Q&A: Conflict in Mozambique

 Mount Murresse in de provincie Zambezia WIKIPEDIA

Mozambique ligt aan de Oostkust van Zuidelijk Afrika en heeft een lange kustlijn van bijna 2500 kilometer aan de Indische Oceaan. Er wonen 24 miljoen inwoners. Om de spanningen in het land te kaderen stelde het FOS-team Zuidelijk Afrika een vraag-en-antwoordfiche op over de vroegere Portugese kolonie, een Q&A.

Q: Waarom is Mozambique straatarm?
A:
Portugal investeerde weinig in zijn kolonies waardoor de publieke sector niet goed is uitgebouwd. De onafhankelijkheid in 1975 werd gedragen door een socialistisch project, Frelimo, dat gericht was op de ontwikkeling van de bevolking. Het was een doorn in het oog van de buurlanden. Zij stuurden aan op een burgeroorlog door oppositiepartij Renamo te steunen. De burgeroorlog duurde van 1976 tot 1992 en maakte bijna 700.000 doden. Het land bleef verwoest achter.

Q: Wat is de rol van de regering?
A: De bevrijdingsregering droomde van een socialistische maatschappij waar elke burger onderwijs, gezondheidszorg en een inkomen zou krijgen. Na de burgeroorlog moest het land zich echter plooien naar de wensen van internationale donoren om geld te vinden voor de opbouw van de staat. Privatiseringen en het aantrekken van grote buitenlandse investeringen stonden voorop, maar brachten niets op voor de bevolking. 

Q: Wat met het socialistische project?
A: Het onderwijs en de gezondheidszorg zijn van slechte kwaliteit. Zo zijn er slechts drie artsen beschikbaar per 100.000 inwoners. De arbeidswetten zijn niet slecht, maar bedrijven kunnen ze straffeloos negeren.

Q: Kan de vakbond bedrijven controleren?
A: In een straatarm land met weinig formele, permanente werknemers zijn er weinig mensen die lidgeld kunnen betalen. Mozambique is immens groot, bedrijven liggen verspreid en je moet grote afstanden overbruggen over slechte wegen. De werknemers zijn amper opgeleid, dus is er veel werk om hen basisrechten aan te leren.

Q: Is er geen kritisch middenveld?
A: Veel middenveldorganisaties, zoals ook de vakbonden, groeiden vanuit de bevrijdingsbeweging en voelen zich nog steeds verwant met de Frelimoregering. Daarom zijn ze niet openlijk kritisch. Toch zijn er vragen over het beleid. De privatisering van de staatsbedrijven sinds de jaren 1990 heeft de bevolking vooral dieper in de armoede geduwd. De focus op agro-industrie met bijhorende onteigeningen van kleine boeren zorgt voor onzekere jobs. Boerenorganisaties, zoals FOS-partner UNAC, organiseren daarom verzet.

Q: Wat gebeurt er nu?
A: De voorbije jaren groeide het politieke verzet tegen Frelimo, dat sinds 1975 onafgebroken aan de macht is. In de aanloop naar de presidentsverkiezingen in 2014 kwam het tot een gewapende conflict tussen oppositiepartij Renamo en Frelimo. De oppositie groeide sterk in zes van de tien provincies en claimt daar nu de macht. De regering zet het leger in tegen Renamo. Door de escalatie van geweld vluchtten 11.000 mensen naar de buurlanden. Officieel doet Frelimo alsof er geen probleem is. Maar de partij lijkt steeds agressiever. De overheidscontrole op de activiteiten van het middenveld stijgt. Critici lopen het risico voor het gerecht gesleept te worden. Zo werd in april een Spaanse expat het land uitgezet omdat ze deelnam een betoging voor meer gendergelijkheid. Op dit moment durven weinig mensen zich openlijk uit te spreken. Wel zie je steeds meer onvrede bij de middenklasse.

Q: Wat betekent de toestand voor de FOS -partners?
A: Reizen in Mozambique is moeilijk geworden. Veel wegen zijn afgesloten door het geweld, waardoor meer gevlogen moet worden. Voor partners met weinig middelen is dat niet vanzelfsprekend. Maar desondanks blijven onze partners zich inzetten voor een verbetering van de wetten en levensomstandigheden van hun leden.

Dit artikel is een bijdrage voor FOSFOR, het driemaandelijks magazine van FOS. Lees het volledige magazine gratis digitaal hier

11 juli 2016
Auteur: Fran├žoise Vermeersch
Contact: Ann.Verbeke@fos-socsol.be

 

Deel dit artikel