De impact van het coronavirus op het door oorlog verwoeste Syrië

Syrisch-Koerdische vluchtelingen in 2014.

Het coronavirus slaat wereldwijd wild om zich heen. Het door oorlog verwoeste Syrië is extra kwetsbaar: experts en dokters waarschuwen dat het coronavirus er het leven kan kosten aan meer dan 100.000 mensen. In een Q&A gaat 11.11.11, dat nauw samenwerkt met verschillende Syrische ngo's, dieper in op de mogelijke impact van corona in verschillende delen van Syrië.

1. Wat is de impact in Noordwest-Syrië?

 In Noordwest-Syrië (provincie Idlib en Westelijk Aleppo) leven vier miljoen Syriërs. Bij een militair offensief van de Syrische regering en Rusland sloegen sinds 1 december 2019 960.000 burgers (waarvan 81% vrouwen en kinderen) op de vlucht. De Verenigde Naties hadden het in februari 2020 - nog voor de wereldwijde corona-uitbraak - al over mogelijk het "grootste humanitaire horrorverhaal van de 21ste eeuw". Op 5 maart 2020 werd een voorlopig staakt-het-vuren onderhandelt tussen Rusland en Turkije, maar het is verre van zeker dat dit zal standhouden.

Voorlopig is er nog geen sprake van bevestigde corona-gevallen in Noordwest-Syrië, maar dat is enkel een kwestie van tijd. Het virus is wellicht al aanwezig in het gebied, alle voorwaarden voor een enorme corona-uitbraak zijn aanwezig. Hulporganisaties waarschuwen voor een "slachting" en "gedecimeerde" vluchtelingengemeenschappen, terwijl dokters schatten dat het virus het leven kan kosten aan 100.000 tot 200.000 mensen in Noordwest-Syrië.

Zeker 585.000 van de 960.000 intern ontheemde personen (IDPs) leven momenteel nabij de Turkse grens, in overbevolkte tentenkampen (vaak met meer dan 10 mensen in één tent), leegstaande huizen, collectieve opvangcentra of zelfs in de open lucht. In de provincie Idlib is de bevolkingsdichtheid geëxplodeerd tot 800 inwoners per km2.

Water en hygiënische items (zoals zeep) zijn niet of nauwelijks voorradig, terwijl de toegang tot voedsel en medicijnen erg beperkt is. Zelfs de meest essentiële preventiemaatregelen tegen corona (social distancing en regelmatig wassen van de handen met water en zeep) zijn dus erg moeilijk uit te voeren. Mensen kunnen ook niet thuisblijven of in zelf-isolatie gaan, aangezien velen simpelweg geen thuis hebben.

Ziekenhuizen zijn bovendien grotendeels verwoest, na jarenlange doelgerichte aanvallen op medische infrastructuur door het Syrische regeringsleger en Rusland. Sinds december 2019 werden bij gevechten minstens 84 ziekenhuizen verwoest of beschadigd. Het grootste deel van het medisch personeel, dat specifiek geviseerd werd door luchtaanvallen, in het gebied is dood of moest op de vlucht slaan.

De weinig overgebleven dokters en medisch personeel beschikken nauwelijks over beschermend materiaal (mondmaskers en handschoenen), testkits of intensive care-bedden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) beloofde om tegen eind maart 2020 onder meer 300 testkits, 10.000 handschoenen en 10.000 chirurgische maskers te leveren, maar dat blijft ruim onvoldoende om aan de acute noden tegemoet te komen. De WHO-respons in Noordwest-Syrië komt bovendien erg traag op gang in vergelijking met Syrisch regeringsgebied, waar de eerste testkits al meer dan een maand geleden werden geleverd.

2. Wat is de impact in Noordoost-Syrië?

Sinds 23 maart 2020 is er een volledige lockdown van kracht in de delen van noordoost-Syrië die onder controle staan van de Koerdische Autonome Administratie. Maar ook hier lijkt aan alle voorwaarden voldaan voor een grootschalige corona-uitbraak.

Grote delen van het gebied liggen nog steeds in puin na een verwoestende bommencampagne, tussen 2015 en 2017, van de Internationale Coalitie tegen IS. Bijna 2 miljoen mensen hebben humanitaire hulp nodig, waaronder naar schatting 780.000 intern ontheemden waarvan velen zich in overbevolkte tentenkampen of collectieve opvangsites bevinden.

