Wereldwaterforum 6 : Rol lokale besturen voor 'water' eindelijk erkend

Ministeriële verklaring WWF-6 Marseille
Algemeen besluit over WWF-6  Marseille

Op dinsdag 13 maart hebben de aanwezige ministers of vertegenwoordigers van de 120 officiële delegaties de Ministeriële Verklaring van het Wereldwaterforum goedgekeurd.

Alhoewel het WWF niet de status heeft van bijvoorbeeld een officieel VN-forum is het toch nuttig de voorgestelde beleidsopties te analyseren;  de inhoud van deze verklaring wordt meegenomen  als input voor de uiterst belangrijke Rio +20 vergadering over 'duurzame ontwikkeling' in juni.  Deze Rio +20-top is wel een officieel VN gebeuren.

Waar moet het middenveld attent voor zijn en bijsturen?

bokoreMen wil "water" een glansrol geven in "het opzetten van een groene economie in de context van duurzame ontwikkeling". "Water moet erkend worden in economische ontwikkeling in relatie tot zijn sociale en milieutechnische voordelen".
Duurzame ontwikkeling gaat veel verder dan het opzetten van een groene, op water gebaseerde, economie. Als instap heb je maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) : dit  bevindt zich op de overlapping van economische, sociale en milieu-aspecten, en die zijn even belangrijk in MVO.  Deze verklaring komt daar nog niet eens aan toe, laat staan dat ze verder gaat.  "Groene economie" ligt tussen MVO en echte duurzame ontwikkeling in.

Echte duurzame ontwikkeling vertrekt van de ecologische draagkracht van moeder aarde.  De sociale component is een concentrische cirkel binnen de grote cirkel van ecologische draagkracht. De economische cirkel is een nog kleinere cirkel in de sociale draagkrachtcirkel. Vertaald naar de natuurlijke hulpbron water:  men moet water niet voor de kar van groene economie  spannen; neen,  de economie moet eerst rekening houden met de ecologische draagkracht van water als natuurlijke hulpbron (de watercyclus, de zuiveringskracht van het natuurlijk milieu voor gebruikt water,  de waterbeschikbaarheid op een bepaalde plaats, ...) , dan met de sociale factoren en dan komt het puur economisch denken. Deze Verklaring zit nog  zeer ver af van het denken in termen van echte duurzame ontwikkeling.

Het belang van water voor hydro-elektriciteit en duurzame wateropslag voor verschillende doelen (irrigatie, elektriciteitsopwekking) wordt terecht naar voor geschoven.  We moeten er wel over waken dat de besluiten van de World Commission on Dams gerespecteerd worden  (zie http://www.unep.org/dams/WCD/).

Verder pleit men in art. 26 voor  "innovatieve financieringsmechanismen  voor de armen" gebaseerd op bv. "aangepast betalen voor ecosysteemdiensten".  Dit houdt ons inziens grote gevaren in voor het commercialiseren van ecosysteemdiensten, zoals bv. de zuiveringskracht van draslanden voor afvalwater.  Men kan toch niet toelaten dat iemand, mits betaling, zijn vervuild afvalwater mag lozen in een moeras of drasland? En dat men dan met dit geld (drink)water gaat voorzien voor de armen? Zelfs met het goede doel 'water voor de armen" kunnen we dergelijke commerciële denkpistes en praktijken nooit toelaten!  Wat niet wil zeggen dat het werk dat momenteel in wetenschappelijke middens gebeurt om de waarde van ecosysteemdiensten in te schatten en zichtbaar te maken voor de maatschappij niet nuttig zou zijn: het tegendeel is waar.

Een "mooie" passage is ook dat "verbeterde energie-efficiëntie in water en sanitatie, en speciaal in ontzilting, kan bijdragen tot de reductie van broeikasgassen". We zijn benieuwd naar de vooruitgang in de technologie van ontzilting, maar er is nog een hele lange weg te gaan. En zolang men deze energieverslindende installaties blijft aandrijven met kernenergie of met fossiele brandstoffen, komen we geen stap verder. Kan zonne-energie hier een oplossing brengen?
Ontzilting komt nog eens voor in de aanbevelingen: als "aangepaste oplossing voor het gebruik van niet conventionele watervoorraden".  Maar, hoe meer zouten water bevat, hoe meer energie men nodig heeft om het via ontzilting te zuiveren. Wij pleiten ervoor om eerst te bekijken hoe je de bestaande goede (zoete) watervoorraden rechtvaardig kunt verdelen, en ervoor te zorgen dat je water zo weinig mogelijk bevuilt, voor je naar dure en milieubelastende technieken grijpt.

En verder wordt her en het belang van de private sector nog aangehaald: wat kun je anders verwachten van het WWF?  Toch is er een enorme weg afgelegd in de positieve richting: zie onze besluiten.

Wat is goed in de ministeriële verklaring en waar hebben we vooruitgang geboekt?

De verklaring schenkt zeer veel aandacht aan de relatie tussen water en de gevolgen van de klimaatverandering. In  minstens 6 (van de 31 artikels) worden correcte verbanden gelegd en worden naar onze mening pertinente beleidsdoelen naar voor geschoven. Integraal water- en bodembeheer worden terecht vernoemd als een methode om de weerbaarheid van een bevolking te verhogen t.o.v. de gevolgen van de klimaatcrisis.
We moeten wel rekening houden met de hierboven gemaakte kanttekeningen over ecosysteemdiensten, dammen voor wateropslag en ontzilting.

