23 %  bedekken de wortels met stro om verdamping tegen te gaan. Deze eenvoudige methodes verbeteren nochtans de bodem en vermijden het gebruik van duurdere kunstmeststoffen. 16% van de gezinnen passen bodembeheermethodes toe zoals  terrasbouw of andere technieken die verliezen van water en organische materie beperken en 10 % zijn begonnen met het opslaan of het beheer van het irrigatiewater. 

In de veeteelt hebben 34 % van de landbouwers de omvang van hun kuddes verminderd en 48 % beheren hun middelen beter door bijvoorbeeld zelf gewassen te telen voor veevoeder.
33 % van de herders in Ethiopië en 20 % in Tanzania beheren hun weilanden efficiënter door het planten van betere voedervariëteiten en het plaatsen van omheiningen.

 

Voedselschaarste

Volgens de studie blijft voedselschaarste een belangrijke hinderpaal om zich aan te passen aan het wijzigend klimaat. Alle landbouwgezinnen worden hiermee geconfronteerd : voedseltekorten van gemiddeld 2 maand in Nyando, Kenia en meer dan 6 maand in Borana, Ethiopia. 

 

Een probleem van de kip of het ei? Het spreekt vanzelf dat gezinnen die slechts met veel moeite in hun voeding kunnen voorzien, niet meteen bereid zijn om te investeren in nieuwe methodes met hogere kosten en risico's. Maar 'niet-aanpassen' draagt zeker bij aan de voedselschaarste waardoor dan weer het vermogen wordt beperkt om zich aan  te passen aan allerhande soorten veranderingen.
 
Het is dus essentieel  dat we meer leren over de factoren die innovatie mogelijk maken en hoe we de verborgen kosten en hinderpalen, die gepaard gaan met  het veranderen van landbouwmethodes,  kunnen reduceren. De CCAFS tracht systematisch in te schatten welke de niveaus van voedselzekerheid zijn bij de kleine Afrikaanse landbouwers, welke acties en aanpassingen de landbouwers al hebben toegepast, welke informatie ze ontvangen en hoe ze ermee omgaan en welke ondersteuning  ze al hebben gekregen. 

Terwijl warmere temperaturen de opbrengst van bepaalde gewassen kunnen verhogen, vooral dan in de tropen, blijft de impact van klimaatverandering op de voedselbevoorrading in Oost-Afrika in het  algemeen een immens probleem.

CCAFS merkt ook op dat de slottekst van de Rio+20 Conferentie het verband erkent tussen duurzame landbouw, kleine landbouwgezinnen en voedselveiligheid maar geen enkel engagement of actieplan bevat.

Bron : The Citizen Reporter - Dar es Salaam
Volledige tekst : http://thecitizen.co.tz/business/13-local-business/25819-adaptation-to-climate-change-takes-root-in-east-africa.html



(*) De Consultative Group on International Agricultural Research - CGIAR- is een wereldwijd  partnership van organizaties die onderzoek doen naar een voedselveilige toekomst. Het onderzoek is erop gericht om armoede op het platteland terug te dringen, voedselbevoorrading te verzekeren, de gezondheidszorg en de voeding te verbeteren, en te zorgen voor een duurzaam beheer van de natuurlijke rijkdommen.
Join For Water DOOR:

Deel dit artikel