Bootvluchtelingencrisis nog steeds open wond in Cuba

Tranen, stilte en ontwijkende antwoorden zijn de reacties van Cubanen als twintig jaar later gevraagd wordt naar de 'balseros' of bootvluchtelingencrisis van de jaren negentig. De uittocht die zijn weerga niet kende in Latijns-Amerika, is nog steeds een taboe op het Caraïbische eiland.

Balseros was de term die destijds gebruikt werd voor de Cubanen die met geïmproviseerde bootjes en vlotten de gevaarlijke oversteek naar de Verenigde Staten maakten. Die route werd begin jaren zestig voor het eerst gebruikt en leidde in augustus 1994 tot een vluchtelingencrisis.

En Cubanen maken de riskante oversteek nog steeds, ondanks hervorming van de immigratiewetgeving in 2013. In de staatsmedia wordt niet gesproken over de balseros, zegt de 66-jarige Frank López, die getuige was van de laatste grote exodus. "Mensen die iets weten, hebben dat gehoord via clandestiene buitenlandse tv-zenders."

Volgens de Amerikaanse kustwacht is de stroom migranten uit Cuba nu stabiel. Hoewel de twee landen slechts 145 kilometer van elkaar verwijderd zijn, kiezen veel Cubanen tegenwoordig voor complexere routes via Mexico, de Kaaimaneilanden en Puerto Rico.

Tussen oktober 2012 en september 2013 werden 1.271 balseros onderschept op zee. Een jaar eerder werden 1.275 migranten teruggestuurd naar Cuba, in overeenstemming met bilaterale afspraken tussen de VS en Cuba. De Amerikaanse wet geeft Cubaanse immigranten sinds 1966 vanaf een jaar na hun aankomst het recht te blijven, ongeacht het feit of ze legaal of illegaal het land binnenkomen. Die wet ligt gevoelig in het bilaterale conflict.

Havana stelt dat de wet illegale immigratie stimuleert, terwijl Washington beweert dat het een antwoord is op de ontevredenheid in Cuba over het beleid van de socialistische regering die sinds 1959 aan de macht is.

Zomer van 1994

Die situatie heeft echter weinig te maken met de turbulente zomer van 1994, waarin meer dan 36.000 Cubanen in vissersbootjes en op zelfgemaakte vlotten de oversteek maakten. Het aantal Cubanen dat probeerde de Straat van Florida over te steken, steeg al vanaf het begin van dat jaar en de spanningen tussen beide landen liepen op.

In juli en augustus kaapten groepen Cubanen minstens vier boten van de overheid, waarmee zowel geslaagde als mislukte pogingen werden ondernomen om de VS te bereiken. Toenmalig president Fidel Castro (1959-2008), drong er bij de Amerikaanse regering van Bill Clinton (1993-2001) op aan maatregelen te nemen om de golf kapingen en overtochten te ontmoedigen. Als dat niet zou gebeuren, zou Cuba stoppen vluchtelingen tegen te houden.

Castro wees erop dat de exodus werd aangejaagd doordat vluchtelingen in de VS werden verwelkomd en hulp kregen, terwijl de Amerikaanse regering zich niet hield aan een afspraak uit 1986, om jaarlijks 20.000 Cubanen een visum te verstrekken. Tussen 1987 en 1994 kregen slechts 11.122 mensen een Amerikaans visum, in plaats van een mogelijk aantal van 160.000.
Startpunt voor de crisis vormde het besluit van Castro op 12 augustus 1994 om de patrouilles van de kustwacht te stoppen en vluchtelingen niet meer tegen te houden. Dit gebeurde na het zoveelste incident met een boot. De controle werd hersteld op 13 september, na gesprekken tussen beide regeringen.

Vlotten te koop

Veel Cubanen die die periode hebben meegemaakt, zeggen dat ze daar nog steeds de wonden van meedragen. "Er verzamelden zich massa's mensen bij de kust, om de migranten te zien vertrekken", zegt López. "Ik ben zelf naar de pier bij Cojímar gegaan om te kijken, in plaats van te luisteren naar de verhalen van anderen."

Hij herinnert zich nog de bordjes met "vlotten te koop" op de huizen, de stroom vrachtwagens met met zelfgemaakte vlotten en de mensen die zich voorbereidden op de reis van 145 kilometer. Clara Domínguez, een Cubaanse uit Miami in Florida die in 1994 de oversteek maakte, zegt nooit spijt te hebben gehad van haar keuze. Op 21 augustus vertrok ze met haar man en zoon vanaf het strand van Havana, terwijl ze wist dat alle Cubanen die onderschept werden door de VS, werden ondergebracht op de Amerikaanse marinebasis op Guantánamo, in Oost-Cuba.

Op die basis en in soortgelijke faciliteiten in Panama en het Krome Vluchtelingenkamp in Florida, werden duizenden Cubaanse migranten vastgehouden totdat duidelijk was wat er met hen moest gebeuren. Zo'n twee jaar lang leefden de migranten daar in onzekerheid.

Cuba gaf in september toestemming voor terugkeer, en sommige Cubanen maakten daar gebruik van. De meeste vluchtelingen gokten echter op de onzekere uitkomst van gesprekken tussen beide regeringen, die uiteindelijk in mei 1995 werden afgerond. Washington begon toen met het verstrekken van visa op humanitaire gronden. De crisis eindigde formeel in 1996, toen de laatste vluchteling Guantánamo verliet.

Economische crisis

Domínguez, nu in tranen, noemt het een "schandelijke" verjaardag. "We moesten weg uit Cuba omdat er geen vrijheid was en we geen kansen hadden", zegt de nu 68-jarige. Nadat de Sovjet Unie, de belangrijkste handelspartner van Cuba, in 1991 ineenstortte, raakte Cuba in een diepe economische depressie waarvan het land nog steeds niet hersteld is.

Voor Domínguez is het meest positieve aspect van de afspraken uit 1994 en 1995, dat de VS meer visums gingen verstrekken die een veilige, legale en ordelijke overtocht mogelijk maakten. Het meest tragische aspect van de exodus, niet alleen als het gaat om Cuba, maar ook om migranten uit de Dominicaanse Republiek en Haïti, is het aantal mensen dat tijdens de reis vermist raakt in de turbulente wateren van de Straat van Florida. In dat gebied zijn ook netwerken van drugssmokkelaars en mensenhandelaren actief.

Nancy Reyes (74), heeft sinds 1992 niets meer van haar enige zoon gehoord. "Ik heb alleen gehoord dat hij uit Cuba vertrokken is. Over zijn lot leef ik nog steeds in onzekerheid", zegt Reyes, die woont in Matanzas, een stad 87 kilometer ten oosten van Havana.

De strijd tegen illegale immigratie en mensensmokkel staat standaard op de agenda bij gesprekken tussen Washington en Havana. "Het is zeer onwaarschijnlijk dat er weer een crisis als die in 1994 zal ontstaan", zegt onderzoeker Antonio Aja. Er zijn twee factoren die invloed hebben op het aantal overtochten via de zee: de interne situatie op Cuba en de manier waarop de VS zich houden aan de immigratieafspraken, zegt hij.

In 2013 werd de Cubaanse immigratiewetgeving hervormd. Daardoor is het nu gemakkelijker Cuba te verlaten en terug te komen. De VS geven nu ook visums voor een periode van vijf jaar af aan Cubanen die niet emigreren, maar meermalen het land willen bezoeken. In 2012 emigreerden volgens de officiële cijfers 46.662 Cubanen naar de VS. Maar tegenwoordig nemen de meeste Cubanen het vliegtuig.



BRON:
IPS
IPS DOOR:

Deel dit artikel