700 miljoen Chinezen onderbetaald

De economische groei van China leidt niet tot sociale ontwikkeling en meer welvaart voor iedereen. Dat blijkt uit een rapport van het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVV). De internationale vakbondskoepel vindt dat de Wereldhandelsorganisatie China onder druk moet zetten om minimumlonen en andere sociale normen te respecteren.


Zo'n 700 miljoen arbeiders in China verdienen minder dan twee dollar (1,6 euro) per dag, berekende het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV). De concurrentiekracht van China is gebaseerd op lonen die neerkomen op uitbuiting, stelt de internationale vakbondskoepel. 'Mensen moeten 60 tot 70 uur per week werken, overnachten met z’n tienen in slaapzalen en verdienen minder dan 36 eurocent per uur.'

De internationale vakbondskoepel publiceerde deze week een rapport dat vernietigend is voor de vaak gelauwerde Chinese groei. 'De Chinese ervaring leert dat liberalisering en succesvolle export alléén geen garantie vormen vooruitgang en succes', stelt het rapport. Twee decennia van spectaculaire groeicijfers resulteren vooral in nog meer ongelijkheid. 'Het land heeft evenveel werklozen als de rest van de wereld bijeen. Driekwart van de huishoudens op het platteland zien hun levensstandaard dalen', zegt het IVVV.

Het IVVV, dat 157 miljoen werknemers vertegenwoordigt verspreid over de 5 continenten, wijst met een beschuldigende vinger naar de Wereldhandelsorganisatie. De WHO is blind voor de tragiek achter het Chinese economische mirakel, zegt de vakbondskoepel. Peking moest geen sociale hervormingen doorvoeren bij de Chinese toetreding tot de WHO in 2001. Het Chinese lidmaatschap wordt momenteel geëvalueerd door de WHO.

Vakbonden zijn in China nog steeds verboden, op de All China Federation of Trade Unions na. Maar die danst naar de pijpen van de communistische partij. Het ledenbestand van de officiële 'vakbond' daalt, maar de sociale onrust stijgt. De Internationale Arbeidsorganisatie (IAO, een agentschap van de Verenigde Naties gespecialiseerd in arbeidsvraagstukken) telde vorig jaar 300.000 arbeidsconflicten - van kleinschalige loonconflict tot grote stakingen. Dat is bijna dubbel zoveel als in 2001.

Minima

Steeds minder mensen werken in de staatsbedrijven. Buitenlandse bedrijven schuimen de arbeidsmarkt af naar goedkope werkkrachten. Miljoenen Chinezen komen terecht bij de brede cluster aan bedrijven die door lokale overheden bestuurd worden. Als resultaat daarvan is het aantal ondergrondse en illegale vakbonden sterk toegenomen, stelt het IVVV. Volgens de vakbondskoepel ligt daar ook de verklaring voor het stijgend aantal arbeidsconflicten

Het grootste probleem is niet dat er geen sociale wetten bestaan in China, maar dat ze niet nageleefd worden. Veel werkgevers profiteren van de onwetendheid van hun arbeiders. Die krijgen soms minder dan de helft van het minimumloon dat wordt opgelegd door de autoriteiten. In Shenzhen bedraagt het minimum maandloon bijvoorbeeld 690 yuan (70 euro), maar volgens het IVVV schommelen de werkelijke lonen tussen 38 en 75 procent van dat bedrag.

Positieve trends

Toch zijn er ook positieve trends. Internationale bedrijven staan bijvoorbeeld steeds meer onder druk om de lat hoger te leggen. Steeds meer multinationals onderzoeken de productieketen van nabij om zeker te zijn dat hun reputatie niet geschaad kan worden door sweatshoptoestanden. Deze week nog maakte Ford bekend dat het geen zaken meer wil doen met bepaalde Chinese leveranciers. Het bedrijf nam de beslissing na een onderzoek bij meer dan 100 leveranciers. Ford noemt een aantal redenen (onveilige slaapzalen voor de arbeiders, toxische vervuiling en te lage lonen), maar gaf geen namen vrij.

Ook binnen de Chinese politiek beweegt er wat. In de lente is het Nationale Volkscongres (het Chinese parlement) een debat begonnen over een aanpassing van de arbeidswetgeving, die nog dateert van 1994. 'Een aanpassing is dringend nodig', zegt Chen Bulei, expert arbeidsrecht aan de Chinese Volksuniversiteit. 'De huidige wetgeving is opgesteld tijdens de overgangsperiode naar de markteconomie waar we nu volop in zitten. Ze is hoog nodig aan vernieuwing toe.' (MM/PD)

IPS DOOR:

Deel dit artikel