Bolivia: gasoorlog verdeelt het land

De mensenmassa van duizenden betogers, zelfs tot rond het parlement in La Paz, groeit elke dag aan. Hun roep om nationalisering van het gas, en het aftreden van president Mesa, klinkt steeds luider. De brandstofrijke regio’s zien het gas niet graag terug in de handen van de nationale overheid vallen. Ze proberen van de gelegenheid gebruik te maken om meer autonomie af te dwingen. Intussen is ook een groep militairen op het toneel verschenen. Wat is er aan de hand in Bolivia? Ricardo Vargas, coördinatie-assistent van FOS-Bolivia, bericht.

Gasoorlog
De eigendommen en de winsten afkomstig uit de ontginning van de natuurlijke gasbronnen van het land gaven in de loop van de voorbije jaren aanleiding tot ononderbroken sociale conflicten die eind 2003 een hoogtepunt bereikten in het regeringscentrum. De “gasoorlog” begon midden september 2003 en schermde met de slogan “neen aan de verkoop van gas”; deze oorlog radicaliseerde zich gaandeweg met de eis tot aftreden van president Sanchez De Lozada. De balans liep op tot 76 doden en vele gewonden. De president diende zijn ontslag in en de vice-president, Carlos Mesa, nam het bestuur op zich om de democratie te bewaren, maar hij zat al vast aan een nieuwe agenda met prioriteiten voor het land: de “oktoberagenda”.

Gasreferendum
De “oktoberagenda” integreert twee brandende kwesties: enerzijds de organisatie van een “bindend referendum”, dat wijzigingen aan de Brandstoffenwet en de herziening van het kapitaliseringsproces van de staatsbedrijven moet legitimeren, en anderzijds de instelling van een grondwetgevende vergadering. In februari 2004 keurt het parlement een grondwetshervorming goed, waardoor deze beide zaken opgenomen worden in de nationale rechtspraak, en in juni van dat jaar wordt het eerste referendum gehouden uit de geschiedenis van het land: het “gasreferendum”. De resultaten van dit proces gaan in de richting van een vervanging van de huidig geldende wet door een andere, die gunstigere voorwaarden voor het land oplegt aan de transnationale bedrijven.

Polarisering
Desondanks duikt een nieuwe referendumeis op: het “referendum over autonomie”. Deze eis voor gewestelijke autonomie krijgt de steun van de oligarchieën uit de oostelijke gebieden van het land; met name in het departement Santa Cruz. De eis voor autonomie van het Comité Cívico (burgerlijk comité) van Santa Cruz, waarbij gesteld wordt dat een bindend  “referendum over autonomie” noodzakelijk is voorafgaand aan de instelling van een grondwetgevende vergadering, leidt tot hevige debatten op nationaal niveau.

Sindsdien polariseert het land zich meer en meer in twee strekkingen: de ene onder leiding van het rijke Santa Cruz, dat het oosten van het land verbindt met het zuiden en het noorden, in een soort van “halve maan” waar het merendeel van de koolwaterstoflagen van het Boliviaanse grondgebied gelegen zijn en waar tegelijkertijd de eis voor autonomie vaste vorm krijgt; en de andere, vertegenwoordigd door een oppositieblok onder leiding van Evo Morales (MAS – Beweging voor het Socialisme), Roberto de la Cruz (M-17 – Movimiento 17 de Octubre), Jaime Solares (COB – Nationale vakbondskoepel) en andere syndicale leiders van de westelijke regio. Beide debatten kruisen elkaar tussen de uitvoerende macht en de wetgevende macht, zonder dat het tot bepalingen komt. De president merkt de toenemende onrust op, maar weet niet hoe te reageren op de spanningen.

Eind februari 2005 slaagt de Comisión Especial del Congreso (Buitengewone Commissie van het Congres) er in een akkoord te bereiken om aan het parlement een wetsontwerp voor te leggen over de grondwetgevende vergadering, waarin de verkiezing van de deelnemers aan die vergadering gepland wordt op 4 december en het begin van de sessies in januari 2006, met zetel in Sucre. Maar dan nog vindt de MAS dat de verkiezing van de deelnemers gelijktijdig zou moeten verlopen met het referendum over de autonomieën, en de burgers van Santa Cruz dringen er op aan dat dit overleg eerst gecontroleerd zou worden. De toon van het debat verscherpt steeds meer en eind maart 2005 stelt de president twee keer op rij zijn mandaat ter beschikking aan het parlement.

Pijnlijke confrontaties
Op dit ogenblik is de hoofdweg die de drie sterkst ontwikkelde departementen van Bolivia (La Paz, Cochabamba en Santa Cruz) met elkaar verbindt al drie weken lang geblokkeerd. Voertuigen die primaire goederen, bederfbare handelswaren, enz... vervoeren, kunnen niet door, zodat de voedselbevoorrading in deze departementen gebrekkig verloopt. Enkele kleinere verkeersaders, met voertuigen die het transport tussen de departementen verzorgen, zijn eveneens versperd; hierdoor worden grote materiële verliezen geleden, die ook het land treffen.

