Eilandbewoners Pacific vestigen hoop op klimaattop Parijs

Voorspelling van de stijgende zeespiegel in de Pacific

Leiders van de eilanden in de Pacifische Oceaan doen na de verwoestende cycloon Pam opnieuw een oproep om werk te maken van de wereldwijde klimaatfinanciering. Pam trof deze maand vier eilandstaten, waaronder Vanuatu.

Klimaatfinanciering is cruciaal om veerkracht op te bouwen en de schade die extreme weersomstandigheden veroorzaken, te beperken, zeggen zij. In een recentelijk uitgegeven verklaring zegt de president van de Marshall-eilanden Christopher Loeak dat de "we afstevenen op een wereld van constante catastrofes" als grote vervuilers niet snel werk gaan maken van vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

De beloften van de internationale gemeenschap op het gebied van financiering nakomen kan ook bepalend zijn voor de uitkomsten van de VN-Klimaatconferentie in december in Parijs, zeggen zij.

"Het is geruststellend dat veel landen, inclusief enkele erg genereuze ontwikkelingslanden, beloven het Green Climate Fund van geld te voorzien. Maar we moeten veel meer weten over de plannen van regeringen om de klimaatfinanciering voor de komende jaren zeker te stellen, zodat de belofte van Kopenhagen om 100 miljard dollar per jaar op te brengen tegen 2020, gehouden wordt", zegt Tony de Brum, minister van Buitenlandse Zaken van de Marshall-eilanden. "Zonder die zekerheid wordt het moeilijk succes te boeken in Parijs."

Droogte

Op de Pacifische eilanden wonen ongeveer 10 miljoen mensen in 22 eilandstaten en territoria. Vijfendertig procent van de bewoners leeft onder de armoedegrens. De impact van de klimaatverandering kan de regio tot 12,7 procent van het jaarlijkse bruto nationaal product (bnp) kosten voor het einde van deze eeuw, schat de Aziatische Ontwikkelingsbank.
De Pacifische eilanden dragen voor een verwaarloosbare 0,03 procent bij aan de uitstoot van broeikasgassen, maar zijn wel de eerste landen die te maken krijgen met de dramatische impact van de opwarming van de aarde.

Op de Marshall-eilanden, 34 kleine eilanden met 52.000 bewoners, hebben vooral de laaggelegen regio's aan de kust te kampen met de stijging van de zeespiegel en natuurrampen. "Klimaatrampen hebben vorig jaar meer dan 5 procent van het bruto nationaal product gekost en dat cijfer blijft stijgen. We werken aan klimaataanpassing, maar noodsituaties werpen ons telkens terug", zegt de minister van Buitenlandse Zaken.

Het land kreeg in 2013 te maken met ernstige droogte en vorig jaar met sterke getijdenschommelingen die overstromingen veroorzaakten in dorpen aan de kust. Daarbij raakten honderden mensen dakloos. Prioriteiten op de Marshall-eilanden zijn kustherstel en –versterking, een klimaatbestendige infrastructuur en bescherming van grondwaterlagen.

Capaciteitsopbouw

De Kleine Eilandstaten in Ontwikkeling (SIDS) ontvingen de meeste klimaataanpassingshulp per hoofd van de bevolking uit OESO-landen in de periode 2010-2011. Oceanië ontving 2 procent van de OESO-hulp voor aanpassing, in totaal 8,8 miljard dollar.

Zestig procent van de hulp uit OESO-landen komt uit Australië. Andere grote donoren zijn Nieuw-Zeeland, Frankrijk, de Verenigde Staten en Japan. Maar in december besloot de Australische regering 3,7 miljard dollar te bezuinigen op het budget voor buitenlandse hulp in de komende vier jaar. Dat zal zeer waarschijnlijk gevolgen hebben voor de klimaathulp in de regio.

Financiering gericht op lokale expertise op het gebied van klimaatverandering en institutionele capaciteit is van groot belang om de autonomie van de landen te bewaren, zeggen de eilanders. "We hebben niet nog meer rapporten van consultants en haalbaarheidsstudies nodig. Het is belangrijk hier te plaatse capaciteit op te bouwen en die hier te houden", zegt De Brum.

Een woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken van kleine eilandstaat Kiribati zegt dat die "plaatselijke capaciteit" beperkt is. "We zijn afhankelijk van technische assistentie van consultants die komen en gaan zonder onze eigen mensen goed te trainen."

Kiribati, dat 33 laaggelegen atollen kent met een bevolking van iets meer dan 108.000 mensen, kan te maken krijgen met een maximale zeespiegelstijging van 0,6 meter en een stijging van de oppervlaktetemperatuur van 2,9 graden Celsius tegen 2090, volgens het Pacific Climate Change Science Program.

Het land heeft elk jaar te maken met hoger tij, en vooral in dichtbevolkte regio's vormt kusterosie een ernstig risico. Het eiland Tarawa bijvoorbeeld, waar ook de hoofdstad ligt, is gemiddeld 450 meter breed en heeft geen mogelijkheden dorpen verder inlands te plaatsen.

Onbewoonbare eilanden

Sommige eilanden dreigen op lange termijn onbewoonbaar te worden. Klimaatfinanciering zal ook nodig zijn om mensen elders te huisvesten, zegt het ministerie van Buitenlandse Zaken van Kiribati. "Gedwongen migratie zal onvermijdelijk zijn voor Kiribati. We maken daar al plannen voor. Hulp moet zich ook daar deels op richten. Dat gebeurt nog nauwelijks, omdat het gaat om een behoefte in de toekomst en er zijn behoeften die beter zichtbaar zijn in het hier en nu."

Het succesvol aanpakken van de klimaatverandering vraagt om internationale samenwerking voor het overleven van iedereen, in de visie van de Marshall-eilanden. "Als klimaatfinanciering in Parijs mislukt, dan mislukt ook ons antwoord op de klimaatuitdaging", concludeert De Brum.

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels