Textiel- en kleding industrie in Zuid-Afrika: een krimpende sector

World-Bank

De textielindustrie kent een lange geschiedenis in Zuid-Afrika en is steeds een belangrijke werkgever geweest, voornamelijk voor vrouwen in de provincies WestKaap en KwaZulu-Natal en bepaalde stedelijke gebieden zoals Durban en Kaapstad. Vóór de liberalisering was de textielindustrie in hoofdzaak gericht op de interne Zuid-Afrikaanse markt. Door de liberalisering, de globalisering van de productieketen, de informalisering en verarming van de sector is het uitzicht van deze industrie vandaag de dag sterk veranderd.




Tussen 1982 en 1994 werden in Zuid-Afrika, onder invloed van programma's van het IMF en de Wereldbank, de eerste stappen gezet richting liberalisering van de handel in textiel en kleding. Bovendien vond in de jaren '90 een globale verschuiving plaats binnen de textielindustrie wereldwijd, waarbij de productie verhuisd werd naar lageloonlanden om de prijzen te drukken. Dit alles zorgde voor een stijgende import van goedkope textielproducten uit het buitenland naar Zuid-Afrika. De voorheen met importquota beschermde Zuid-Afrikaanse textielindustrie kreeg te kampen met een toenemende internationale concurrentie. In 1998 oversteeg de import van textiel reeds de export. Zuid-Afrika bleek machteloos tegenover de landen die nog goedkoper konden produceren, zoals China, India en enkele andere Afrikaanse landen.

De doorgedreven liberalisering, de vrijhandelsakkoorden en de groeiende instroom van goedkope producten uit het buitenland leidden tot een sterke daling van de tewerkstelling in de textielindustrie: in 1996 stelde de sector nog 228.000 werknemers tewerk, in 2005 was dit aantal gedaald tot 143.000 en in 2013 tot 120.000. Aangezien 80% van de werknemers in deze sector vrouwen zijn, had dit vooral een diepe sociaaleconomische impact op vrouwen en gezinnen waar de vrouw voor het inkomen zorgde. Bovendien gebeurden de meeste sluitingen in rurale gebieden, waar de kans op het vinden van een andere job sowieso al erg klein is.

Bedrijven die wel in productie bleven, zochten hun toevlucht in vormen van flexibilisering en informalisering van arbeid, door mensen via onderaanneming, thuisarbeid of flexibele korte termijncontracten tewerk te stellen. De grootste vakbond in de textielindustrie in Zuid-Afrika, SACWTU, schat dat deze vormen van precaire tewerkstelling nog eens goed zijn voor 40% meer werknemers dan het aantal dat momenteel bekend is voor de sector.

SACTWU, de Zuid-Afrikaanse kleding- en textielarbeiders vakbond, heeft momenteel ongeveer 85.000 leden. SACTWU onderhandelt met werkgevers over lonen en werkomstandigheden op sectoraal niveau, via sectorale onderhandelingsraden.

Hoewel de verkoop van textiel en kleding de voorbije jaren telkens gestegen is in Zuid-Afrika, zien we geen gelijklopende groei van de productie, noch van de tewerkstelling in de sector. Integendeel, de tewerkstelling daalt en de productie blijft constant. Hieruit kunnen we concluderen dat de Zuid-Afrikaanse textielindustrie er nog steeds niet in geslaagd is om de gevolgen van de liberalisering en globalisering van de sector te overkomen en zich als sector te herstellen. Lonen blijven erg laag en de sector opteert steeds vaker voor flexibele en precaire tewerkstelling.

TEKST Lien Bauwens

FOS DOOR:

Deel dit artikel