Watervoetafdruk: Toekomstig politiek beslissingsinstrument?

watervoetafdrukkleinJe hebt water nodig om voedsel te produceren zoals granen, groenten, vlees of zuivelproducten. Ook om bepaalde grondstoffen, zoals katoen of koffiebonen  te kweken, heb je water nodig. Om goederen te produceren via industriële processen, zoals het wassen, branden, verpakken van koffie,  het maken van een jeansbroek, een gsm of een auto, is veel water nodig als proceswater, was-  of koelwater.

Het gebruikte water bij deze processen noemt men ‘virtueel’ water of ‘indirect’ water. Het kan zowel ‘blauw’, ‘groen’ als ‘grijs’ water zijn. ‘Blauw’ water is oppervlaktewater of grondwater; ‘groen’ water is het (regen)water in de bodem dat door de planten opgezogen wordt; en ‘grijs’ water is gebruikt (afval)water dat onmiddellijk hergebruikt wordt.

Professor Tony Allan van het King’s College in Londen introduceerde als eerste het concept  in het begin van de jaren negentig.
Bij zijn onderzoek stelde hij een grote handelsstroom vast in ‘virtueel’ water. Wanneer een land bijvoorbeeld tarwe invoert, dan voert het ook ‘indirect’ water in.  Wanneer een land katoen uitvoert, dan voert het ook ‘indirect’ water uit. Vandaar ook dat prof. Allan er op wees dat waterbeheer eigenlijk een politiek gegeven is. Zijn pleidooien om vanuit het concept virtueel water kritisch te kijken naar waterbeheer viel niet in dovemansoren. Allan kreeg er in 2008 de Stockholm Water Prize voor.

Prof. Arjen Hoekstra van de universiteit van Twente werkte het concept verder uit.
Per product kan men het waterverbruik berekenen of inschatten: de watervoetafdruk per product, waarbij men rekening houdt met het totale watergebruik in de diverse stappen van de gehele productieketen.  Het meest sprekende voorbeeld is dat men om 1 kg rundvlees te produceren 16.000 liter water gebruikt.

Een bedrijf of organisatie kan ook de eigen watervoetafdruk berekenen, net als elk individu.
Per land kan je ook een watervoetafdruk berekenen, rekening houdend met intern gebruikt water, en ‘ingevoerd’ water.

Voorbeelden van virtueel of indirect water van enkele producten, alsook methoden om je watervoetafdruk te berekenen, vind je op de website van prof. Hoekstra van de universiteit van Twente http://www.waterfootprint.org of op de website van Ecolife, VELT en WWF  http://www.watervoetafdruk.be.


Hoe omgaan met het concept ‘indirect water’?

Het concept indirect water is interessant, maar moet in relatie gezien worden tot de problematiek van waterbeschikbaarheid, waterstress en waterschaarste. Het is wel een goed instrument om in een bedrijf of organisatie aan ‘water stewardship’ te doen: het zo klein mogelijk maken van de watervoetafdruk om een bepaald product of dienst te leveren. Een woordje uitleg.

Relatie tot waterbeschikbaarheid, waterstress of waterschaarste.
Indien het rund om die ene kg rundvlees op ons bord te krijgen, loopt te grazen in de vaak en overvloedig door regen besproeide weiden van de Belgische Ardennen, dan zal wel niemand wakker liggen van het hoge watergebruik. De Ardennen liggen in de categorie van hoge zoetwaterbeschikbaarheid per inwoner.

Indien men voor de kweek van datzelfde rund daarentegen veel bos omhakt in Brazilië (met  nefaste gevolgen i.v.m. de klimaatproblematiek) om soja te telen, die dan tegelijk alle beschikbare water opslorpt en streken droog zet voor de drinkwaterbevoorrading van de lokale bevolking, dan mogen we het met die 16.000 l veel moeilijker hebben.  Brazilië is als grote producent van soja - het voornaamste bestanddeel van veevoeder - een grote uitvoerder van ‘virtueel water’. En jammer genoeg gebeurt dit van uit streken die over veel minder zoetwater beschikken dan het Amazonegebied. 
Belangrijk is wel te beseffen dat de waterproblematiek heel specifiek en lokaal is, en sterk verschilt van een streek tot streek.


Goed instrument voor ‘water stewardship’

Het concept indirect water, en vooral dan de afgeleide watervoetafdruk is een prima instrument om aan ‘water stewardship’ te doen als bedrijf of als organisatie. Hoe kan je het watergebruik terugbrengen? Je slaat enkele vliegen in één klap. Je legt minder druk op de lokale watervoorraden.  Je legt minder druk op het milieu, want alle gebruikte (afval)water komt terug in de natuur terecht.  Geconcentreerde organisch belaste afvalwaterstromen zijn makkelijker te zuiveren dan verdunde stromen.  En je bespaart geld op zowel innamekosten als zuiveringskosten van het water.


Toekomstig politiek beslissingsinstrument?

Op voorwaarde dat er meer research wordt gedaan rond het concept ‘virtueel’ of ‘indirect’ water, en het verder wordt uitgediept, is dit concept  en de watervoetafdruk in de toekomst een mogelijk bijkomend beslissingsinstrument voor overheden.

Waarvoor  gaan we het beschikbare zoetwater (in veel gebieden schaars) het eerst gebruiken? Hoe zorgen we in de toekomst dat het water voor de voedselproductie wereldwijd het meest efficiënt gebruikt wordt? Welke regio’s zijn het meest geschikt - gezien de klimatologische condities en de zoetwaterbeschikbaarheid - om een bepaald gewas te telen?

Dit zou een heel ander licht kunnen werpen op de politiek van voedselsoevereiniteit van bepaalde staten. Moet Israël bijvoorbeeld per se al zijn voedsel zelf produceren, in een gebied van zeer grote waterschaarste?

En het nut van bepaalde huidige commerciële landbouwpraktijken zou men ook met een andere bril kunnen bekijken. Moet Egypte nog meer stukken van de woestijn vruchtbaar maken met Nijlwater om voor ons aardappelen te kweken of dagelijks verse boontjes op ons bord te krijgen? En dit terwijl de bovenloopse buurstaten het water van de Nijl slechts mondjesmaat mogen gebruiken.

Het concept zou kunnen helpen om wereldwijd te zorgen voor een eerlijker gebruik van de beschikbare zoetwatervoorraden en om bij te dragen tot de wereldwijde voedselzekerheid.

De watervoetafdruk op zich en alleen als politiek beslissingselement gebruiken is echter ook uit den boze. 
Er zijn nog andere belangrijke factoren om in rekening te brengen: denken we maar aan de CO2- uitstoot voor productie en transport van een product/dienst. En het landgebruik. En de te verwerken afvalstromen van een product. En de ‘sociale afdruk’ van de gehele productieketen. En (de gewenste) soevereiniteit van een staat…..

Economische, ecologische, sociale, staats- en wereldbelangen dienen evenwichtig afgewogen te worden. Maar indirect watergebruik kan zeker een bijkomend element worden in de politieke besluitvorming.

Join For Water DOOR:

Deel dit artikel