Water en voedselzekerheid: Wereldwaterdag 22 maart

wwd2012_logo_nl_kleinDagelijks moeten op onze aardbol 7 miljard monden gevoed worden en tegen 2050 zullen dat er naar schatting nog 2 miljard meer zijn. Volgens de statistieken drinken we per dag 2 tot 4 liter water, maar het meeste water dat we drinken zit verborgen in het voedsel dat we verbruiken: de productie van 1 kg vlees verbruikt 15.000 l water en 1 kg tarwe slorpt 1.500 l op.

In elke schakel van de voedselketen, van producent tot consument, kan men water besparen en werken aan voedselzekerheid voor iedereen.

En jij? Weet jij hoeveel water je elke dag werkelijk verbruikt? Hoe kan jij je eetgewoontes aanpassen en je watervoetafdruk kleiner maken?

Een miljard mensen lijdt dagelijks honger en de watervoorraden staan zwaar onder druk... daar kunnen we niet naast kijken. Om een antwoord te bieden op de toenemende bevolkingsgroei en iedereen de toegang tot voedzame levensmiddelen te verzekeren, kunnen ook wij iets doen:

  • minder producten verbruiken met een grote watervoetafdruk;
  • minder voedsel verspillen: 30% van het wereldwijd geproduceerde voedsel wordt nooit opgegeten en het water dat voor de productie nodig was, is slecht gebruikt;
  • meer voedsel – én van een betere kwaliteit - met minder water produceren;
  • gezondere voedingsgewoontes aannemen.

 

Wereldwaterdag: water in de kijker

De Verenigde Naties hebben in 1993 22 maart uitgeroepen tot Wereldwaterdag om de aandacht te vestigen op het belang van water en om te ijveren voor het duurzaam beheer van de zoetwatervoorraden. Ieder jaar staat een ander aspect van de waterproblematiek in de schijnwerpers, telkens om de gigantische invloed die water heeft op de menselijke omgeving duidelijk te maken en te tonen hoe nauw water verbonden is met ieders leven.

In 2011 was het thema "water in de steden". Voorgaande thema's waren o.m. Water, het klimaat en natuurrampen, Water voor ontwikkeling, Water en gezondheid, Vrouwen en water, Zuiver water voor een gezonde wereld...
Dit jaar is de FAO (de Wereld Voedsel- en Landbouworganisatie), op vraag van UN Water, het leidend VN-agentschap om Wereldwaterdag inhoud te geven.



Klimaatverandering en voedsel

Een recent rapport van de FAO (Wereld Voedsel- en Landbouworganisatie) gaat dieper in op het verband tussen klimaat, water en voedselzekerheid. Enkele paragrafen schetsen kort de effecten van klimaatverandering op de landbouwsector.

Het geïrrigeerde gebied over de hele wereld nam enorm toe van begin tot midden 20e eeuw, gestuurd door de snelle bevolkingsgroei en de daaraan gekoppelde vraag naar voedsel. Irrigatie staat in voor ongeveer 40% van de voedselproductie, de tuinbouwproductie inbegrepen en wordt toegepast op ongeveer 20% van de landbouwgronden of 300 miljoen ha wereldwijd.

De vraag naar voedsel zal naar verwachting met 70% stijgen tegen 2050, en zal ongeveer verdubbelen voor de ontwikkelingslanden. Als alles blijft zoals het is (zonder klimaatverandering dus) dan zal de hoeveelheid water die nodig is voor geïrrigeerde landbouw moeten toenemen met 11% om aan de vraag naar voedselproductie te voldoen. Men schat dat 40 tot 100% extra water nodig zal zijn om te voldoen aan de stijgende vraag naar water voor de landbouw onder de klimaatveranderende omstandigheden.

Vijf belangrijke factoren van klimaatverandering zullen de landbouwsector beïnvloeden, wisselend qua intensiteit en belang naargelang de regio.Die factoren zijn: temperatuurstijging, neerslagpatronen (regen en sneeuw), het voorkomen van extreme weersfenomenen (overstromingen en droogtes); verhoging van de zeespiegel en het kooldioxide-gehalte in de lucht.

Er is nog slechts beperkte literatuur beschikbaar over de toekomstige effecten van klimaatverandering op de waterbalans en de gevolgen voor irrigatie, maar het is waarschijnlijk dat deze factoren van klimaatverandering zullen leiden tot:

  • kleinere oogsten en verminderde landbouwproductiviteit in de gevallen waar de temperatuur de ontwikkeling van de gewassen beperkt (schommelingen in dagelijkse patronen zijn even belangrijk als meer algemene trends);
  • verminderde beschikbaarheid van water in regio's met dalende seizoensgebonden of jaarlijkse neerslag (inclusief zuidelijk Afrika en het Middellandse Zeegebied);
  • toename van klimaatvariabiliteit op plaatsen waar die al hoog is;
  • verlaagde opslag van neerslag onder de vorm van sneeuw, en eerder smelten van de wintersneeuw; dit zal leiden tot verschuiving van het moment waarop de hoeveelheid afvloeiend water het grootst is. Dit moment zal buiten het zomerseizoen vallen, wanneer de vraag nochtans hoog is.
  • verhoogde schade en overstromingen in laaggelegen kustgebieden die getroffen worden door de stijging van de zeespiegel, denk maar aan stormvloeden en toenemende zoutindringing in kwetsbare zoetwaterlagen;
  • toegenomen verdamping van de gewassen ten gevolge van de hogere temperatuur.

 

Bronnen
Join For Water DOOR:

Deel dit artikel