Arme landen vallen buiten de boot bij aanpak belastingontduiking

money

Wereldwijd scherpen landen hun strijd tegen belastingontduiking aan, maar de armste landen worden daarbij over het hoofd gezien, zeggen armoedeorganisaties.

 

Afgelopen week spraken 51 landen op 4 continenten af om vanaf 2017 belastinggegevens uit te wisselen. Zo kan belastingfraude sneller opgespoord worden. Tientallen andere landen, 89 in totaal, zeiden van plan te zijn dit vanaf 2018 te doen, volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de groep van rijke landen die het initiatief aanjaagt.

Belastingontduiking staat hoog op de agenda sinds het begin van de financiële crisis in 2007/2008. Wereldwijd kregen regeringen te maken met financiële restricties. Hoewel de afspraken van afgelopen week nog vastgelegd moeten worden in bilaterale overeenkomsten, wordt het nieuwe akkoord gezien als een grote stap vooruit.

De lijst met deelnemende landen bestaat bijna volledig uit rijke landen of bekende belastingparadijzen die regeringen graag zien verdwijnen. De gevolgen van illegale geldstromen worden echter in het bijzonder gevoeld door zwakkere economieën. "De nieuwe OESO-standaard voor automatische gegevensuitwisseling is een grote, eerste stap vooruit in het aanpakken van illegale geldstromen", zegt Andres Knobel, analist bij het Britste Tax Justice Network. "Maar er bestaan nog ernstige obstakels voor toetreden door ontwikkelingslanden en er blijven vluchtroutes bestaan die de effectiviteit van de afspraken ondermijnen. Rijken hebben nog genoeg mogelijkheden om rapportage te ontlopen."

Capaciteitsopbouw

Volgens de OESO zijn veel ontwikkelingslanden niet uitgenodigd deel te nemen aan de eerste afsprakenronde vanwege zorgen over hun institutionele capaciteiten. "Ontwikkelingslanden zonder financiële centra hebben aangegeven dat het voor hen moeilijk is op zo'n korte termijn automatische gegevensuitwisseling te implementeren", zegt Monica Bhatia, hoofd van het Global Forum on Transparency, de OESO-groep die zich bezighoudt met het onderwerp.

De landen worden volgens Bhatia aangemoedigd in een later stadium mee te doen, en kunnen daarbij via proefprojecten steun van het Global Forum krijgen. Zes ontwikkelingslanden zouden al een verzoek voor zo'n proefproject hebben ingediend.

Anderen suggereren dat, los van capaciteit, elk land de mogelijkheid moet hebben belastinginformatie te ontvangen over eigen burgers die onbekende bankrekeningen in het buitenland hebben. "Er zullen wellicht niet veel Britten of Amerikanen zijn met geld in bijvoorbeeld Nigeria. Maar er zijn waarschijnlijk wel veel Nigerianen met geld in de VS of Groot-Brittannië", zegt Heather Lowe van Global Financial Integrity (GFI), een waakhond in Washington.

GFI concludeert op grond van onderzoek dat ontwikkelingslanden jaarlijks naar schatting een biljoen dollar kunnen mislopen als gevolg van schimmige financiële deals. "Voor een deel gaat het om illegale geldstromen als gevolg belastingontduiking, maar het gaat ook over geldstromen die worden aangejaagd door drugshandel, seksuele uitbuiting, corruptie en fraude", zegt Lowe. "Met het huidige raamwerk lopen we het risico dat we deze vormen van misdaad over het hoofd zien, of door gebrek aan openheid bij belastingdiensten uit het zicht houden van inspecteurs en openbare aanklagers."

Afrika

Het Global Forum stelt dat er diverse initiatieven lopen om ontwikkelingslanden te betrekken bij de gegevensuitwisseling. Een van die initiatieven richt zich – vooralsnog – op zeventien landen in Afrika. Deze landen kaartten het probleem van illegale geldstromen zelf aan, zegt Katryn Dovey, analist bij het Global Forum.

In Azië en Latijns-Amerika lopen volgens haar geen soortgelijke projecten. "Als landen en organisaties uit die regio's en relevante internationale organisaties bij ons aankloppen, kunnen we het Afrika-initiatief in de toekomst ook toepassen in andere regio's."

Afrika is volgens haar een belangrijke regio om te beginnen, aangezien de investeringen op het continent in de afgelopen jaren aanzienlijk gegroeid zijn. "Veel regeringen in Afrikaanse landen beginnen zich te bezinnen op deze onderwerpen. Ik zie niet in waarom we niet kunnen beginnen met het geven van informatie aan de minst ontwikkelde landen, om vervolgens de capaciteit op te bouwen zodat ze later ook zelf informatie kunnen verstrekken."


Lees ook:



BRON:
IPS

Deel dit artikel