Dat er meer coherentie moet komen in de diverse beleidsdomeinen, met water als een belangrijke rode draad in het geheel, komt ook enkele malen aan bod. Water speelt een tot nu toe onderschatte rol in gezondheid, voedselvoorziening, energieopwekking, economie, ecosysteemdiensten, culturele manifestaties en, ... kortom....in alle leven.

Water is ook een factor voor vrede en stabiliteit, en men roept terecht de staten op om meer te  investeren in goede en correcte afspraken omtrent grensoverschrijdend waterbeheer.

De verwijzing naar "bijdragen naar waterdiensten (in het Zuiden) vanuit lokale en regionale besturen via samenwerkingsverbanden (bv. publiek- publieke partnerschappen) en innovatieve financieringsmechanismen" is leuk.  Hiermee erkent men expliciet ook het belang van gedecentraliseerde solidariteitsmechanismen voor zowel financiële middelen als van overdracht van kennis.

Dé doorbraak in dit WWF is echter dat men voor het eerst de cruciale rol erkent van de lokale besturen.

En dit op 2 manieren.
1. Bij de realisatie van de drinkwater- en sanitatiedoelstellingen en het komen tot goed bestuur rond water stelt men: "gegeven de speciale rol die lokale en regionale besturen spelen, en binnen het principe van subsidiariteit, erkennen wij dat wij de capaciteiten van deze lokale besturen moeten versterken, zodat ze hun verantwoordelijkheden kunnen op nemen". Eindelijk, na 15 jaar, wordt dit erkend. 
2. Ook in waterbekkenbeheer "raadt men competente lokale bekkenautoriteiten aan, om tot een meer coherent, rechtvaardig en duurzaam werkkader te komen voor alle sectoren, en zo tot duurzame ontwikkeling te komen". Dit is ook een verklaring die kan tellen!  Terecht ook: want de waterproblematiek is zeer lokaal, en men kan alleen op (sub)bekkenniveau tot goede afspraken komen.

Concretisering Recht op water en sanitatie

Een tweede cruciale doorbraak lijkt ons de verwijzing naar en het begin van concretisering van het Recht op Water en Sanitatie zoals weerhouden door de VN-resolutie A/RES/64/292 op 28 juli 2010. In artikel 4 van de Ministeriële Verklaring worden de kwalitatieve aspecten van dit Recht beklemtoond. Verschillende groepen wisselden uit en dachten na over de praktische implementatie van deze doelstelling. Zo wil men tegen 2014 meer precieze en meer ambitieuze indicatoren omtrent de toegang tot water en sanitatie. Vergeet ook niet dat de MDG rond toegang tot veilig water al in 2010-2011 werd gehaald - als eerste van alle millenniumdoelstellingen! (Hoewel er nog heel wat te doen valt: zie artikel "MDG 7 voor drinkwater bereikt? : het goede nieuws gerelativeerd"). Voortaan zitten we echter in een logica van rechten, waarbij aspecten van niet-discriminatie, gender-gelijkwaardigheid, waterkwaliteit en economische toegankelijkheid de agenda zullen bepalen. De Ministeriële Verklaring bevestigt dit en de betrokken regeringen hebben zich daartoe dus geëngageerd.  Hetgeen tenminste al een stap is om de problematiek van bijvoorbeeld de watervoorziening in de Palestijnse gebieden, de discriminatie van nomadische volkeren en Roma, de rechten van meisjes en jonge vrouwen, of van de vele informele wijken in steden op een gestructureerde manier ter sprake te brengen.
Dit zijn belangrijke doorbraken voor het middenveld.

Algemeen besluit over dit Wereldwaterforum

Tijdens het 2e WWF in Den Haag 2000 klonk er maar één motto: "de private sector zou alle water- en sanitatieproblemen even vlug oplossen".
We zijn in Marseille 2012 al veel dichter bij meer genuanceerde stellingen gekomen: de overheden krijgen terug de rol die bij hen thuis hoort, naast de inbreng van de private sector.  De (lokale) overheden krijgen uiteindelijk erkenning en een meer centrale rol. 

Dit betekent toch een enorme evolutie naar het "meer-partijen-model". Vroeger kwam het hier op neer: de overheid moet het kader scheppen, de privésector moet uitbaten, en desnoods kan de civiele maatschappij een beetje helpen toezien.
Vandaag is het heel duidelijk: alle partijen (van lokaal tot internationaal, van communautair, over privé tot publiek) moeten samenwerken. Rolverdeling en samenwerkingsmechanismen kunnen sterk verschillen volgens streek, landelijk of stedelijk karakter, de fase van decentralisatie in een land... en er is niet één zaligmakend model meer. 

Tot slot nog een belangrijk punt van kritiek op de Ministeriële Verklaring.
De rol van het middenveld komt absoluut onvoldoende aan bod in de Ministeriële Verklaring. Alhoewel dit middenveld ruim de kans heeft gekregen om zijn visies uit te werken in de voorbereiding en om ze te verkondigen tijdens de werksessies binnen de muren van het 6e WWF.

Blijft ook nog de vraag van terugkoppeling: wat zal er van de vele goede uitgesproken en neergeschreven doelstellingen in de praktijk terechtkomen?
Indien voor elke 5 minuten van de totale voorbereidingstijd van alle thematische , regionale , politieke en bewegings- en burgerschapsgroepen, en van alle tijd in de talloze werk- en plenaire sessies op dit WWF, één persoon meer toegang tot kwalitatief goed water zou gekregen hebben, dan was het probleem nu al volledig van de baan...
Er is duidelijke vooruitgang. Er is ook nog een hele weg te gaan.

(PROTOS 19/03/2012)

Deel dit artikel