Grondstoffenroof stuit op hevig protest

Resistencia JonasHulsensDe strijd om grondstoffen gaat gepaard met hevige conflicten. Zowel in Peru als in Indonesië laaiden de voorbije maanden de protesten hoog op. In Peru leidde dat tot een regeringscrisis en een nationale mars voor water. En in Indonesië waren er in januari protestacties in alle provincies.
Marjan Cauwenberg





Mars voor water brengt Peruaanse regering in problemen

Aguas contaminadas JonasHulsens
Boerenprotest in het noorden van Peru kreeg een serieus staartje. Het thema van drinkbaar water stond plots in centrum van de politieke discussie, zorgde voor een regeringscrisis en bracht duizenden mensen op de been.

De bom barst als de nieuwe president Ollanta Humala toestemming geeft voor een stevige uitbreiding van de Yanacocha-mijn, eigendom van het Amerikaanse Newmont Mining. Die zou daarmee de grootste goudmijn van Latijns-Amerika worden.

De maat is vol
Nochtans had Humala tijdens zijn verkiezingscampagne beloofd dat hij niet zomaar nieuwe mijnprojecten zou toelaten zonder de inspraak van het volk. Die ommezwaai versterkt nog de woede van de inwoners van Cajamarca. Ze trekken massaal de straat op. Uit ervaring kennen ze de gevolgen van de mijnbouw en ze maken zich terecht zorgen over drinkbaar water. Het hek is helemaal van de dam als ook nog een document van het ministerie van Milieu uitlekt. Daaruit blijkt dat de impact op de waterhuishouding en lokale ecosystemen zeer ernstig en onomkeerbaar zou zijn. De bevolking organiseert grote manifestaties en wegblokkades onder de slogan 'Agua sí, mina no' (water, ja, mijnbouw, nee).

Regeringscrisis
De hele situatie zorgt zelfs voor een regeringscrisis. Vice-minister van Milieu José de Echave, is het niet eens met de nieuwe concessie en neemt ontslag. Vooral ook omdat de bevoegdheden van het ministerie van Milieu afgezwakt worden. De Echave werkte voordien bij Cooperacción, een partnerorganisatie van 11.11.11 die gespecialiseerd is in de gevolgen van de mijnbouw voor de gemeenschappen en het milieu.

De eerste minister en nog enkele andere ministers volgen zijn voorbeeld. Uit het groeiend protest ontstaat het initiatief voor een nationale watermars. Een protestmars vanuit Cajamarca in het noorden naar de hoofdstad Lima. Al snel engageren sociale organisaties, jongerenorganisaties, milieubewegingen en gemeenschappen uit de rest van Peru zich om mee te doen aan de mars.

Zo groeit de actie uit tot een nationale protestactie tegen de wildgroei van grootschalige mijnbouwprojecten. Vanuit alle streken vertrekken gelijkaardige marsen. Half februari komen zo'n 20.000 mensen naar Lima voor een groot publiek forum over waterrechtvaardigheid. De Peruaanse bevolking pikt niet langer het nationale mijnbouwbeleid. Dat is duidelijk. Ze wil dat de overheid water als mensenrecht erkent, het recht op inspraak respecteert, mijnbouw verbiedt in gebieden waar waterbronnen ontspringen, en ook het gebruik van giftige producten als cyanide en kwik.

Zie ook:

 

Indo mars

Indonesische boeren vechten voor hun grond


Indonesië kende de voorbij maanden enkel hevige conflicten in verschillende delen van het land. Telkens ging het over boeren die van hun land moesten voor mijnbouw, steenkool of palmolie. De protesten mondden uit in een grote nationale actie voor sociale en ecologische rechtvaardigheid.


Privémilities verjagen boeren
Het protest begint in Mesuji, zo'n 300 km boven de hoofdstad Jakarta. In december escaleert daar een conflict tussen lokale boeren en de drie plantagebedrijven die de gronden al in 2004 in concessie hadden gekregen.

Honderden boerenfamilies werden toen van hun gronden verdreven. Maar die legden zich daar niet bij neer en bezetten opnieuw hun land. Grond is voor hen immers hun bron van inkomsten. Daarop huren de bedrijven een privémilitie in om de boeren van hun grond te verjagen. Gewapende troepen vernielen de velden, bedreigen, slaan en schieten op de ongewapende boeren.

Twee doden
"Dit is geen nieuw conflict en zeker niet het enige", legt Teguh Surya van 11.11.11-partner Walhi uit. "Het is slechts een voorbeeld uit honderden gelijksoortige gevallen: een plantagebedrijf krijgt een concessie van de overheid zonder dat de bevolking wordt geraadpleegd.

Het bedrijf start de exploitatie, laat de lokale boeren weten dat het nu over de landtitels beschikt, en schakelt de politie en eigen veiligheidsdiensten in om de boeren desnoods hardhandig van hun grond te zetten." Na Mesuji volgt eind december Bima op het eiland Sumbawa. De lokale bevolking blokkeert de haven, die gebruikt wordt door een Australisch mijnbedrijf. De politie treedt hardhandig op, met twee doden als gevolg.

Lokale besturen krabbelen terug
Beide conflicten zijn maar twee voorbeelden van de ware kettingreactie aan straatprotesten. Het geduld van de bevolking is duidelijk op. Daarop neemt Walhi het initiatief voor de coalitie 'Pemulihan Indonesia' of 'Indonesië 'heropbouwen'. Daarin bundelen 37 organisaties de krachten om een signaal te geven aan de regering dat het zo niet langer kan.

Op 12 januari organiseerde de coalitie een grote, nationale actie tegen de ongebreidelde 'landgrabbing' en voor landhervorming. In alle provincies kwamen boeren, studenten en arbeiders op straat om sociale en ecologische rechtvaardigheid te eisen.

De actie leverde al enkele kleine successen op. Sommige lokale besturen hebben contracten voor mijnbouw of plantages ingetrokken, onder meer in Bima. En in het Indonesische parlement is een nieuwe werkgroep opgericht die een voorstel moet uitwerken om voor de lang aanslepende conflicten sneller tot oplossingen te komen.

Zie ook:

Deel dit artikel