Gelijklopend hiermee breken in het regeringscentrum sinds 3 weken opnieuw dagelijks optochten en betogingen uit die de straten in het centrum van La Paz vullen en die nu eens worden bijeengeroepen door nationale, dan weer door sectorale syndicale instellingen. Dit weegt op de ontevredenheid van het andere deel van de samenleving (huisvrouwen, bedienden, handelaars en anderen) die gehinderd worden in hun dagelijkse activiteiten. De afgelopen dagen doen er zich bovendien opnieuw confrontaties voor met de politie die de betogingen opheft met waterkanonnen, gas en gummikogels, met gewonden tot gevolg, die in spoed overgebracht worden naar nabijgelegen gezondheidscentra.

Luchtige opmerking
Op 6 mei 2005 legt het parlement uiteindelijk aan de president een nieuwe, door de wetgevende macht goedgekeurde, Brandstoffenwet voor. De president reageert hierop met een luchtige “conceptuele opmerking” en creëert zo grote onzekerheid bij de bevolking in het algemeen. De sociale bewegingen van hun kant drukken hun ongenoegen uit door de nationalisering van het gas te eisen. Meteen zeggen ze ook pertinent “neen” tegen de autonome regio’s.

Na het verstrijken van de wettelijk voorziene termijn van tien dagen, bezorgt de president op 16 mei de wet terug aan het Congres met een “conceptuele opmerking”, zonder echter ook maar één specifieke opmerking te geven over één van de artikels. Zoals de grondwet van het land voorziet in deze omstandigheden, wordt de nieuwe wet uiteindelijk afgekondigd op 17 mei 2005 door de voorzitter van de wetgevende macht.

Enkele uren later richt de president zich in een communiqué tot de bevolking en hij stelt daarbij zijn economisch plan voor de periode 2005 – 2007 voor. Hierin komen aspecten aan bod die betrekking hebben op de productiviteit, de export, de toename van de publieke investeringen, de reactivering van de mijnbouw, de wegverbindingen op nationaal vlak, het gebruik van natuurlijk gas voor voertuigen, de mechanisering van de landbouwsector, de electriciteitsvoorziening in het hele land, de basisgezondheidszorg en de toegankelijkheid tot gronden en woningen.

Nog groter ongenoegen
De sociale sectoren (COB, de Federatie van Buurtcomités van El Alto, de stedelijke en landelijke onderwijzers, leden van de mijnbouwcoöperatie en anderen) en de MAS drukken onmiddellijk hun ongenoegen uit over de goedkeuring en de afkondiging van de Brandstoffenwet en over de presidentiële boodschap; de protesten in de straten van het regeringscentrum worden heviger, evenals de blokkades op de hoofdas van het land. Ook de transnationale oliebedrijven nemen stelling in tegen de afgekondigde wet en één van de eerste bedrijven die in de ochtend van 19/05/05 aankondigt haar investeringen in Bolivia te zullen verminderen is PETROBAS.

Autonomie afgeblazen
Tijdens de nacht van 18 mei begint het parlement de besprekingen over de Ley de Autonomías (wet over de autonome regio’s). Ondanks de inspanningen van de Brigada Parlamentaria Cruceña (parlementaire eenheid van Santa Cruz) om coalitiepartners te zoeken bij hun gelijken uit Tarija, Beni en andere departementen, wordt de sessie toch opgeheven, omdat het voorgeschreven quotum niet gehaald wordt. De nagenoeg volledige Brigada Parlamentaria Cruceña keert terug naar de stad Santa Cruz, om samen met haar Comité Cívico (burgerlijk comité) te bespreken wat ze moeten doen.

Militairen op het toneel

Intussen groeit de mensenmassa van duizenden betogers in de stad La Paz en zusterstad El Alto steeds verder aan, ook in de straten van de stad Cochabamba zijn reeds duizenden mensen gemobiliseerd die hun steun betuigen aan de betogers in La Paz en El Alto. De roep om nationalisering van de olie- en gassector wordt steeds luider, evenals de eis tot het bijeenroepen van de Grondwetgevende Vergadering, en het aftreden van President Mesa. Een groep van militairen die zichzelf ‘Movimiento Militar Generacional’ noemt en onder leiding staat van de kolonels Julio Cesar Galindo en Julio Herrera, sprak zich op 26 mei uit “voor het aftreden van de president, het sluiten van het parlement, de onmiddellijke bijeenroeping van de Grondwetgevende Vergadering, de nationalisering van de brandstoffen, de afwijzing van de regionale autonomie die wordt uitgeroepen door de oligarchieën van Tarija en Santa Cruz en de vorming van een civiel-militair pakt om de militairen te betrekken in de verdediging van de nationale belangen”. Terwijl een aangroeiende volksmassa zich verzamelt rond het parlement in La Paz om het ‘fysiek in te nemen’, houdt de president in de hoofdstad Sucre een toespraak rond ‘armoede’ en deelt hij zijn vaststaande beslissing mee om zijn mandaat zoals voorzien te beëindigen in augustus 2007. Intussen houden de volksvertegenwoordigers en senatoren ‘geheime vergaderingen’ om beslissingen te nemen rond het Referendum voor Autonomie en de Grondwetgevende Vergadering. Presidenten Lula van Brazilië en Kirchner van Argentinië hebben intussen hun volle steun betuigd aan hun Boliviaanse collega, gezien hij volgens hen “een heel goede president is van een land dat ze een institutionele orde en een meer geconsolideerde democratie toewensen”.

Deel dit artikel