Werkloosheid smet op Aziatisch groeiwonder

Een half miljard mensen in Azië en de regio van de Stille Oceaan hebben geen of onvoldoende werk. Zelfs landen die indrukwekkende groeicijfers kunnen voorleggen, blijven niet gespaard van werkloosheid, zegt de Aziatische Ontwikkelingsbank.


India, Indonesië, de Filipijnen en Thailand zijn typevoorbeelden van landen waar het aantal banen achteruit gaat of stagneert ondanks een snelle economische groei. Vooral werkgevers die alle wetten respecteren en hun personeel naar behoren betalen, zijn schaars. Het aanbod aan zwartwerk en onderbetaalde baantjes is groter.
Miljoenen Aziaten blijven straatarm omdat ze geen goed werk vinden of onderbetaald worden, schrijft de Aziatische Ontwikkelingsbank in haar rapport 'Labour Markets in Asia: Promoting Full, Productive and Decent Employment' (Arbeidsmarkten in Azië: Volledige, productieve en behoorlijke werkgelegenheid bevorderen). 'Goede banen en een behoorlijke verloning zijn cruciaal voor armoedebestrijding', zegt Ginette Forgues, een specialiste van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO).
Een kras voorbeeld is Zuid-Korea. De Koreaanse economie groeide in 2003 met 3,2 procent en het jaar daarop met 5,2 procent. Toch steeg de werkloosheid in Zuid-Korea van 2,8 procent in 2002 tot 3,6 procent in 2004. De Economische en Sociale Commissie voor Azië en de Stille Oceaan, een VN-instelling, greep dat voorbeeld vorig jaar in december al aan om te waarschuwen voor 'jobless growth' in Azië – economische groei die niet gepaard gaat met nieuwe banen.
Het kan ook anders. In China daalde het aantal mensen dat moet rondkomen van minder dan een euro per dag van 377 miljoen in 1990 tot 173 miljoen in 2003. Dat was het gevolg van een sterke groei die veel nieuwe en productieve arbeidsplaatsen deed ontstaan. Het armoedeprobleem raakt daardoor steeds meer geconcentreerd in andere Aziatische landen. Van de 621 miljoen Aziaten die elke dag minder dan een euro ter beschikking hebben, leefden er in 2003 327 miljoen in India, 77 miljoen in andere Zuid-Aziatische landen en 'maar' 173 miljoen in het dichtbevolkte China. Het aandeel absoluut armen daalde in Zuid-Azië van 40 procent in 1990 tot 29 procent in 2003, maar door de snelle bevolkingsgroei dalen de absolute cijfers er maar langzaam.
De meeste Aziatische landen moeten dringend meer aandacht besteden aan het werkgelegenheidsvraagstuk als ze echt succes willen boeken bij de armoedebestrijding, zegt Ifzal Ali, chef-econoom van de Aziatische Ontwikkelingsbank. 'De meeste armen die te weinig of enkel onderbetaald werk hebben, leven op het platteland of werken in de informele sector in de steden. Hun regeringen moeten meer kansen scheppen voor die mensen om productief werk te verrichten voor een behoorlijk loon.' (PD)

Deel dit artikel