Medische infrastructuur is zo goed als onbestaande: de meeste ziekenhuizen zijn verwoest of beschadigd en beschikken niet over de nodige materialen en medicijnen. 11.11.11 kon tijdens een bezoek aan het gebied in januari 2019 met eigen ogen de lamentabele toestand van de medische infrastructuur ter plekke vaststellen. Veel inwoners leven in armoede en kunnen zich nauwelijks medische zorg veroorloven. Volgens de Verenigde Naties functioneerden eind 2019 slechts 2 op 16 publieke hospitalen en 4 op 279 primaire gezondheidscentra in noordoost-Syrië op volle kracht.

In een rapport van 21 februari 2020, dus nog voor er sprake was van een wereldwijde corona-pandemie, waarschuwde de secretaris-generaal van de Verenigde Naties al dat het gebrek aan gezondheidszorg en aan proper water de afgelopen jaren leidden tot de uitbraak van verschillende infectieziektes in Noordoost-Syrië.

Deze reeds dramatische humanitaire situatie ging er sinds januari 2020 bovendien in snel tempo op achteruit. Dit nadat Rusland binnen de VN-Veiligheidsraad weigerde om de toestemming voor cross-border hulpleveringen vanuit noord-Irak aan noordoost-Syrië te verlengen, waardoor een belangrijk deel van de humanitaire hulpverlening dreigt stil te vallen.

3. Wat is de impact in regeringsgebied?

Op 23 maart 2020 erkende de Syrische regering een eerste officieel geval van corona in Syrië. Dit nadat de regering wekenlang ontkende dat er sprake was van coronagevallen, en de grens bleef openhouden voor hoge ambtenaren en militaire personeel uit Iran (één van de wereldwijde epicentra van het coronavirus). De Syrische regering nam sindsdien wel strenge maatregelen, waaronder de sluiting van de grenzen, luchtruim (voor commerciële vluchten) en de meeste publieke plaatsen.

Ook in regeringsgebied lijkt men niet klaar om een corona-uitbraak het hoofd te bieden. De medische infrastructuur ligt in puin, medische voorraden zijn totaal ontoereikend, en veel burgers leven in extreme armoede en hebben nauwelijks toegang tot medische zorg. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schat het risico op grootschalige besmettingen erg hoog in, in het bijzonder in Damascus, de nabijgelegen provincie ruraal Damascus en in gebieden waar zich veel intern ontheemden bevinden.

Mensenrechtenorganisaties als Human Rights Watch waarschuwen ook voor de impact van het coronavirus op de tienduizenden Syriërs die zich in overbevolkte detentiecentra bevinden en daar nauwelijks voedsel of medische zorg krijgen.

4. Wat kan gedaan worden?

Het coronavirus kan een verwoestende en ongeziene impact hebben op het reeds door oorlog verwoeste Syrië. Naast een morele plicht om burgers in nood te helpen en solidariteit te tonen met de meest kwetsbaren, is het in het rechtstreekse belang van Europese landen om de verspreiding van het coronavirus in Syrië tegen te gaan. Virussen kennen geen grenzen en moeten op meerdere fronten tegelijk bestreden worden.

Op korte termijn kunnen verschillende maatregelen overwogen worden door de federale regering, zoals:

  • Een nieuwe poging om binnen de VN-Veiligheidsraad (waar België tot eind 2020 lid van is) overeenkomst te bereiken over twee resoluties gericht op een nieuw cross-border mandaat voor humanitaire hulpkonvooien en op een duurzaam staakt-het-vuren in Noordwest-Syrië.

  • Een billijke bijdrage aan het nieuwe VN-noodfonds voor de bestrijding van het COVID-19 virus, dat een bijzondere focus legt op de situatie in Syrië. Daarnaast moet blijvend geïnvesteerd worden in reeds bestaande humanitaire noodplannen, zoals het VN-noodplan voor noordwest-Syrië.

  • Aandringen bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat de levering van medisch materiaal naar Syrische gebieden die gecontroleerd worden door verschillende partijen, gebaseerd is op de meest acute noden en niet beïnvloed wordt door politieke overwegingen.

Willem Staes
Beleids- en partnermedewerker Midden-Oosten
 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels