Actieplan OESO schiet te kort in aanpak belastingontwijking door multinationals

fiscaliteit taxhavens

Nadat bekend werd hoe multinationals weinig tot geen belasting betalen ondanks miljarden euro's winst in de landen waar ze actief zijn, lanceerden de G20 en de OESO een actieplan om fiscale achterpoortjes te sluiten (het zogenaamde Base Erosion and Profit Shifting-plan of BEPS). Dat plan wil vooral nieuwe richtlijnen opstellen voor belastingadministraties om ervoor te zorgen dat multinationals worden belast daar waar ze winst maken.

Het plan bevat 15 actiepunten, waarvan een eerste pakket al in september vorig jaar werd afgerond. Op maandag 5 oktober stelt de OESO het finale pakket voor aan het publiek. Later deze week zijn de leden van de G20 aan de beurt op de jaarvergadering van de Wereldbank in Lima.

Geen antwoord op Luxleaks

De euforie van de OESO over de bereikte resultaten is niet op z'n plaats. Ondanks de torenhoge ambities biedt het bereikte compromis geen antwoorden op schandalen zoals Luxleaks.

Luxleaks brak uit toen de geheime afspraken tussen de Luxemburgse belastingautoriteiten en multinationals publiek werden. Het bestaan van dergelijke afspraken of rulings heeft alles te maken met het feit dat internationale fiscale spelregels onvoorstelbaar complex zijn, vol gaten zitten en dat heel wat landen verschillend fiscaal snoepgoed aanbieden.

Het actieplan van de OESO verandert daar weinig aan. Zo blijft ook de Belgische notionele interestaftrek buiten schot, ook al stond die onder druk tijdens de onderhandelingen. De fiscale kost van dat systeem wordt geschat op 5 miljard per jaar zonder dat daar bijkomende investeringen en jobcreatie tegenover staan.

Te complex = meer ontsnappingskansen

Onder druk van de bedrijfsgemeenschap werd in het kader van BEPS ook voorzien in de mogelijkheid voor bindende arbitrage. Op die manier worden beslissingen waarbij vaak miljoenen euro's belastinginkomsten gemoeid zijn overgelaten aan ontransparante procedures.

De kern van het probleem is dat BEPS de regels complexer maakt. Die complexiteit creëert nieuwe mogelijkheden voor bedrijven om aan de fiscus te ontsnappen. Het is dan ook meer dan waarschijnlijk dat belastingadministraties steeds vaker in kostelijke en tijdrovende procedureslagen zullen verwikkeld raken. De echte winnaar lijkt dan ook de gemeenschap van fiscale advocaten en adviseurs.

Kleine stapjes inzake transparantie

BEPS heeft expliciet de doelstelling om transparantie inzake fiscaliteit te versterken. Om dat te realiseren ontwikkelde de OESO een sterk systeem om ervoor te zorgen dat multinationals rapporteren over omzet, winst, tewerkstelling en betaalde belasting voor elk land waarin ze actief zijn.

Dergelijke land per land rapportering is een belangrijk instrument om mogelijke fiscale inbreuken op te sporen. Problematisch is wel dat die verplichting enkel zal gelden voor een select groepje bedrijven met een omzet van meer dan 750 miljoen euro per jaar. Het overgrote deel van ondernemingen, vooral ondernemingen actief in ontwikkelingslanden, komen niet tot aan die lat.

Het is duidelijk dat BEPS vooral de bestaande regels oplapt zonder aan de fundamentele problemen van het internationale fiscale regime te raken.

Bovendien zal de informatie enkel toegankelijk zijn voor administraties terwijl publieke beschikbaarheid van dergelijke informatie, zoals in de EU al het geval is voor banken, een afschrikeffect kan hebben voor agressieve fiscale planning. Het risico is dan ook groot dat de nieuwe OESO-regels op dit vlak de shift naar meer transparantie in de EU zal uithollen én dat de meeste ontwikkelingslanden geen toegang zullen hebben tot deze informatie.

600.000 extra belastinginspecteurs nodig

Onder druk van ngo's en het Zuiden heeft de OESO inspanningen gedaan ook ontwikkelingslanden bij het proces te betrekken. Die betrokkenheid blijft echter beperkt tot de implementatiefase. Dat wil zeggen dat meer dan 100 ontwikkelingslanden (de grootste slachtoffers van belastingontwijking en –ontduiking) pas worden uitgenodigd nadat de beslissingen al genomen zijn.

Het actieplan biedt geen antwoord op de fundamentele problemen waarmee ontwikkelingslanden worden geconfronteerd. Uit cijfers blijkt bijvoorbeeld dat ontwikkelingslanden 600 000 bijkomende belastinginspecteurs nodig hebben om de OESO-landen bij te benen.

Startpunt

Zonder twijfel zijn een aantal van de concrete voorstellen binnen het BEPS-plan een stap vooruit. Toch gaat het hier enkel om de start van een veel langer proces.

Eerst en vooral moeten de aanbevelingen van de OESO nog in wetten worden omgezet door de verschillende lidstaten. Dit wordt een cruciale fase. Het is belangrijk te weten dat de OESO-richtlijnen minimale vereisten zijn. Het staat de individuele lidstaten en de Europese Unie vrij verder te gaan in de aanpak van agressieve fiscale planning.

Ook de OESO zelf beseft dat het werk niet klaar is en zal in de komende maanden meer details bekend maken over de volgende stappen. Of ontwikkelingslanden daar sterk bij betrokken zullen worden, blijft onduidelijk.

Het is duidelijk dat BEPS vooral de bestaande regels oplapt zonder aan de fundamentele problemen van het internationale fiscale regime te raken. Het goede nieuws is dat het bewustzijn op de internationale scène groeit. Dat bewustzijn moet zich vertalen in een echt engagement voor een billijk internationaal fiscaal systeem, ook en vooral voor ontwikkelingslanden, en aansluitend bij de realiteit van de 21ste eeuw.

Jan Van de Poel

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels