Actieplan tegen belastingontduiking multinationals neemt direct valse start

Gisteren (16 september) lanceerden belastingexperts van de OESO, een samenwerkingsverband van de rijkste landen, het eerste luik van een omvattend plan om internationale fiscale achterpoortjes te sluiten (de zogenaamd 'Base Erosion and Profit Shifting' of BEPS). Dat plan kwam er na talloze schandalen waaruit bleek dat heel wat multinationals geen belastingen betalen ondanks miljarden euro's winst.

Nog geen akkoord

Het goede nieuws is dat de internationale gemeenschap het probleem van belastingontwijking en -ontduiking door multinationals erkent. Positief is ook dat oplossingen die ngo's als jaren naar voor schuiven, zoals 'country-by-country-rapportering' waarbij bedrijven per land waar ze actief zijn over hun activiteiten rapporteren, eindelijk worden opgepikt op het internationale toneel.

Toch stapt 11.11.11 niet helemaal mee in de jubelberichten over dit eerste pakket maatregelen. Eigenlijk is er maar consensus rond 2 van de in totaal 15 acties van het plan. Het merendeel van de acties liggen dus nog op de onderhandelingstafel of moeten nog uitgewerkt worden. Bovendien moeten de acties die al wel op papier staan nog de goedkeuring krijgen van de G20-ministers tijdens topoverleg in het Australische Cairns. Daarna moeten de maatregelen nog door de nationale parlementen voordat ze echt van kracht zijn.

Ontwikkelingslanden buiten spel

De bedoeling van het project is te voorkomen dat multinationals winsten verschuiven naar plaatsen waar geen belasting moet worden betaald. Die praktijken zorgen ervoor dat ontwikkelingslanden jaarlijks miljarden dollar aan belastinginkomsten mislopen.

Het pakket maatregelen dat de OESO vandaag op tafel legt dreigt weinig verschil te maken voor de landen die het grootste slachtoffer zijn van fiscaal misbruik

Het pakket maatregelen dat de OESO vandaag op tafel legt dreigt weinig verschil te maken voor de landen die het grootste slachtoffer zijn van fiscaal misbruik . Zo moeten bedrijven niet vertellen waar de winsten die ze in ontwikkelingslanden realiseren belast worden. Dat maakt het erg moeilijk voor ontwikkelingslanden hun deel van de koek te innen. Bovendien zijn de voorgestelde procedures vaak zo complex dat het bijna onmogelijk is voor ontwikkelingslanden om de vruchten te plukken. Een land als El Salvador, bijvoorbeeld, telt slechts één ambtenaar belast met internationale fiscaliteit.

Verder blijft het enorm problematisch dat ontwikkelingslanden niet op gelijke voet aan de onderhandelingen kunnen deelnemen. De OESO spant zich in om ontwikkelingslanden te consulteren, maar een uitnodiging aan de onderhandelingstafel blijft achterwege.

Een wake up call voor de Zweedse onderhandelaars

De komende week zal bepalend zijn voor het verder verloop van dit proces. Eerst en vooral is het cruciaal dat de G20-lidstaten zich engageren voor hervormingen waarvan ook de armste landen de vruchten kunnen plukken. Die landen moeten ook als gelijke partners aan tafel zitten. Daarom is het nodig om het zwaartepunt van de onderhandelingen te verplaatsen naar fora waaraan iedereen op gelijke voet kan deelnemen.

Voor België moet dit het signaal zijn om van de strijd voor een eerlijke fiscaliteit een topprioriteit te maken. De laatste jaren heeft ons land zich als een constructieve partner geprofileerd. Het zou jammer zijn moest aan dat elan een einde komen. Zo kan ons land pleiten voor een meer transparant onderhandelingsproces binnen de OESO met een grotere betrokkenheid van ontwikkelingslanden. Het fiscaal beleid baseert zich best ook op een grondige analyse die kijkt naar de negatieve effecten van ons fiscaal systeem op andere landen. Soortgelijke analyses worden vandaag al uitgevoerd door Nederland en Ierland. Tussen de lijntjes laat de OESO trouwens weten dat een typisch Belgische fiscale constructie als de notionele interestaftrek wel eens een probleem kan vormen.

Jan Van de Poel

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels