Congo wil sociale bescherming voor iedereen

Congo dominique 8

Congo heeft sinds kort een nationaal plan voor sociale bescherming voor iedereen. Het land vindt daarmee aansluiting bij heel wat andere Afrikaanse landen die hier de laatste jaren werk van hebben gemaakt, zoals buurland Burundi.

Na twee jaar schrijfwerk en consulteren van de betrokken provinciale, nationale en internationale actoren én middenveldorganisaties, werd het lijvige document begin september voorgesteld op een grote Ronde Tafel in de hoofdstad Kinshasa. Ook de Congolese partners van Wereldsolidariteit, CM en ACV - meer bepaald MOCC, CGAT, CAMS en CSC - waren daarbij aanwezig, net als Wereldsolidariteit en CM zelf.

Een basispakket sociale bescherming voor iedereen

Het voorgestelde beleidsplan is ambitieus: tegen 2025 beschikt elke Congolees over een minimumpakket aan sociale bescherming. Vandaag heeft minder dan 10 procent van de bevolking één of andere beperkte vorm van sociale bescherming. Dat minimumpakket is gebaseerd op de 'Sociale beschermingsvloer' van de Internationale Arbeidsorganisatie (2012) en bestaat uit toegang tot basisgezondheidszorg voor iedereen en sociale uitkeringen - zowel financieel als diensten in natura - voor kwetsbare groepen zonder inkomen: kinderen, tijdelijk of chronisch kwetsbare mensen (gehandicapten, tijdelijk of chronisch arbeidsongeschikten, enz.) en ouderen.

Vooral de rol die in het plan toegewezen wordt aan de mutualiteiten is opmerkelijk, maar de uitdagingen die die rol met zich meebrengen voor hen zijn dat evenzeer. Zo wordt naar de mutualiteiten gekeken voor de uitbouw en het beheer van een algemene ziekteverzekering en krijgen ze een rol in de controle en opvolging van de kwaliteit van de zorg. Daarvoor zullen ze zich ontegensprekelijk moeten professionaliseren en hun krachten moeten verenigen om hun rol als sociale beweging tussen de burgers en de overheid, tussen patiënten en zorgverstrekkers te spelen.

Om de toegang tot gezondheidszorg te garanderen stelt het plan verschillende maatregelen voor. Enerzijds wil men de toegang zelf te verbeteren via een algemene ziekteverzekering met hulp van de mutualiteiten, anderzijds wil men de kwaliteit van de zorg verbeteren door het afsluiten van publiek-private partnerschappen en contracten tussen de overheid, zorgverstrekkers en mutualiteiten. De nadruk ligt hierbij niet alleen op het verbeteren van de kwaliteit van de zorgen zelf, maar ook op een betere geografische spreiding van het zorgaanbod en de toegang tot geneesmiddelen.

De drie andere domeinen van het basispakket sociale bescherming richten zich op drie kwetsbare groepen, die (vaak) niet in staat zijn in hun eigen inkomen te voorzien. Het plan voorziet voor hen niet alleen sociale bescherming in de vorm van financiële uitkeringen, maar ook gerichte dienstverlening en initiatieven.

Voor kinderen staat, naast de toegang tot gezondheidszorg, de toegang tot onderwijs en voeding centraal met als initiatief om stelselmatig in alle scholen de maaltijden voor de kinderen te verbeteren, net als het gratis ter beschikking stellen van schoolmateriaal.

Ook voor de Congolese ouderen heeft het plan heel wat in petto: een waardige oude dag voor iedereen is het doel. Enerzijds via een algemeen pensioen voor iedereen, anderzijds door een verbeterde toegang tot gezondheidszorgen via hun gratis aansluiting bij een mutualiteit naar keuze. Die krijgt op haar beurt het geld daarvoor van de overheid.

Een gedragen beleid

Het Congolese sociale beschermingsplan is er niet gekomen van vandaag op morgen. Meer dan twee jaar heeft het PNPS - het Programme National de Protection Sociale - gewerkt aan het document, samen met een groep van meer dan veertig experten, voornamelijk uit Congo zelf. De verschillende betrokken ministeries (gezondheid, werk, financiën, pensioenen,... in totaal elf ministeries) werden uitgenodigd om mee na te denken, in alle provincies werden consultaties opgezet - zowel open voor lokale beleidsmakers als experten en middenveldorganisaties - , internationale organisaties werden uitgenodigd om mee te denken, en zelfs met president Joseph Kabila werden vergaderingen belegd om het belang van het plan duidelijk te maken.

Dit hele proces maakt van het plan een gedragen beleidsdocument, en alleen al dat is een gigantische verdienste. Het resultaat ervan, een lijvig document van honderd bladzijden, werd tussen 7 en 11 september 2015 in Kinshasa voorgesteld en besproken met zo'n 200 actoren: beleidsmakers, experten, middenveld en internationale organisaties. In commissies werden de verschillende maatregelen besproken, met de nodige oppositie vanuit de Wereldbank en de Wereldgezondheidsorganisatie tegen de rol voor de mutualiteiten, maar met evenveel tegengas van die mutualiteiten zelf, gesterkt door een sterke voorbereiding tijdens een seminarie met de Congolese mutualistische actoren eind augustus. 

The way forward?

Het plan is goed onthaald op de Ronde Tafel. Maar daarmee is het nog geen realiteit. De hoeveelheid Congolese goede voornemens, beleidsdocumenten en plannen die de laatste jaren in de kast zijn verdwenen, is helaas niet bij te houden. Maar de participatieve aanpak en de voorgestelde maatregelen op korte en langere termijn, die het plan respectievelijk gedragen en concreet maken, moeten alvast doen hopen dat er deze keer wel iets mee gebeurt. Al zal het dan van alle kanten moeten komen: zowel van de Congolese overheid, het Congolese middenveld dat zich achter het plan schaarde, als de internationale gemeenschap. We zullen dit met WS zeker blijven opvolgen.

Gijs Justaert, Wereldsolidariteit

 

WSM DOOR:

Deel dit artikel